Obesitasmarkt vette prooi voor farma

(tijd) - Zwaarlijvigheid wordt sinds enkele jaren erkend als een ziekte. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt momenteel een plan op om de explosie van aan zwaarlijvigheid gerelateerde ziekten een halt toe te roepen. Voor de farmaceutische bedrijven is een effeciënt medicijn tegen obesitas een natte droom. Tal van bedrijven hebben echter tot hun schade moeten ondervinden dat er een hemelsbreed verschil tussen dromen en werkelijkheid.

Een gezamenlijke studie van het RTI International en het Center of Disease Control, respectievelijk een onafhankelijke onderzoeksinstituut en een agentschap van het Amerikaans Departement voor Gezondheidszorg, toont aan dat de VS vorig jaar 75 miljard dollar (56 miljard euro) spendeerde aan ziekten die het gevolg zijn van zwaarlijvigheid of obesitas. Een derde van de Amerikaanse volwassenen is zwaarlijvig. Daarmee is de VS de koploper in de wereld. Zwaarlijvigheid bij Amerikaanse kinderen is de laatste jaren opgelopen met meer dan 50 procent.

Zwaarlijvigheid is geen typisch Amerikaans probleem. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) schat dat er in 2000 300 miljoen zwaarlijvige volwassenen waren tegenover 200 miljoen in 1995. Daarenboven lopen er nog eens zo'n 750 miljoen mensen rond die kampen met overgewicht.

De kosten van obesitas zijn enorm. Men schat dat van de totale jaarlijkse gezondheidskosten in de westerse wereld tussen de 2 en de 8 procent gerelateerd is aan obesitas. Zwaarlijvigheid geeft aanleiding tot vele chronische ziekten zoals diabetes, cardiovasculaire ziekten, verschillende soorten kanker en ziekten aan de galblaas. Vandaag is de omzet van medicijnen ter bestrijding van zwaarlijvigheid goed voor ongeveer 500 miljoen dollar per jaar. Analisten spreken voor 2010 van een markt met een omzet van 7 à 10 miljard dollar.

De definitie van zwaarlijvigheid gebeurt op basis van de 'body mass index' (BMI). Dit is een ratio die berekend wordt door het gewicht van een persoon te delen door zijn gekwadrateerde lengte in meters. Bijgaande tabel geeft de BMI weer met daarbij de voorgestelde behandeling.

Het toedienen van medicijnen die de honger onderdrukken wordt in Europa door dokters overwogen bij een BMI van 35. In de VS gaat men er al mee van start bij een BMI van 30. Deze medicijnen, doorgaans phentermine en fenfluramine, kunnen bij de apotheker zonder voorschrift worden verkregen. Vele dokters vinden ze echter inefficiënt en ook de gezondheidsautoriteiten hebben hun zorgen geuit over de risico's die gepaard gaan met het nemen van deze hongeronderdrukkende pillen. Daarbij komt dat ze enkel gebruikt mogen worden voor de korte termijn en het gewichtsverlies niet behouden blijft eens de behandeling gestopt wordt. Studies hebben zelfs aangetoond dat sommige op lange termijn een negatief effect hebben.

Er zijn twee medicijnen op de markt die goedgekeurd zijn ter behandeling van obesitas: Meridia van Abbott en Xenical van Roche. Meridia is een orale behandeling die, net als Xenical, enkel op voorschrift te verkrijgen is. De verschillende werkingswijze van beide medicijnen geeft goed de twee voornaamste stromingen weer van de manier waarop de ongeveer 30 andere in ontwikkeling zijnde medicijnen het probleem obesitas denken aan te pakken. Bij Meridia wordt de drang naar voedsel onderdrukt via het centraal zenuwstelsel. Xenical werkt in op het spijsverteringskanaal en beperkt zo de hoeveelheid energie en vet dat geabsorbeerd wordt uit het voedsel.

Men zou denken dat beide medicijnen gigantische verkoopsuccessen zijn. Dat valt evenwel flink tegen. Meridia van Abbott werd in 1998 gelanceerd op de Amerikaanse markt en in 1999 in Duitsland. Initieel waren de verkoopresultaten voor het medicijn goed. In 2002 rezen er in Europa (Italië) en in de VS vragen omtrent de veiligheid van Meridia. Gelukkig oordeelde de Europese gezondheidsautoriteiten dat Meridia veilig is voor gebruik indien men zich aan de voorschriften houdt. Het kwaad was echter geschied.

In 2001 lag de omzet op 202 miljoen dollar. Voor 2002 rekende Abbott op een verdubbeling, maar na de klachten stelde het zijn vooruitzichten bij tot een omzet van 300 miljoen dollar. Uiteindelijk werd in 2002 een omzet gerealiseerd van 272 miljoen. Ook in 2003 kon het medicijn de kaap van de 300 miljoen dollar niet ronden.

Het verhaal van Xenical is gelijkaardig. Xenical kende een explosieve start. Drie maand na zijn introductie in Canada nam het reeds 62 procent van al de anti-obesitas voorschriften en 82 procent van al de anti-obesitasverkopen voor zijn rekening. In de VS kon het in zijn eerste week al meer voorschriften voorleggen dan concurrent Meridia dat reeds een jaar op de markt was.

De verkopen van Xenical liepen snel op tot 1 miljard Zwitserse frank. Maar ook hier zorgde het opduiken in de media van tal van bijwerkingen voor een terugval van die omzet. Roche vroeg (en verkreeg) de toelating om Xenical te promoten als een behandeling tegen obesitas voor patiënten met diabetes in plaats van een pure vermageringspil. Maar de terugval van de verkopen van het medicijn blijkt niet te stoppen. De daling met 21 procent van de omzet in 2002 zette zich door in een daling met 17 procent in 2003. In 2003 bedroeg de totale jaarlijkse verkoop nog iets meer dan 600 miljoen Zwitserse frank.

Een viertal factoren ligt aan de basis van de tegenvallende verkopen. Vooreerst is het gewichtsverlies vrij beperkt. Bij Xenical bijvoorbeeld stelt men een behandeling van twee jaar voor met een gemiddeld gewichtsverlies van 10 procent. Ten tweede zijn er de talrijke bijwerkingen. Ten derde willen de gezondheidsverzekeraars in de VS niet weten van een terugbetaling van de medicijnen.

En tot slot trachten patiënten eerst hun levensstijl te veranderen alvorens over te gaan tot medicatie. Uit een Amerikaanse studie blijkt dat van de 2.800 ondervraagde individuen die meer dan 30 pond verloren over een periode van meer dan een jaar, slechts 4,3 procent medicijnen gebruikten.

De eerste twee redenen zijn veruit de belangrijkste. Beleggers en analisten menen dan ook dat een product dat een aanzienlijk gewichtverlies met zich meebrengt en daarenboven vrij is van bijwerkingen, de heilige graal is van de farmaceutische industrie. Bedrijven die in het bezit zijn van zo'n potentiële graal, worden dan ook nauw in het oog gehouden.

Eén van die bedrijven is Alizyme. Het Britse biotechnologiebedrijf verzesvoudigde begin 2003 en kost nu 214 pence. In september van 2003 rapporteerde het bedrijf positieve bevindingen aangaande fase II van de klinische proeven. Het gewichtsverlies was even goed als die van de bestaande concurrentie (Xenical en Meridia) maar daarenboven ondervond 90 procent van de 372 klinisch geteste zwaarlijvige patiënten amper bijwerkingen. De meest voorkomende daarvan zijn diarree en incontinentie.

Alizyme wil, als het product ook de derde en dus laatste fase van de klinische proeven doorstaat, het product zelf niet naar de markt brengen. Biedingen voor het in licentie nemen van het medicijn door de grote jongens zijn waarschijnlijk al enige tijd lopende. De lancering wordt verwacht in 2006.

Ook Rimonabant van het Franse Sanofi-Synthélabo betreedt dan mogelijk de markt. Rimonabant regelt de hoeveelheid calorieën die geconsumeerd worden en vermindert de zin voor vet en suikerrijk voedsel. De resultaten van de klinische proeven in fase II waren positief. Fase III startte in 2002. De eerste resultaten worden verwacht in de tweede helft van 2004.

Rimonabant is een belangrijk product in de magere medicijnenpijplijn van Sanofi. De Franse groep wil Rimonabant niet positioneren als een vermageringspil, maar als een product dat obesitas en de daaraan verbonden risicofactoren zoals diabetes en hyperlipidemy aanpakt. Voor 2007 stellen analisten een verwachte verkoop van 610 miljoen dollar in het vooruitzicht. De jaarlijkse verkoop op zijn piek schatten ze op 1,5 miljard dollar. Het verschil tussen de verwachtingen en de realiteit is vaak echter groot. Dat ondervond het Amerikaanse biotechnologiebedrijf Regeneron dat in maart vorig jaar meer dan de helft van zijn waarde verloor. Een op grote schaal gehouden klinische proef op zijn anti-obesitasproduct Axokine toonde aan dat het gewichtsverlies sterk onder de verwachtingen uitkwam.

Vele analisten dachten dat Axokine het volgende medicijn zou zijn dat op de markt zou komen. Dat is nog steeds mogelijk, want Regeneron besliste in september om door te gaan met de ontwikkeling. Gezien de tegenvallende resultaten bij de vorige klinische proeven, hebben de analisten de winstvooruitzichten voor het product wel stevig afgeroomd.

GlaxoSmithkline hoopt zijn molecule ter bestrijding van obesitas tegen 2008 op de markt te brengen. Het Amerikaanse Johnson & Johnson ontwerpt op zijn beurt klinische proeven voor fase II en III om de doeltreffendheid van het anti-epilepsiemiddel Topamax te bestuderen in de controle van het hongergevoel. Ook hier moeten we nog nog enige tijd wachten op de lancering.

Dit geldt tevens voor een andere concurrenten: P57 van Phytopharm (Fase II). Phytopharm is op zoek naar een deal met een grotere partner voor de verdere ontwikkeling van het product. Analisten verwachten nog een aankondiging in de eerste helft van het jaar. Te oordelen aan het aantal bedrijven dat onderzoek doet naar geneesmiddelen tegen zwaarlijvigheid, moet de markt wel potentieel hebben. De alarmerende snelheid waarmee de ziekte zicht uitbreidt, bevestigt dit. Snel geld maken is er evenwel niet bij.

De medicijnen op de markt vallen zowel qua verkopen als met betrekking tot de therapeutische waarde door de mand. We zijn ver verwijderd van de verwachte topverkopen van jaarlijks meer dan 1 miljard dollar per product. Het klantenpotentieel is zeker aanwezig in de obesitasmarkt. Dit potentieel zover krijgen dat ze zwaar aan de pillen gaan, is een andere zaak.

Koen DE LEUS

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud