Chinagekte lijkt steeds meer op nieuwe zeepbel

(tijd) - Alles wat verwijst naar China trekt vandaag massaal geld aan, net als eind jaren 90 alles wat '.com' in zijn naam voerde. Begin dit jaar noteerde het gesloten beleggingsfonds China Fund 65 procent boven zijn intrinsieke waarde. De beursgang van de groenten- en fruitbehandelaar China Green Holdings werd liefst 1.604 keer overschreven. Maar steeds meer waarnemers wijzen op het gevaar dat de nieuwe zeepbel die daar ontstaat, binnen niet al te lange tijd uiteenspat.

Vorig jaar was een uitstekend jaar voor wie in China belegde. De China-index van Morgan Stanley Capital International (MSCI) steeg met 81 procent. De Chinese aandelen die in Hongkong noteren werden gemiddeld 152 procent duurder. Het zijn cijfers waar de nuchtere belegger bij begint te duizelen.

Nog een indicatie van de zeepbel-in-de-maak is het feit dat het gesloten beleggingsfonds China Fund op de beurs van New York begin dit jaar 65 procent boven zijn intrinsieke waarde uitsteeg, nadat het in de loop van vorig jaar zo goed als verdrievoudigd was. Sindsdien zorgde de vogelgriep ervoor dat een deel van die premie wegsmolt. Het fonds, goed voor 280 miljoen dollar, belegt in kleinere en middelgrote Chinese bedrijven. Het zit voor zowat 60 procent in handen van individuele beleggers. Het blijft gek dat het met een dergelijke premie noteert, terwijl er op de Newyorkse beurs ook open fondsen te vinden zijn, waarvan de koers netjes de intrinsieke waarde volgt. Steeds meer Chinese bedrijven trekken naar de beurs. Vorig jaar werden voor 7 miljard dollar aandelen naar de beurs gebracht en voor dit jaar voorspelt Merrill Lynch dat dat bedrag ruim zal verdubbelen tot 15 miljard dollar. Een probleem daarbij, en ook dat is een parallel met de dotcom-zeepbel, is dat voor veel van die bedrijven nauwelijks betrouwbare cijfers beschikbaar zijn. De Chinese bedrijven zijn immers niet gebonden door internationale boekhoudnormen en bovendien is, zelfs na jaren liberalisering, de Chinese overheid nog steeds (groot-)aandeelhouder van de meeste Chinese bedrijven.

Een van de grote beursgangen die voor eind dit jaar of begin volgend jaar worden voorbereid, is die van de China Construction Bank. De op twee na grootste bank van China wil 5 miljard dollar ophalen via de kapitaalmarkt en trok Citigroup en Morgan Stanley aan om die operatie te begeleiden. Citigroup beloofde te investeren in de Chinese bank, om haar deel van de 175 miljoen dollar aan commissies op de operatie binnen te halen. Om het pad te effenen voor de beursgang besloot de Chinese regering vorige maand de Construction Bank 22,5 miljard dollar bijkomende middelen toe te schuiven. Ook de tweede bank van het land, de Bank of China, kreeg eenzelfde bedrag.

Het financiële systeem van China is echter bijzonder labiel. Leningen werden vroeger in vele gevallen meer op basis van politieke dan bedrijfseconomische criteria toegekend. Het gevolg is dat naar schatting 45 procent van de leningen die de banken in portefeuille hebben, oninbaar is geworden. Standard & Poor's raamt het totale bedrag aan oninbare leningen op 600 miljard dollar.

In steeds meer domeinen verloopt de groei bijzonder snel. Nieuwe fabrieken worden vaak bijgebouwd zonder dat voldoende naar de rendabiliteit wordt gekeken. De Chinese regering heeft al gewaarschuwd dat zij mogelijk de bouw van nieuwe aluminium- en staalfabrieken zal afremmen. Het land was vorig jaar dan wel de op twee na grootste staalverbruiker in de wereld. Maar vervoersdeskundigen wijzen erop dat al de havens in de wereld samen niet voldoende vervoerscapaciteit hebben om het ijzererts aan te voeren dat nodig is om alle geplande staalfabrieken in China, als die effectief gebouwd worden, te bevoorraden.

Economen wijzen erop dat in steeds meer sectoren de productiecapaciteit groter is dan nodig voor de binnenlandse vraag. En vaak is de uitvoer niet in staat de overcapaciteit volledig op te slorpen, met als gevolg dat de prijzen dalen. Bijna de helft van de economische groei in China komt immers van de investeringen. Dat is een ongewoon hoog cijfer, waarin zowel de overheidsinvesteringen in nieuwe wegen en waterwerken vervat zijn, als de projecten van de privé-sector.

Neem de autosector bijvoorbeeld. Vorig jaar werden in China bijna 4,5 miljoen voertuigen gebouwd, waarmee China de op drie na grootste autoproducent ter wereld is, voor Frankrijk. In december lag de gemiddelde prijs voor een auto in China 7,7 procent lager dan een jaar eerder. En terwijl de Amerikaanse autoconstructeurs renteloze leningen moeten toestaan aan hun klanten om hun overtollige wagens verkocht te krijgen en de Europese sectorgenoten hard bezig zijn de overcapaciteit af te bouwen, worden voor China voortdurend nieuwe projecten gelanceerd.

De snelheid waarmee in China nieuwe steden uit de grond rijzen, is verbazingwekkend. China verbruikte vorig jaar de helft van de cement die in de wereld geproduceerd werd. Steeds meer wordt erop gewezen dat ook in de vastgoedsector overcapaciteit bestaat. De snelle verstedelijking zorgt bovendien voor sociologische problemen bij Chinezen die van het platteland naar de steden trekken.

De snelle groei stelt steeds meer de infrastructuur van het land op de proef. In de meeste Chinese provincies wordt men bijvoorbeeld regelmatig met stroomonderbrekingen geconfronteerd, omdat de elektriciteitsproducenten de gecombineerde vraag van het snel stijgende aantal fabrieken en van de nieuwe consumptieartikelen als ijskasten of airconditioning nauwelijks aankunnen.

De snelle groei maakt alleszins dat China steeds belangrijker wordt voor de wereldeconomie. Het land is nu nog slechts goed voor 3 procent van de wereldeconomie, maar het nam vorig jaar naar schatting een derde van de economische groei in de wereld voor zijn rekening. De uitvoer nam vorig jaar in de eerste tien maanden toe met 32 procent. De invoer steeg, met 42 procent, nog sneller. Waar de internationale investeringen in 1990 nog 25 miljard dollar bedroegen, was dat bedrag vorig jaar al opgelopen tot meer dan 450 miljard dollar, blijkt uit de cijfers van de Verenigde Naties.

China was vorig jaar verantwoordelijk voor de helft van de groei van de wereldhandel. Dat razendsnelle groeitempo moet ooit ophouden, hopelijk niet met een crash.

Guido VANLINTHOUT

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud