'Puur indexbeheer is vandaag uit den boze'

(tijd) - De financiële markten zijn aanbeland in een wereld van lage returns van 4 à 5 procent per jaar. Bovendien daalt het rendementsverschil tussen de verschillende activa, sectoren en individuele aandelen fors. 'In een dergelijk klimaat is puur indexbeheer uit den boze en moet een vermogensbeheerder weer actief op zoek gaan naar alfa, extra rendement bovenop het gemiddelde', stelt William De Vijlder, hoofd beleggingsstrategie van Fortis Investments (FIM).

William De Vijlder tekent als 'chief investment officer' de beleggingsstrategie uit van Fortis Investments. De fondsbeheerder van Fortis beheert vanuit kantoren in onder meer Brussel, Parijs, Londen en Boston voor 81,3 miljard euro beleggersgelden. Een gesprek.

Staatspapier rendeert steeds minder, op de aandelenmarkten is geen trend te bespeuren en ook hefboomfondsen slagen er met moeite in een positieve return voor te leggen. 2004 lijkt voor beleggingsstrategen geen eenvoudig jaar.

William De Vijlder: 'Dat klopt. In de financiële pers wordt vooral gesproken over de lage volatiliteit, maar dat is maar een deel van het verhaal. Het aantal opportuniteiten waarop de vermogensbeheerder kan inspelen, wordt nog door twee andere factoren beperkt. Een eerste is de toegenomen correlatie tussen de returns van verschillende beleggingen. Het gevolg is dat voor een fondsbeheerder de voordelen van diversificatie slinken, aangezien je minder voordeel kunt doen door bijvoorbeeld van de ene sector naar de andere over te stappen.'

'Een tweede factor, die vaak over het hoofd wordt gezien, is de zogenaamde 'returndispersie'. Die meet binnen een bepaalde periode het verschil in rendement tussen de best presterende en de slechtst presterende investeringen. Opmerkelijk is dat de returndispersie in de VS historisch laag is. Dit jaar bedraagt het verschil in rendement tussen aandelen en obligaties slechts 1 procent. Ook de sectorspreiding, het rendementsverschil tussen de vijf best en de vijf slechtst presterende sectoren, en de aandelenspreiding, het verschil tussen de 15 best en 15 slechtst renderende aandelen uit de S&P500, neemt almaar af (zie grafiek). In Europa is eenzelfde trend merkbaar.'

Welk gevolg heeft die trend voor een vermogensbeheerder?

De Vijlder: 'Bij de piek van de markt in 2000 bedroeg het verschil in return tussen de best presterende aandelen, doorgaans in de technologiesector, en de achterblijvers, bijvoorbeeld de klassieke industrie, meer dan 50 procentpunt. Zo'n uitzonderlijk hoge returndispersie is een nirvana voor beheerders van long/short-fondsen, beheerders die een haussepositie in het ene aandeel combineren met een baissepositie in een ander. Nu de spreiding fors vernauwd is, vermindert het aantal opportuniteiten en merk je dat long/short-fondsen het moeilijk hebben.'

'Ook voor andere vermogensbeheerders heeft de daling van de returnspreiding een belangrijk gevolg. Door de kleinere spreiding daalt het het aandelenspecifieke risico. Als alle aandelen relatief gezien een vergelijkbare return boeken, is de kans kleiner dat de koersval van één aandeel de globale return van de portefeuille ondermijnt. Het gevolg is dat je je als vermogensbeheerder kunt veroorloven minder aandelen in portefeuille te nemen, zonder dat het totale portefeuillerisico stijgt. In een omgeving met lage marktvolatiliteit kun je volgens onze berekening een perfect gediversifieerde aandelenportefeuille opbouwen met een kleine 60 aandelen, tegenover 85 bij een gemiddelde volatiliteit.'

De Vijlder: 'De fundamentele wet voor elke actieve vermogensbeheerder is de informatieratio. Die ratio is de verhouding tussen de extra gerealiseerde return ten opzichte van de markt en het gelopen risico. Hoe hoger de informatieratio, hoe hoger het voor risico gecorrigeerde rendement.'

'De informatieratio kun je ook anders formuleren, namelijk als het product van de informatiecoëfficiënt met de vierkantswortel van de 'breedte'. De informatiecoëfficiënt is de correlatie tussen de verwachte opbrengst van een investering en de eigenlijke opbrengst en meet dus de expertise van de vermogensbeheerder. De breedte meet het aantal onafhankelijke investeringsbeslissingen die een beheerder neemt. Hoe meer onafhankelijke beslissingen, hoe groter de informatieratio. Vergelijk het met iemand die in een onbekende stad een goed restaurant zoekt. Als hij maar één restaurant kan uitproberen, is de kans op ontgoocheling groot. Kan hij er meerdere uitproberen, dan stijgt de kans op succes.'

'Het probleem is dat een toenemende correlatie tussen de verschillende beleggingen de informatieratio doet dalen. Bij een hogere correlatie daalt immers het aantal investeringsbeslissingen dat echt onafhankelijk is. Neem het restaurantvoorbeeld. Je kiest twee restaurants maar ze vallen beide tegen. Achteraf blijken ze dezelfde visleverancier te hebben, zodat de twee niet onafhankelijk van elkaar zijn.'

Bij een lage volatiliteit is dus de expertise doorslaggevend?

De Vijlder: 'Zeer zeker. Zoals gezegd kun je in een omgeving met lage volatiliteit relatief weinig aandelen in portefeuille nemen zonder het globale risicoprofiel te verhogen. Maar als je maar enkele aandelen kiest, komt het er meer dan ooit op aan via gedegen research een goede aandelenselectie te maken.'

'We leven in een beursklimaat met lage rendementen. Obligaties of aandelen leveren jaarlijks gemiddeld niet meer dan 4 of 5 procent rendement op. In een wereld met dergelijk lage returns kan actief beheer met bijvoorbeeld 2 procentpunt extra return een enorm verschil maken. Het verschil met 2000 is groot. Toen wou iedereen indexfondsen. 2 procent meer of minder maakt immers weinig uit als aandelen jaarlijks 30 procent opleveren. Dat verklaart de immense populariteit van indexfondsen, bijvoorbeeld op de Euro Stoxx50, tot begin 2000. In het huidige beursklimaat is puur indexbeheer uit den boze. Een vermogensbeheerder moet weer op zoek naar alfa, ons jargon voor extra rendement boven het marktgemiddelde.'

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud