Nasdaq nog steeds 59 procent onder zijn record van 10 maart 2000

(tijd) - De Amerikaanse beurs Nasdaq bereikte precies vijf jaar geleden een record. De met technologieaandelen gevulde Nasdaq Composite-index piekte op 5.049 punten. In Brussel bereikten de 'groeibeurzen' Easdaq en Euro.NM hoge toppen. Ondanks een fors herstel moet de Nasdaq-index meer dan verdubbelen om opnieuw zijn record te evenaren. Wij gingen na wat er met de toen meest bejubelde aandelen op Easdaq en Euro.NM gebeurde. Diegene die als onafhankelijk bedrijf overleven, doen het dikwijls opvallend goed.

Op 10 maart 2000 beleefden de beleggers in de hippe internet-, telecom- of biotechaandelen een triomf. De Nasdaq Composite-index was sinds begin 1995 met 582 procent gestegen. Vooral in 1999 en de eerste maanden van 2000 leken de koersen tot de hemel te groeien. De koersen van veel internetaandelen verdubbelden in amper enkele weken.

Maar op 11 maart 2000 sloeg de paniek toe. Het invloedrijke blad Barron's publiceerde een gitzwart artikel over de overspannen prijzen in de hightech. Daarna deed de combinatie van een oplopende inflatie, zwakkere resultaten van technologiegoden, en vooral de hoogtevrees iedereen naar de nooduitgang vluchten. De Nasdaq Composite dook in een maand van meer dan 5.000 naar 3.300 punten.

In de zomer volgde een kleine rally, maar vanaf september was het hek van de dam. Belangrijke technologiebedrijven als Intel, Apple en Dell moesten opbiechten dat ze de verwachtingen niet konden inlossen. Ook de Belgische aandelen bleven niet gespaard. September 2000 staat bij veel beleggers in het geheugen gegrift als de maand waarin het kruim van 's lands spitstechnologie op de beurzen werd afgeslacht. Verdachtmakingen over Lernout & Hauspie kelderden de lieveling van de Belgische beleggers. Ook andere technologiebedrijven als Systemat en Real Software doken in enkele weken tientallen procenten lager.

De beurscrash haalde de Nasdaq Composite 78 procent onderuit. In oktober 2002 bleven er van de meer dan 5.000 punten nog 1.114 over, het niveau van 1996. Sindsdien herstelde de index 86 procent. Toch is de graadmeter nog bijna 3.000 punten verwijderd van zijn top.

Veel technologiebedrijven overleefden de pijnlijke correctie niet. Want ook op de beurs doet de theorie van de 'natuurlijke selectie' van Charles Darwin haar werk. De zwakste verdwijnen, wat de toekomstige beleggers enkel ten goede kan komen. Er waren immers te veel excessen. Een analist van Goldman Sachs becijferde dat indien je de bedrijfsplannen van alle op Nasdaq genoteerde telecombedrijven naast elkaar had gelegd, de hele wereldbevolking continu had moeten telefoneren om die plannen waar te maken.

In België bereikte de Easi-index van de groeibeurs Easdaq zijn record op 14 maart 2000. Easdaq bestaat intussen niet meer. De Amerikaanse beurs Nasdaq probeerde haar Europese evenknie nog uit te bouwen, maar besloot in 2003 de tot Nasdaq Europe herdoopte markt te sluiten. Ook de groeimarkt van de Brusselse beurs, Euro.NM Belgium, stierf een roemloze dood.

'Easdaq was een goed idee, waar ik nog altijd achter sta', zegt Jos Peeters. De Leuvense durfkapitaalverschaffer was een van de medestichters van Easdaq. 'We hebben fouten gemaakt. We hadden het marktreglement strikter moeten toepassen. We hebben te veel bedrijven laten noteren die er niet klaar voor waren. Maar in die tijd was de concurrentie tussen Easdaq, Euro.NM, de Londense groeimarkt AIM en de Duitse Neuer Markt zo groot dat niemand het zeer nauw nam. Daarnaast hadden we onze middelen beter moeten investeren. Sommige projecten kregen te snel een goedkeuring.'

Peeters nam in december 2003 Nasdaq Europe van Nasdaq over. Intussen heeft hij de Amerikaanse rechten voor de handelstechnologie opnieuw aan Nasdaq verkocht. Maar Peeters plant een heropstanding van de groeibeurs tegen 2006. 'De beurs zal opnieuw met marktmakers werken. Voor groeiaandelen is dat de beste oplossing, omdat anders zeer kleine orders van particulieren de koersen te sterk kunnen beïnvloeden. Maar we zullen beter toezien op de spreads. Het verschil tussen de bied- en de laatkoersen die de marktmakers hanteerden, was op Easdaq veel te groot. Dat schrikte beleggers af.'

In de Belgische beursgeschiedenis zal de de neergang van Lernout & Hauspie voor altijd een belangrijke plaats innemen. Het Ieperse spraaktechnologiebedrijf wou zo snel groeien, dat het met de boeken begon te knoeien om de analisten niet teleur te stellen. Het proces tegen de bedrijfsleiding moet nog beginnen. Toch bleek de technologie van L&H geen lege doos. Het Amerikaanse softwarebedrijf Scansoft nam voor een prikje de L&H-software over, en controleert al 41 procent van de wereldwijde markt voor spraakherkenning.

L&H was niet de enige Easdaq'er die het niet nauw nam met de boekhoudregels. Bij het het populaire Amerikaanse bedrijf Impath, dat gegevens over kanker verzamelde, bleek het gros van de inkomsten fictief. Ook de resultaten van onder meer het IT-bedrijf Swan en de telecomgroep Global Telesystems strookten niet altijd met de waarheid.

Het aantal bedrijven die de boeken wel correct invulden maar ten prooi vielen aan de economische neergang, is veel groter. Faillissementen nekten onder meer Link Software, Bluegate en de maker van vuilniszakken Fardis op Euro.NM. Op Easdaq legden onder meer de vliegtuigmaatschappij City Bird en de Zaventemse chipverpakker CS2 de boeken neer. Bij CS2 verscheen Yves De Poorter nog als crisismanager ten tonele. Sommigen herinneren zich De Poorter als financieel directeur van de beursgenoteerde kousenmaker Uniwear. Maar ook Uniwear was eerder failliet gegaan.

Bij Bricsnet, dat software voor architecten maakte, heette het dat de markt nog niet klaar was voor de vernieuwende technologie. Het faillissement van Bricsnet zadelde onder meer de familie Colruyt als financier met een kleine kater op.

De fabrikant van kopieerapparatuur Xeikon ging ten onder door de scherpe daling van de vraag en de problemen bij Xerox, de belangrijkste doorverkoper van Xeikon-machines. Xeikon geniet nu van een nieuw leven als belangrijkste deel van de technologiegroep Punch.

Gelukkig zijn er nog Belgische hightechbedrijven die de bubbel overleefd hebben en floreren. De koers van de Leuvense maker van mobiele datacommunicatiekaarten Option steeg vorig jaar 209 procent. Het bedrijf maakt mooie winsten, al moet de koers bijna verdrievoudigen om het record uit 1998 te evenaren. Innogenetics lijdt nog altijd verlies, maar heeft een duidelijke strategie om in 2006 uit het rood te raken. Ubizen, ooit een van de meest gehypete aandelen van Easdaq, overleeft onder de vleugels van de Amerikaanse sectorgenoot Betrusted. De koers van 1,96 euro steekt echter schril af bij het record van 34,30 euro (rekening houdend met aandelensplitsingen). Ook Real Software kon enkel overleven dankzij de kapitaalinjectie van de Amerikaanse durfkapitaalverschaffer Gores.

Het biotechbedrijf Orthovita, mee opgericht door de Belgische professor Paul Ducheyne, leidt een bescheiden bestaan op Nasdaq. De maker van materialen voor beenderherstel kreeg na de exit op Nasdaq Europe tientallen miljoenen dollars toegestopt van durfkapitaalverschaffers. Orthovita lijdt nog altijd verlies, maar ziet de omzet stevig groeien en is intussen 450 miljoen dollar waard.

Nog in de biotechsector ontsnapte het Nederlandse Pharming nipt aan een faillissement. De Belgische fabriek in Geel om geneesmiddelen uit konijnenmelk te produceren, werd noodgedwongen verkocht aan Genzyme. Maar Pharming zette door. Het eerste product wordt wellicht dit jaar goedgekeurd. Wie het aandeel durfde te kopen op het dieptepunt van 13 cent, kijkt tegen een winst aan van 3.210 procent. Al is de kans groot dat die belegger zijn stukken heeft verkocht. Investeren in probleembedrijven en het hele herstel naar boven uitzitten, is weinigen gegeven.

(foto: epa)

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud