Beursherstel moet hopen op hogere economische groei

(tijd) - In de tweede helft van dit jaar zou de economische groei opnieuw moeten versnellen. Dat inspireert de beleggers om de beurs hoger te stuwen. Het beursherstel sinds 12 maart is nu al krachtiger dan de vorige vier herstelpogingen in de voorbije drie jaar. De hoop is gewettigd dat, als de beurs de komende dagen of weken wat gas terugneemt, het dit keer niet tot nieuwe dieptepunten leidt. Al moet er meteen worden bijgezegd dat er nog voldoende elementen zijn die dat scenario alsnog in de war kunnen sturen.

Het startschot voor de jongste beursherleving werd gegeven toen de oorlog in Irak onvermijdelijk was geworden. De meeste beleggers geloofden in het optimistische scenario, dat van een oorlog van korte duur met een beperkt aantal slachtoffers en zonder gevolgen voor de rest van de regio. Dat bleek enkele weken later een correcte inschatting.

Meteen viel een groot deel van de geopolitieke onzekerheid weg, die op de markten woog, eigenlijk al sinds de aanslagen van 11 september 2001. Achteraf beschouwd was een groot deel van die angst onnodig. Dat de Iraakse president Saddam Hoessein chemische, biologische of nucleaire wapens wou gebruiken, lijkt nu bijzonder onwaarschijnlijk. Tot bewijs van het tegendeel is het zelfs onzeker dat hij die bezat.

Maar dat de geopolitieke hemel plots helblauw geworden is, is een andere overschatting. De dreiging van het terrorisme is lang niet weggenomen, ook al zijn de terreurorganisaties klappen toegebracht. Veel van die organisaties zijn nog springlevend en broeden op nieuwe en liefst spectaculaire aanslagen. Dat kan elk beursherstel weer onderuit halen. Die vrees speelt evenwel een steeds kleinere rol op de beurzen. Naarmate 11 september 2001 verder achter ons ligt, speelt de tragedie minder in de geesten. En telkens wanneer een terreuralarm weer afgeblazen wordt, zonder dat er iets is gebeurd, krimpt de angst voor een nieuwe aanslag.

Dan is er nog de rest van de 'As van het Kwaad'. De Noord-Koreaanse dreiging met nucleaire wapens wordt door de beurzen nauwelijks ernstig genomen. Men gaat ervan uit dat het tot een diplomatieke oplossing komt. In de VS wordt ook steeds hardere kritiek geuit op Iran. Het nucleaire programma van dat land is Washington een doorn in het oog. Het lijkt allemaal sterk op de dreigingen aan het adres van Irak een jaar geleden. Zijn de VS echter bereid zich in een nieuw avontuur te storten, terwijl de toestand in Irak niet eens gestabiliseerd is? De kans lijkt klein.

Het einde van de oorlog in Irak moest ook het begin inluiden van een forse daling van de olieprijs. Tussen 12 maart en 21 maart daalde de olieprijs met 28 procent tot 24,35 dollar, maar sindsdien bleef hij boven dat peil hangen. Daarmee is de koers nog een stuk verwijderd van het dieptepunt van 18 dollar waarop gehoopt was. Dat kon echter alleen door een snelle hervatting van de Iraakse olie-uitvoer, en alle Amerikaanse inspanningen ten spijt is daar nog weinig van te bespeuren. Voor de oorlog voerde Irak zo'n 1,7 miljoen vaten per dag uit, terwijl het 2,5 miljoen vaten per dag produceerde, schat Bloomberg.

Sinds 20 maart ligt de olie-uitvoer uit Irak stil. Als alles volgens plan verloopt, wordt die uitvoer zondag opnieuw op gang getrokken, wanneer een Spaanse olietanker in de Turkse haven Ceyhan begint met het laden van 1 miljoen vaten Iraakse olie. Daarmee zit de hervatting van de Iraakse olieuitvoer achter op schema, maar het biedt hoop op lagere olieprijzen later op het jaar.

De aftrap van de hausse werd op 13 maart mee gegeven door Fortis. De bankverzekeraar pakte die dag uit met zijn jaarresultaten en die vielen behoorlijk mee. Vooral de solvabiliteit was beter dan verwacht. Maar wat de beleggers helemaal een hart onder de riem stak, was dat Fortis zijn dividend behield. Het was een krachtig teken van vertrouwen in de toekomst, interpreteerde de markt.

De verzekeraars zijn nu al een tijdlang bezig het gewicht van aandelen in hun portefeuille af te bouwen. Dat droeg bij tot de koersdalingen, vooral dan sinds voorjaar 2002. Die beweging kan natuurlijk niet eeuwig doorgaan. De afbouw betekent ook dat de verzekeraars minder zullen profiteren van de stijging van de koersen, als die zich zou doorzetten. Maar het betekent vooral dat het risico een stuk teruggedrongen is als de koersen verder zouden dalen.

Daarmee is het probleem voor de verzekeraars echter niet helemaal van de baan. Zij hebben hun klanten immers beloften gedaan in de periode van de hype, die zij niet kunnen waarmaken met de rendementen die zij vandaag op hun obligatieportefeuille halen. Om de aangegane verplichtingen te kunnen voldoen, rekenden zij grotendeels op de meerwaarde op de aandelenportefeuille. De koersdaling veegde een groot deel van de vroeger opgebouwde reserves weg. Het risico dat een verzekeraar de lippen niet boven water houdt, is dus niet helemaal geweken.

De koersstijging van de voorbije weken helpt natuurlijk een deel van het probleem op te lossen. De minwaarden op de portefeuille, waartegen de verzekeraars op het einde van het eerste kwartaal nog aankeken, zullen ze uiteindelijk niet (volledig) moeten boeken. En wie alsnog zijn aandelenpercentage wil afbouwen, kan dat inmiddels tegen minder lage koersen.

Maar wat de trend op de aandelenmarkten echt bepaalt, zijn de economische groei en de winstcijfers. Daar lijkt hoop op beterschap gewettigd, vooral dan in de VS. Maar economen spreken altijd met twee woorden, zeker als het over de toekomst gaat. De cijfers zijn trouwens vrijwel nooit eenduidig.

De meeste economen lijken het erover eens dat de Amerikaanse economie aan de vooravond staat van een, mogelijk beperkt, herstel. De financiële markten lopen daarop vooruit. Zolang zij ervan overtuigd blijven dat de economie zal aantrekken, kunnen de markten verder verstevigen.

De Europese economieën hebben beduidend minder rooskleurige vooruitzichten. Vooral de Duitse en de Nederlandse economie liggen op apegapen. De beleggers gaan er evenwel van uit dat als de Amerikaanse economie aantrekt, er een meesleepeffect zal zijn voor de Europese economieën. Die hoop geldt alleen als de euro niet te ver meer verstevigt tegenover de dollar.

Hoopgevend voor de Amerikaanse economie was donderdag dat de voorlopende indicatoren in mei met 1 procent stegen. Dat was de sterkste stijging sinds december 2001. Terloops, de beurskoersen zijn zelf een onderdeel van de voorlopende indicatoren. De vertrouwensindexen zijn ook aan de beterhand, ook al gaf het jongste cijfer over het consumentenvertrouwen aan dat het herstel in die hoek nog erg broos is. De consument is immers bezorgd over zijn job. De werkloosheid steeg in mei tot 6,1 procent, het hoogste peil in 9 jaar. Het mogelijk afhaken van de consument lijkt op dit ogenblik de grootste bedreiging voor een verdergaand beursherstel.

De meeste economen putten vertrouwen uit het feit dat de Amerikaanse consument de komende maanden meer geld in handen zal krijgen om uit te geven. De eerder aangehaalde daling van de olieprijs is daarin een element. De belastingverlaging van president Bush zorgt ervoor dat de consument minder geld moet afdragen aan de overheid. Hoofdeconoom David Malpass van Bear Stearns schat dat die het gemiddelde inkomen van de Amerikanen in 2004 met 12 procent zal doen toenemen. Volgens hoofdeconoom Peter vanden Houte van ING België komt de Amerikaanse economische groei dit jaar 0,7 procent hoger uit door de belastingverlaging, terwijl het effect volgend jaar 1,5 procent bedraagt.

Ook de renteverlagingen bezorgen de consument extra geld. De Fed verlaagde de rente op een erg agressieve wijze. Ook de Europese Centrale Bank (ECB) verlaagde haar tarieven, maar een heel stuk voorzichtiger. De rente bevindt zich nu, zowel in de VS als in Europa, op historische dieptepunten. En de meeste economen gaan ervan uit dat beide centrale banken de rente nog verder zullen doen dalen.

Op het eerste gezicht hebben die renteverlagingen tot nog toe weinig invloed gehad op de economie. Maar dat de Amerikaanse consumenten het de voorbije jaren niet lieten afweten, kan voor een stuk precies aan die renteverlagingen toegeschreven worden. De lage rente zorgt ervoor dat zij leningen goedkoper kunnen herfinancieren. Daardoor houden zij meer geld over om te spenderen aan andere producten.

Maar het effect van de rente gaat verder. Voor de bedrijven betekent het minder kosten, naarmate de lasten op de schulden verlagen. Bedrijven gaan ook sneller investeren, omdat zij door de lagere rente ook aan minder renderende investeringen geld verdienen. Door de moeilijke economische omstandigheden van de voorbije jaren zijn de bedrijven echter risicoschuw geworden, zodat dit element minder doorweegt.

De rente speelt ook een belangrijke rol in een hele reeks waarderingsmodellen die door beursanalisten gehanteerd worden, het veel gebruikte 'discounted cashflow'(DCF)-model voorop. Dat verdisconteert toekomstige kasstromen naar vandaag en de rente die daarbij gehanteerd wordt, maakt een heel verschil in de uiteindelijke uitkomst.

De dalende rente is dus, puur technisch, een reden waarom de beurskoersen zouden moeten stijgen. Niet enkel worden de waarderingen van de analisten er hoger door, voor de belegger worden de beleggingsalternatieven, zoals obligaties of cash, minder aantrekkelijk, zodat zij redelijkerwijze meer geneigd zijn om in aandelen te stappen.

Alleen klopte dat plaatje de voorbije jaren niet. De afkeer voor risico, de verslechtering van de resultaten en de vrees voor verdere koersdalingen hielden de kopers weg van de markt, ondanks de snel dalende rente. Bij economisch herstel zou het omgekeerde zich kunnen voordoen.

Daarom is het niet onbelangrijk dat sinds april het normale schema hersteld lijkt. De rente daalt, terwijl de aandelenmarkten stijgen. Of nog: zowel aandelen- als obligatiekoersen stijgen. Het duidt erop dat de renteverlagingen misschien uiteindelijk toch effect beginnen te sorteren.

Belangrijk voor de houdbaarheid van een eventuele hausse is natuurlijk de vraag of de bedrijfswinsten verbeteren. De lage rente kan daarbij helpen, de hoge werkloosheid is er een gevolg van. De bedrijven stellen immers, zelfs na drie jaar, vast dat zij nauwelijks ruimte hebben om hun prijzen te verhogen. De meeste bedrijven slagen er ook nauwelijks in hun omzetten op te drijven. Als zij hogere winsten realiseren, is dat te danken aan kostenbesparingen.

Voorlopig werkt het recept nog. Morgan Stanley meldt dat de Europese bedrijven in het eerste kwartaal een gemiddelde winstklim realiseerden van 17 procent, de Amerikaanse bedrijven een winstverbetering van 11,7 procent.

Mooi, maar hoe lang kunnen de bedrijven hun winsten nog opvoeren louter door op de kosten te besparen? Ook hier is nood aan economische beterschap.

De beursstijging zelf kan daar overigens een steentje toe bijdragen. De hype van eind de jaren 90 zorgde voor een welvaartsgevoel dat zijn weerslag vond in de reële economie. De koersdaling van de voorbije jaren heeft ongetwijfeld invloed gehad op het pessimisme bij de consumenten. Naarmate het herstel langer duurt, is dat een bijkomende reden om op economisch herstel te hopen.

Trouwens, de beurshausse is een zelfversterkend verschijnsel en dat is des te meer het geval naarmate ze langer duurt. Deels is dat terug te brengen tot rechtstreekse effecten: bedrijven met aandelen in portefeuille, zoals bijvoorbeeld verzekeringen, worden louter door de beursstijging meer waard. En de beursstijging creëert een momentum: de beleggers zien dat de beurs blijft stijgen, verder dan zij gedacht hadden. Omdat zij vrezen de verdere stijging te missen, besluiten zij uiteindelijk toch in te stappen.

Zowel in de VS als in Europa melden waarnemers een voorzichtige terugkeer van de kleine belegger. Ook makelaars in ons land stellen dat vast, hoewel er vaak bij vermeld wordt dat die terugkeer nog erg schuchter gebeurt, vaak via fondsen met kapitaalbescherming.

Guido VANLINTHOUT

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n