Obligatietrap wapent belegger tegen rendementsschommelingen

Hoewel obligaties te boek staan als veilige beleggingen, kan de volatiele marktrente tussentijds toch stevig interen op de waarde van een obligatieportefeuille. 'Via een 'obligatietrap', waarbij de vervaldag van iedere obligatie gespreid is over een welbepaalde periode, kan de belegger dit risico reduceren. Bovendien garandeert de trap een regelmatige kasstroom', stelt Hans d'Haese, hoofd van de afdeling Analyse en Studie van de Buck Vermogensbankiers.

Kies voor zekerheid, kies voor obligaties, luidt een van de vaste beleggingsregels. Die zekerheid is er des te meer wanneer het gaat om overheidsobligaties. Bij bedrijfsobligaties is de kans dat de belegger zijn investering verliest door het faillissement van het emitterende bedrijf niet denkbeeldig. In welke mate de belegger beschermd is tegen een mogelijk faillissementsscenario, zal tot uiting komen via de kredietwaardigheidsratings die toegekend worden door Standard & Poor's, Moody's of Fitch IBCA, de grote kredietwaardigheidsbureaus. Hoe hoger de rating, hoe beter de financiële gezondheid van het bedrijf, hoe kleiner de kans dat de belegger moet vrezen voor zijn investering.

Maar ook overheidsobligaties houden bepaalde risico's in. Wie zijn investering voor de eindvervaldag te gelde wil maken omdat hij het geld goed kan gebruiken, moet er rekening mee houden dat de opgestreken opbrengst (een stuk) lager kan liggen dan de begininvestering. Op het moment van de verkoop kan de koers van de obligatie immers (veel) lager liggen dan de koers bij aankoop.

Dat zal het geval zijn als de marktrente, in België is dat het rendement van de OLO op 10 jaar, sinds de aankoop (flink) gestegen is. Een hogere marktrente roomt de waarde af van bestaande obligaties. Die brengen minder op dan nieuwe obligaties zodat beleggers de bestaande obligaties zullen verkopen en hun koers zal dalen. Andersom kan de koers (stevig) gestegen zijn als de marktrente ondertussen gedaald is. Met andere woorden: ook overheidsobligaties zijn niet immuun voor marktschommelingen.

'Voor beleggers die dergelijke marktevoluties vrezen, bestaat er een manier om een portefeuille met vastrentend papier op te bouwen met slechts een beperkt marktrisico, terwijl toch een hoger rendement kan worden behaald dan met kortetermijnbeleggingen. Dit geldt des te meer in periodes met een steile rentecurve zoals nu.' Dat stelt Hans d'Haese, die bij de Gentse vermogensbeheerder De Buck Vermogensbankiers verantwoordelijk is voor de afdeling 'Analyse en Studie'. De strategie omschrijft D'Haese als de 'obligatietrap'. 'Bij een dergelijke trap koopt een belegger obligaties waarbij de vervaldagen van de obligaties die de belegger in portefeuille neemt gespreid zijn over een welbepaalde periode. Een belegger kan bijvoorbeeld een reeks obligaties kopen waarvan er ieder jaar een vervalt, de eerste in 2004, de laatste over 10 jaar in 2012. Zo'n trap van 9 'treden' zou dan een gemiddelde looptijd hebben van 6 jaar. Het totale rendement zal in de buurt liggen van een obligatie op 6 jaar, al is dit vanzelfsprekend afhankelijk van de vorm van de yieldcurve' aldus D'Haese.

'Maar het bijzondere van de obligatietrap is dat hij voordelen biedt die een, in het voorbeeld, 6-jarige obligatie niet biedt. De trap vermindert immers zowel de schommelingen in de opbrengsten van een obligatieportefeuille over een langere periode als het marktrisico.'

'De obligaties die elk jaar op vervaldag komen, worden herbelegd aan de op dat moment geldende rentevoeten. Logischerwijs zal het rendement van een belegger met een 'getrapte' portefeuille met een gemiddelde looptijd van 6 jaar minder schommelen dan het rendement van een belegger met enkel obligaties van 6 jaar.'

D'Haese merkt op dat het marktrisico, dat gemeten wordt aan de hand van de schommelingen of de volatiliteit van een obligatiekoers bij een verandering van de marktrente, bij een obligatietrap kleiner zal zijn dan bij een individuele obligatie met een overeenstemmende looptijd. 'Op die manier is de trap minder onderhevig aan rentebewegingen dan de individuele obligatie met dezelfde looptijd.'

'Belangrijk is dat de belegger via de trap een grote flexibiliteit kan inbouwen in zijn portefeuille én dat hij die flexibiliteit ook gebruikt', aldus D'Haese. 'De belegger moet een obligatietrap niet in een keer beklimmen. Dat kan in fases gebeuren, naarmate er zich opportuniteiten voordoen of naarmate er liquiditeiten te beleggen zijn. Bovendien kan men dan precies met die treden beginnen die er, op basis van de renteverwachtingen op korte termijn, het interessantst uitzien.'

'Vanzelfsprekend laat ook de trap een spreiding toe tussen overheidsobligaties en bedrijfsobligaties. Daarbij lijkt het voor bedrijfsobligaties aangewezen om emittenten te kiezen uit verschillende economische sectoren.'

'Ten slotte zorgt de obligatietrap ervoor dat de belegger zich van een regelmatig inkomen verzekert via de genoten rente én het vrijkomende kapitaal. Dat inkomen is bijvoorbeeld een aantrekkelijke aanvulling op een pensioen na een actieve loopbaan.'

'Die aanvulling zou de komende jaren trouwens van langsom meer van obligaties kunnen komen. De hoge rendementen die de afgelopen jaren te verdienen vielen op aandelen, lijken de komende jaren in ieder geval niet meer realiseerbaar', aldus D'Haese.

'De komende maanden verwachten we alvast dat obligaties beter zullen presteren dan aandelen. De Europese langetermijnrente zal volgens ons de komende maanden met een kleine 40 basispunten terugvallen tot 4,70 procent. Enerzijds blijkt nu dat de inflatieverwachtingen te hooggespannen waren, anderzijds waren de verwachtingen voor de winstgroei van de bedrijven te optimistisch. Bovendien heeft de Amerikaanse centrale bank geen monetaire munitie meer om de aandelenkoersen aan te wakkeren omdat de rente al zo laag staat. Daarom denk ik dat aandelenbeleggers al blij mogen zijn als ze dit jaar een positieve return boeken op hun aandelenportefeuille', besluit D'Haese.

Dirk MICHIELSEN

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud