Mini's liggen op apegapen

Sinds de lancering van 'trackers' op de markten van Euronext Parijs en Euronext Amsterdam anderhalf jaar geleden is het erg stil geworden rond de mini's op Euronext Brussel. Een mini behoort net als een tracker tot de categorie van de 'Index Participation Units (IPU's), financiële producten die via een kleine investering de mogelijkheid bieden in een onderliggende index te beleggen. Toch zijn er veel verschillen. De beurs van Brussel overweegt nu een tracker op de Bel20 te noteren. Intussen is de liquiditeit van de mini's teruggevallen en zijn de spreads, het verschil tussen de bied- en laatkoersen, sterk opgelopen.

Op 3 december 1999 lanceerde de beurs van Brussel de eerste mini: de mini-Bel20. De introductie van dit innovatieve product, het eerste van zijn soort in Europa, ging gepaard met een grote mediacampagne. De mini is vooral bedoeld voor particuliere beleggers, die een index willen volgen maar niet voldoende middelen hebben om alle aandelen uit die index te kopen. Met de mini kan dit wel. De waarde van de mini komt overeen met een honderdste van de index, uitgedrukt in euro. Als de Bel20-index op 2.321 punten noteert, is de mini-Bel20 intrinsiek 23,21 euro waard. Aangezien de mini's enkel worden verhandeld in veelvouden van tien, kunt u al met 232 euro in de index investeren. Nadien bracht de beurs nog de mini-Euro Stoxx50 op de markt, met de Dow Jones Euro Stoxx 50 als onderliggende beursgraadmeter.

De mini biedt tal van voordelen. In de eerste plaats verwerft de koper in één transactie een gediversifieerde portefeuille. Ten tweede kan de mini op ieder ogenblik van de dag gekocht of verkocht worden, net als gewone aandelen op de continumarkt. Ten derde is de samenstelling van de onderliggende index heel transparant en kan de intrinsieke waarde makkelijk worden opgevolgd. Ten vierde heeft de houder van de mini steeds het recht om de omzetting in contanten te vragen.

Maar het belangrijkste voordeel is wellicht het recht op dividend. De houder van de mini krijgt op het einde van elk kwartaal het equivalent van de dividenden die de bedrijven uit de index hebben uitgekeerd. Die dividenden worden bovendien tegen het 'gunsttarief' van 15 procent in plaats van de gebruikelijke 25 procent belast. De mini-Bel20 biedt aan de slotkoersen van vrijdag een nettodividendrendement van 3,25 procent. De mini-Euro Stoxx50 levert tegen de huidige koers een jaarlijks nettorendement van 2,35 procent op.

Ondanks het specifieke karakter van de mini beschouwt de wetgever het product als een optie. De mini werd uitgegeven door Belfox, de derivatenmarkt van Brussels Exchanges. De koper moet bijgevolg een optiecontract ondertekenen om in mini's te mogen handelen. Kort na de lancering was er sprake van dat de Commissie voor het Bank- en Financiewezen een uitzondering voor de mini zou toestaan, maar intussen zijn die plannen opgeborgen. Theoretisch is de mini een calloptie met een looptijd van 50 jaar. Het instrument kan niet fysiek worden geleverd en moet op een effectenrekening worden bewaard.

Zoals met gewone opties kunt u als gewone belegger ook mini's schrijven. Als uitgever van de mini speculeert u dan op een koersdaling, net zoals een schrijver van een gewone call-optie dat doet. Stel dat u een mini uitgeeft (verkoopt) aan 23 euro en de Bel20-index zakt naar 2.000 punten, dan is de mini-Bel20 20 euro waard (1/100ste van 2.000). Indien u de mini dan terugkoopt op de beurs voor 20 euro, strijkt u 3 euro winst op.

U moet er als emittent wel mee rekening houden dat de houder van de mini recht heeft op het equivalent van de uitgekeerde dividenden van de bedrijven uit de onderliggende index. De uitgever moet dat geld driemaandelijks via zijn financiële instelling op tafel leggen. Hou er ook rekening mee dat de bezitter van de mini op elk ogenblik de omzetting in contanten kan vragen. De beurs beslist willekeurig welke emittent zijn mini's moet terugkopen. Daarom is het nuttig te weten dat er ongeveer 540.000 openstaande mini-Bel20's bestaan, en 430.000 openstaande mini-Euro Stoxx50.

Een groot nadeel van de mini's is hun geringe liquiditeit. Het eerste jaar na de lancering was er veel belangstelling voor het product, maar tegenwoordig worden de mini's op sommige dagen zelfs niet verhandeld. Daardoor zijn de spreads, het verschil tussen de prijs die u betaalt wanneer u koopt en de de prijs die u krijgt wanneer u verkoopt, erg hoog geworden. Ook in vergelijking met de intrinsieke waarde zijn er grote verschillen.

Voor een aankoop van de mini-Bel20 moest maandagmiddag 23,70 euro op tafel worden gelegd. Een verkoper kreeg slechts 23,40 euro. De index noteerde op dat moment aan 2.345 punten. In dit geval valt de spread van 30 cent en de discrepantie met de onderliggende index nog mee. Voor de mini-Euro Stoxx50 is dat anders. De bied- en laatkoers bedroeg respectievelijk 28,10 en 29,40 euro, wat een spread van 1,30 euro of 4,6 procent oplevert. De Euro Stoxx50-index noteerde aan 2.843,81 punten. De verkoper krijgt met andere woorden nog een goede prijs, maar de kopers worden door de hoge prijs ontmoedigd.

Sinds de introductie van de mini's fuseerde de beurs van Brussel met de effectenmarkten van Amsterdam en Parijs tot Euronext. In februari 2001 lanceerde Euronext het segment NextTrack, waar intussen al meer dan 50 trackers worden verhandeld. Brussel doet voorlopig niet aan het trackersegment mee, aangezien trackers een concurrerend product voor de eigen mini's zijn.

Hoewel een tracker en een mini in grote trekken overeen komen, zijn er grote verschillen. In de eerste plaats wordt de tracker niet uitgegeven door de beurs zoals een mini, maar door een financiële instelling. Ten tweede zijn trackers geen opties, maar worden ze ondergebracht in de categorie van de verhandelde, passief beheerde beleggingsfondsen. In het vakjargon staan die bekend als Exchange Traded Funds (ETF's). Voor de aankoop van een tracker is dus geen optiecontract nodig. Ten derde geven trackers weliswaar recht op de dividenden die de bedrijven in de onderliggende index betalen, maar worden die dividenden niet altijd aan de beleggers uitgekeerd. Sommige trackers, zoals die op de AEX-index, geven de beleggers de keuze tussen kapitalisatie, waarbij de dividenden opnieuw in het fonds worden geïnvesteerd, of uitkering. In tegenstelling tot een mini gaan er van die dividenduitkeringen beheerskosten af.

In februari gaf Euronext te kennen dat er een tracker op de Bel20-index zal worden uitgegeven. De emittent wordt Lyxor International Asset Management, een 100-procentdochter van Société Générale. Een goedkeuring van de Belgische Commissie voor het Bank- en Financiewezen is er nog niet. Een tracker op de Euro Stoxx50 bestaat al. Wat Euronext met zijn twee mini's zal aanvangen, is nog niet bekend.

'Wij blijven de markt in de mini's verzorgen', zegt een handelaar. 'Vooral voor beleggers die hun mini's willen verkopen, zijn de prijzen goed. Maar we raden de klanten niet meer aan mini's te kopen zolang er onzekerheid over bestaat.'

Omdat de mini een calloptie is, kan de beurs niet eenzijdig beslissen de contracten te vernietigen. Er is dus geen enkele reden om te vrezen dat de mini eensklaps zijn waarde zal verliezen. De bezitters van mini's kunnen bovendien op ieder ogenblik de omzetting in contanten vragen tegen de 'referentieprijs'. Die prijs is contractueel vastgelegd als een honderdste van de openingskoers van de Bel20 op de dag van verkoop, uitgedrukt in euro. In de officiële koerslijst van de beurs, die in deze krant wordt gepubliceerd, kunt u de referentieprijs van de mini's dagelijks terugvinden.

Indien de beurs toch van de mini's af wil, kan ze een omruilbod lanceren, waarbij de mini's vrijwillig tegen trackers kunnen worden ingeruild. Het voordeel van een tracker is de grotere liquiditeit en de zeer kleine spreads. De financiële instelling die de tracker uitgeeft, zorgt immers voor een constante prijsvorming.

De beurs kan ook kiezen voor het langzaam laten doodbloeden van de

mini's. Wanneer de laatkoersen veel hoger zijn dan de intrinsieke waarde, wordt het voor de beleggers automatisch interessanter een gelijkaardige tracker te kopen. De verkopers zouden nog wel hun stukken kwijt kunnen, terwijl de beurs het verbod zou kunnen opleggen om nieuwe mini's te schrijven. Het nadeel voor de beurs is dat sommige beleggers hun mini's wel eens zeer lang zouden kunnen bijhouden, terwijl de berekening van de dividenduitkeringen complex en duur is. Afwachten wat er gebeurt is de boodschap.

Serge MAMPAEY

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud