VIX-index belooft markten nieuwe adem

Een belangrijke maatstaf voor marktvolatiliteit, de VIX-index van de Chicago Board Options Exchange (CBOE), staat de laatste weken op recordhoogtes. In het verleden bleek deze index een goede contra-indicator te zijn. Traditioneel beschouwen handelaars de VIX als een soort paniekgraadmeter. Als de VIX stijgt, bereikt pessimisme een hoogtepunt en is de markt rijp voor een remonte.

De CBOE lanceerde de VIX-index in 1993 als graadmeter voor de volatiliteit van de Amerikaanse aandelenmarkt. Concreet is de VIX-index een gewogen gemiddelde van de impliciete volatiliteit (dat is de volatiliteit die volgens het model van Black & Scholes in de optiepremie vervat zit) van acht kortlopende calls en puts op de S&P100-index. De VIX-index geeft eigenlijk het niveau van variabiliteit aan dat de markt moet hebben over de komende maand om de huidige optieprijzen te verantwoorden. Beleggers kunnen de koers van de VIX-index volgen op de website van de CBOE. ( http://quote.cboe.com/SimpleQuote.asp?Ticker=VIX )

In feite meet de VIX-index het pessimisme en optimisme in de markt aan de hand van de optieactiviteit. Als heel wat handelaars beginnen te panieken, stijgt de VIX-index, en als de handelaars zich zelfverzekerd beginnen te gedragen, dan daalt de VIX-index. De index bewees in het verleden een redelijk betrouwbare contra-indicator te zijn. De correlatie tussen de VIX-index en de S&P 500-index bedraagt over de periode van juni 1998 tot nu maar liefst -82,76 procent. Als de VIX-index hoge waarden vertoont, betekent het dat de markt overheerst wordt door verkopers - doemdenkers overwegen - terwijl bij lage VIX-index waarden de kopers juist overheersen. Als de VIX-index extreme waarden aanneemt, is dit een sterk signaal dat een bodem of een piek in de koersen aan het naderen is.

Als je de S&P 500-index grafisch uitzet tegenover de VIX-index sedert begin juni '98, zie je verschillende voorbeelden waar extreme waarden in de VIX-index een naderende piek of bodem in de S&P 500-index voorspelden.

Voorbeelden van lage VIX-waarden vormen de lente van 2001, de zomer van 2000, de zomer van 1999 en nog verder terug de zomer van 1998. In elk van deze voorbeelden daalde de VIX-index tot een waarde van 20 of lager en naderde de S&P 500-index een piek, die gevolgd werd door een massale verkoop en trendbreuk. Het is opvallend dat vanaf midden december 2001 tot januari 2002 de VIX-index op redelijk lage niveaus gebleven is. Dit kan een verklaring zijn waarom de verkoopdruk de markt bleef overheersen. Er bestond te veel optimisme bij de beleggers.

Omgekeerd gingen grote pieken in de VIX-index meestal gepaard met een uitbodeming van de S&P 500, waarna een sterke opwaartse beweging volgde. Voorbeelden hiervan zijn afgelopen herfst, de vroege lente van 2001, de lente van 2000, de herfst van 1999 en de herfst van 1998. De VIX-index is niet altijd perfect als contra-indicator, maar het grootste deel van de tijd is hij vrij betrouwbaar gebleken, zeker in perioden waarin de markt een substantiële beweging vertoonde naar boven of naar beneden.

Een belegger die de VIX-index aandachtig volgt, kan dit als een bijkomend instrument gebruiken om te bepalen of de markt een piek of een bodem nadert en wanneer hij terug in of uit de markt moet stappen. De gemiddelde waarde van de VIX-index bedroeg over de afgelopen vijf jaar 26,55% met een standaarddeviatie van 5,16. Dit betekent dat er 68% kans is dat de VIX-index waarden aanneemt tussen 21,39% en 31,71% en 95% kans dat de index beweegt tussen 16,23% en 36,87%. Over het algemeen worden uitslagen boven 30% beschouwd als relatief hoog en onder de 20% als relatief laag. Een goed werkende hypothese gaat ervan uit dat als de VIX-index boven de 30% noteert, het sentiment ongewoon pessimistisch is en het een goede tijd is om aandelen te kopen. Omgekeerd, als de VIX-index onder de 20% daalt, is het sentiment ongewoon optimistisch en is het een goede tijd om te verkopen.

De grote vraag is of deze veranderingen in sentiment een voorspellende kracht hebben voor toekomstige bewegingen in de markt. De Amerikaanse economen David Simon en Roy A. Wiggins testten de hypothese op de S&P500 sinds 27 oktober 1997. Toen vertoonde de VIX-index voor het eerst sedert zijn berekening een koopsignaal door boven de 30% uit te stijgen. Ze vonden dat het kopen van S&P 500 als de VIX-index boven 30% gaat en weer verkopen als hij onder 25% zakt, zou geresulteerd hebben in een gemiddeld rendement van 3,7% per transactie. Ze konden over de totale periode 9 transacties doen, die gemiddeld één maand werden aangehouden. Slechts een transactie werd met verlies afgesloten. Het 'Koop boven 30, verkoop onder 25'-systeem toonde dus mooie resultaten voor de S&P 500. Nadeel was wel dat ze de helft van de periode geen posities in de markt hadden.

De meeste traders gebruiken, zoals hierboven beschreven, het absolute VIX-index-niveau als koop- en verkoopsignaal. Maar het probleem van deze benadering is dat je nooit kunt zeker zijn hoe hoog het hoogtepunt is of hoe laag het dieptepunt ligt. De marktomstandigheden veranderen immers voortdurend. Het meestal betrouwbare koopniveau van een VIX-index op 40 bleek een duur voorbarig signaal afgelopen september. Het was dat ook in 1997 en 1998, toen de VIX-index doorstootte tot waarden van 50 en 55%, terwijl de aandelenmarkt bleef dalen.

Om dit probleem uit te schakelen, worden de voortschrijdende gemiddeldes over 10 dagen en over 21 dagen berekend van de VIX-index. Het blijkt dat een vrij betrouwbaar koop- of verkoopsignaal wordt gevormd telkens als het 10-daagse gemiddelde het 21-daagse gemiddelde kruist. Grafiek 2 toont aan dat dit een vrij goede indicator is. Verkoopsignalen werden geregistreerd op 27 maart 2000, en op 11 september 2000, waarna effectief grote marktverkopen volgden.

Twee verkoopsignalen in 2001 waren tijdig, alsook een koopsignaal op 5 oktober 2001. Op dit moment vertoont de VIX-index hele hoge waarden in de buurt van 40%. Het sentiment onder beleggers is dus duidelijk heel pessimistisch, maar het 10-daagse gemiddelde kruiste het 21-daagse gemiddelde nog niet. Volgens deze methode moet nog even gewacht worden om opnieuw in de markt te stappen.

Wie niet zo gelooft in technische analyse, kan toch nuttige informatie uit de VIX-index halen. De index toont aan dat de volatiliteit in de markt momenteel heel hoog is. Hoge volatiliteit betekent dure opties. Bij hoge volatiliteit is de kans immers veel groter dat de uitoefenprijs overschreden zal worden, en dat de optie geld zal opbrengen. Een algemene wijsheid zegt: wat duur is, moet verkocht worden. Het is dus interessant om opties te schrijven. Wie een optie schrijft, verkoopt een recht aan de tegenpartij, en krijgt hiervoor een premie.

Dit is evenwel niet zonder risico, een recht voor de tegenpartij kan niet anders dan een plicht zijn voor de schrijver. En de tegenpartij zal uiteraard maar gebruik maken van haar recht als dit in haar voordeel is.

Maar wie echt gelooft in het langetermijnpotentieel van een aandeel, en dit aandeel zeker wil kopen als het onder een bepaalde prijs zakt, kan een put-optie op dat aandeel schrijven met als uitoefenprijs de gewenste aankoopprijs. De koper krijgt hiermee het recht dit aandeel aan de schrijver te verkopen tegen de uitoefenprijs. In ruil ontvangt de schrijver nu een flinke premie. Noteert het aandeel op de vervaldag boven de uitoefenprijs, dan is het voor de koper niet interessant het aandeel aan de schrijver te verkopen, hij ontvangt immers meer voor het aandeel op de markt. De schrijver strijkt de premie op. Daalt het aandeel toch onder de uitoefenprijs, dan moet de schrijver de onderliggende aandelen kopen tegen de uitoefenprijs, terwijl het aandeel goedkoper is op de markt.

Maar dit is de prijs waartegen hij het aandeel toch wou kopen en als troost kreeg hij er nog de premie bovenop.

Een andere mogelijkheid is het schrijven van een calloptie. Dit is veel risicovoller dan het schrijven van een putoptie. Het mogelijke verlies is hier immers onbeperkt. Een gouden raad is daarom alleen maar callopties te schrijven op aandelen die u al in bezit heeft, en die u op een bepaald niveau toch wilt verkopen. U kunt dan een calloptie schrijven met als uitoefenprijs de koers waartegen u de aandelen wilt verkopen.

Daalt de koers van het aandeel onder de uitoefenprijs, dan zal de optiekoper niet van u kopen, hij kan immers goedkoper op de markt kopen. U incasseert de premie.

Stijgt de koers van het aandeel boven de uitoefenprijs, dan zal de optiekoper van u willen kopen. U bent verplicht de aandelen te leveren tegen een lagere prijs dan die u op de markt krijgt, maar u had vooraf al besloten tevreden te zijn met die verkoopprijs. Wie echter een naakte calloptie schreef (dit is een calloptie schrijven zonder de aandelen te bezitten), moet eerst dure aandelen op de markt kopen, om die goedkoop te leveren aan de calloptiekoper. Het mogelijke verlies is onbeperkt.

Griet DECOCK

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud