Hoe interpreteer ik een jaarrekening? De resultatenrekening en de toelichting

De basis van de analyse van een aandeel vind je terug in het jaarverslag of de jaarrekening. Hierin lees je vooral de historische gegevens. Een gemiddeld jaarverslag telt echter al vlug tachtig pagina's. Hoe moet je zo'n verslag interpreteren, en welke cijfers zijn van tel? In dit deel nemen we de resultatenrekening en de toelichting onder de loep.

De jaarrekening van een vennootschap bestaat, behalve een aantal vlotter leesbare hoofdstukken over de activiteiten van het bedrijf, de 'mission statement', de bedrijfsfilosofie, organogrammen en de markante gebeurtenissen van de vennootschap en haar dochters, in essentie uit vier verschillende delen: de balans, een momentopname van de oorsprong van de middelen van de onderneminge (de passiva) en de aanwending ervan (de activa); de resultatenrekening, die aangeeft hoe de nettogroepswinst tot stand is gekomen; de toelichting; het verslag van de commissaris-revisor.

In dit hoofdstuk bekijken we wat het belang is van de resultatenrekening en van de toelichting.

De resultatenrekening geeft een overzicht van alle opbrengsten en kosten van een onderneming over een bepaalde periode.Hoeveel is nu de winst van het bedrijf? Opletten is de boodschap, want winst kan een heel misleidend begrip zijn.

Het relevante winstcijfer van een vennootschap met dochterondernemingen, is het geconsolideerde cijfer . Consolidatie is de boekhoudtechniek om resultaten en balans van moeder- en dochtervennootschappen in elkaar te schuiven, zodat we een financieel beeld krijgen van een groep alsof het om één vennootschap zou gaan. De consolidatietechniek is allerminst eenvoudig. Het is veel meer dan het samentellen van alle verschillende posten in de jaarrekening. De wederzijdse vorderingen en operaties tussen bedrijven van de groep moeten immers worden geëlimineerd.

De bottomline is het nettogroepsresultaat. Ook hier is het nodig om te preciseren: het gaat om het deel van de groep in het geconsolideerde nettoresultaat. Niet alle geconsolideerde vennootschappen zijn 100 procentdochters, vaak zitten er ook derden in het kapitaal. Om de kwaliteit van het resultaat te beoordelen, is het belangrijk om de herkomst te bekijken. Is het een recurrente winst, is de oorsprong de gewone bedrijfsuitoefening? Of is de winst (of het verlies) veroorzaakt door zaken die niets met de kernactiviteit van de vennootschap te maken hebben?

In de resultatenrekening vinden we traditioneel drie subcategorieën terug, die samen tot het winst- of verliescijfer leiden: het bedrijfsresultaat, het financieel resultaat en het uitzonderlijk resultaat. (zie tabel onderaan)

De bedrijfsopbrengsten zijn vooral de omzet en de voorraadwijzigingen: al wat de 'eigenlijke' bedrijfsactiviteit heeft opgebracht. Bedrijfskosten zijn vooral verbruikte grond- en hulpstoffen (zonder BTW !), inkoop van goederen en diensten, uitgekeerde lonen, afschrijving van vaste activa. Het verschil tussen die twee geeft een eerste, maar onvolledige aanduiding van de rendabiliteit van de basisactiviteit. Als we de afschrijvingen niet meerekenen in de bedrijfskosten, krijgen we het bruto bedrijfsresultaat te zien, ook wel de operationele cashflow of EBITDA (Earnings Before Intrest Taxes Depreciations and Amortizations) genoemd. Het is zeker de moeite waard om ook dat brutocijfer te bekijken, want het gebeurt wel eens meer dat een onderneming of groep van ondernemingen haar afschrijvingsbeleid aanpast - fors meer afschrijvingen als er goede resultaten worden geboekt, en flink wat minder als het slecht gaat. Deze EBITDA hangt bovendien nauw samen met de aard van de activiteit van de onderneming. Voor de voedingsdistributie is dit traditioneel ongeveer 20%, terwijl softwarebedrijven een EBITDA van 70% voorleggen.

Het is dan ook belangrijk om de eigenlijke bedrijfswinst te bekijken. Deze bedrijfswinst of EBIT (Earnings Before Intrest Taxes) verkrijgen we door van de EBITDA de afschrijvingen en de waardeverminderingen en voorzieningen af te trekken.

Een tweede subcategorie in de resultatenrekening is het financieel resultaat: wat hebben de financiële (vaste en vlottende) activa binnengebracht? Een bedrijf dat erg lang op een berg liquiditeiten blijft zitten geeft niet meteen een dynamische indruk. Omgekeerd kan ondanks de lage rentestand een teveel aan schulden via hoge rentelasten behoorlijk op het resultaat drukken. Ook de effecten van wisselkoersschommelingen vinden we over het algemeen in het financieel resultaat terug.

Als we bedrijfsresultaat en financieel resultaat samentellen, bekomen we het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening, soms ook het courant resultaat of het recurrent resultaat genoemd .

Tenslotte vinden we als laatste categorie het uitzonderlijk resultaat dat per definitie niets met de echte bedrijfsactiviteit te maken heeft. Hierin vinden we bijvoorbeeld meerwaarden gerealiseerd op de verkoop van gebouwen of beleggingen of het aanleggen van extra waardeverminderingen of voorzieningen. Ondernemingen die een slecht courant resultaat maken, proberen het jaar soms goed te maken door op een drafje tegen het einde van het jaar nog meerwaarden te realiseren. Daarom is het vaak nuttig de toelichting uit te pluizen om na te gaan wat een bedrijf precies als 'uitzonderlijk' catalogeert.

De som van het courant resultaat en uitzonderlijk resultaat is het brutoresultaat, of de winst (of verlies) voor belastingen van de geconsolideerde ondernemingen. Na aftrek van de vennootschapsbelastingen en het bijtellen van het aandeel van de groep in de (netto)winst van bedrijven in vermogensmutatie (de bedrijven waar de groep slechts een minderheidsparticipatie heeft), verkrijgt men de geconsolideerde nettowinst. Daarvan moet men nog het aandeel van derden aftrekken om het groepsaandeel in de geconsolideerde nettowinst of kortweg de groepswinst te verkrijgen.

In de Algemene Vergadering van de onderneming wordt tenslotte de bestemming van dit resultaat goedgekeurd: de dividenduitkering naar de aandeelhouders, de tantièmes naar de Raad van Bestuur, de winstdeling naar directie en personeel, de wettelijke en andere reserves en het overdragen naar volgend boekjaar. Voor de couponnetjesknipper is uiteraard het nettodividend van belang. Opgelet: dividenduitkering gebeurt niet op geconsolideerd niveau, maar op het niveau van de vennootschap.

In de toelichting vinden we tenslotte alle engagementen en verplichtingen van de vennootschap terug die nog niet in de balans zijn opgenomen zoals de waarderingsregels, het personeel, de participaties. Terwijl de balans slechts een momentopname is, vind je in de toelichting meer informatie over de verschillende mutaties van de activa en afschrijvingen en de rechten en verplichtingen van de onderneming die niet in de balans zijn opgenomen zoals hypotheken, financiële betrekkingen met bestuurders en ondernemingen.

De toelichting is vooral interessant om deze verplichtingen en engagementen van de onderneming terug te vinden die door de vennootschap of de groep nog niet in zijn balans zijn opgenomen. Kijk vooral naar verleende waarborgen en aan wie die gegeven zijn.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud