Staats- of bedrijfsobligaties: geen eenvoudige keuze

(tijd) - Wat zijn vandaag alternatieven voor de laag renderende staatsobligaties? Hogerrenderende bedrijfsobligaties bijvoorbeeld. Maar de vraag is of 'corporates' nog interessant zijn na de sterke koersstijgingen van de jongste maanden. De toekomstige economische ontwikkelingen in de VS bepalen het antwoord. Al hoeft het dilemma tussen staats- en bedrijfspapier niet te spelen. De belegger kan diversifiëren en beide obligaties kiezen.

Beleggers die vandaag voor zekerheid kiezen, worden amper beloond. Niet alleen brengen de kasbons en de spaarboekjes na de recente tariefverlagingen een pak minder op. Ook de vastrentende staatsobligaties boeten door de scherpe daling van de marktrente fors aan rendement in. Het rendement op een 10-jarige Belgische overheidslening of OLO bevindt zich al enige tijd onder de 4 procent. Wie zijn geld dus via de lening op 10 jaar uitzet, verdient jaarlijks minder dan 4 procent.

Op welke manier kan de obligatiebelegger zijn rendement opkrikken? Door meer risico te nemen. Dat hoger risico vindt hij bij bedrijfsobligaties. In tegenstelling tot de emittent van een staatslening, de overheid, kan de emittent van een bedrijfsobligatie, het bedrijf, failliet gaan.

Om beleggers aan te trekken, zal het bedrijf een premie moeten bieden bovenop de risicovrije rente van een staatsobligatie. Die premie weerspiegelt het faillissementsrisico. Hoe hoger de kredietwaardigheid van het bedrijf, hoe lager de premie en vice versa. Slotsom: een bedrijfsobligatie biedt een hoger rendement dan een staatsobligaties.

Door de zwakke economische situatie en de talloze winstwaarschuwingen die ondernemingen de wereld instuurden, steeg het rendementsverschil tussen bedrijfs- en overheidsobligaties vorig jaar fors. De internationale ratingagentschappen Moody's, Standard & Poor's en Fitch IBCA verlaagden de rating of het kredietwaardigheidsniveau van talloze bedrijven. Bijgevolg moesten de bedrijven investeerders een veel hogere risicopremie aanbieden op hun obligaties.

De rendementskloof tussen bedrijfs- en staatsobligaties bereikte in oktober vorig jaar een hoogtepunt. Het gemiddelde rendement tussen bedrijfsobligaties uit de eurozone met een looptijd van 4 à 5 jaar en met een rating BBB en staatsobligaties uit de eurozone met eenzelfde looptijd bedroeg toen meer dan 250 basispunten. Het verschil tussen 'corporates' en staatsobligaties met een rating 'A' bedroeg toen zo'n 120 basispunten.

Maar sindsdien is dat rendementsverschil serieus gedaald. Dat komt omdat beleggers begonnen te anticiperen op het economische herstel. Die anticipatie uitte zich in hogere aandelenkoersen. Aangezien de hogere aandelenkoersen een voorlopende indicator zijn voor betere bedrijfsresultaten, gingen almaar meer beleggers ook bedrijfsobligaties kopen.

De perceptie ontstond dat de hoge coupons die bedrijven aanboden op hun obligaties het risicoprofiel van de bedrijven overschatten. Niet alleen kreeg de belegger via een bedrijfsobligatie een veel hogere vergoeding dan op een staatsobligatie met eenzelfde looptijd. Door het verwachte economische herstel daalde bovendien het kredietwaardigheidsrisico, redeneerden de investeerders.

De grote belangstelling voor bedrijfsobligaties joeg de koersen fors de hoogte in. Dat leidde tot een zeer stevige daling van de rendementen op de bedrijfsleningen, waardoor ook het rendementsverschil met de staatsleningen gevoelig kromp.

Het rendementsverschil tussen de bedrijfsobligaties met een rating 'BBB' en looptijd van 4 à 5 jaar en de staatsobligaties uit de eurozone met eenzelfde looptijd bedraagt vandaag nog maar zo'n 130 basispunten.

De kloof tussen de leningen met een rating 'A' is dichtgeslibd tot zo'n 60 basispunten. Dat betekent dat de meervergoeding op bedrijfsobligaties veel magerder is dan enkele maanden geleden. Niettemin verdient de belegger nog een pak meer dan op staatsobligaties.

De grote vraag is of het vandaag interessant blijft te investeren in bedrijfsobligaties. Meteen rijst ook de vraag of de houder van bedrijfsobligaties de koerswinst van de jongste maanden moet verzilveren of mag hopen op meer winst.

'Het antwoord op die vraag schuilt in het economische scenario in de Verenigde Staten. Want hoe je het ook draait of keert, de situatie in de VS blijft determinerend voor de Europese situatie. Zelfs bij een Europese groeivertraging blijft de Amerikaanse rente de Europese rente bepalen', stelt Philippe Druart, hoofdeconoom van Bank Nagelmackers.

'Ofwel stevenen de VS niet af op een scenario van deflatie en begint het economische herstel in de VS zich duidelijk te manifesteren. Ofwel verbetert de economische situatie in de VS de komende maanden niet en blijft het deflatiescenario actueel.'

'In het eerste scenario blijven bedrijfsobligaties interessant omdat het gunstige economische scenario de koersen van de bedrijfsobligaties verder zal ondersteunen. Wie vandaag intekent, geniet dan nog van een mooi rendementsvoordeel ten opzichte van staatsobligaties en mag hopen op koerswinst', aldus Druart.

'Het tweede economische scenario speelt in het nadeel van de bedrijfsobligaties. Het risicoprofiel van de 'corporates' zal opnieuw stijgen. Dat zorgt opnieuw voor lagere koersen en een toename van de spread.'

De hoofdeconoom van Bank Nagelmackers meet het eerste scenario veel meer kans toe. Hij sluit zelfs niet uit dat de Amerikaanse economie geen nieuwe renteverlaging nodig heeft om het herstel tot stand te brengen. 'Als ik vandaag zou moeten kiezen tussen bedrijfsobligaties en staatsobligaties, kies ik voor bedrijfsobligaties, ook al omdat het rendement op staatsobligaties zeer laag is. Maar de keuze hangt natuurlijk af van het risicoprofiel van de belegger.'

'Defensieve beleggers bevelen we nog altijd enkel overheidsobligaties aan', stelt Sabine Riga, portfolio manager bij Bank Nagelmackers. 'Voor minder defensieve beleggers durven we nog altijd obligaties uit de telecomsector aanraden. Door de schuldafbouw in de sector zien de financiële fundamenten van de bedrijven er veel beter uit dan enkele jaren geleden.'

'Al hoeft men niet te kiezen tussen bedrijfs- en staatsobligaties. In het kader van een goede diversificatie loont het zeker om de risicoprofielen van beide obligaties te combineren', laat Druart verstaan.

Dirk MICHIELSEN

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud