Converteerbare obligaties en obligaties met warrant

Een vennootschap die obligaties uitgeeft, gaat schulden aan: ze bekomt vreemde middelen. Een onderneming die aandelen uitgeeft, verwerft of verhoogt haar kapitaal of haar eigen middelen. Er bestaan ook tussenvormen. De bekendste zijn converteerbare obligaties en obligaties met warrants. Deze tussenvormen hebben vergelijkbare basiseigenschappen: de emitterende onderneming geeft via deze effecten in de eerste plaats vreemde middelen uit, die in bepaalde omstandigheden kunnen worden omgezet in eigen middelen.

De converteerbare obligatie en de obligatie met warrant zijn in de eerste plaats obligaties, maar er hangt een welbepaald recht aan vast: het recht om tijdens een vooraf vastgestelde periode of tijdstip en tegen bepaalde voorwaarden een ander effect of goed te bekomen. Bij een converteerbare obligatie kan dat recht niet worden losgekoppeld van de obligatie. Bij een obligatie met warrant kan dat wel. Een warrant kan dus ook apart worden verhandeld.

De financiële producten die men met een warrant of een converteerbare obligatie kan kopen, noemt men onderliggende waarden. De meest voorkomende onderliggende waarde is een aandeel. Er bestaan ook warrants en converteerbare obligaties die recht geven op bijvoorbeeld grondstoffen, wisselkoersen, obligaties en korfjes of indexen van aandelen.

De onderneming die converteerbare obligaties of (obligaties met) warrants uitgeeft, heeft twee voordelen: de financieringskosten zijn lager en ze heeft de mogelijkheid om haar middelen te verruimen. Zulke emissies bieden een onderneming als het ware de mogelijkheid om reeds aandelen te verkopen tegen (hogere) toekomstige koersen, bijvoorbeeld op een ogenblik dat de eigen beurskoers of het algemene beursklimaat de onmiddellijke uitgifte van nieuwe aandelen voor de onderneming onaantrekkelijk of zelfs onmogelijk maakt.

Een variante op de converteerbare obligatielening is de verplicht converteerbare obligatielening. De voordelen die dit instrument voor de belegger in petto heeft, lijken minder duidelijk. Hij verliest immers zijn keuzemogelijkheid. Er zijn echter fiscale overwegingen te maken, zowel door de belegger als door de emitterende onderneming. Er is een groot verschil op het vlak van roerende voorheffing tussen inkomsten uit obligaties en inkomsten uit aandelen. De wetgever bekijkt dividenduitkeringen niet als rentelasten maar als financiële kosten. Rentelasten mogen dus van de winst worden afgetrokken, dividenden niet.

Hierna bekijken we vier populaire hybride producten: de converteerbare obligatie, de reverse convertible, de door ondernemingen uitgegeven warrants en de door gespecialiseerde instellingen uitgegeven gedekte warrants.

- Een converteerbare obligatie is een obligatie die onder bepaalde voorwaarden kan worden omgezet in bijvoorbeeld aandelen. De omwisseling kan gebeuren tijdens een vooraf vastgestelde periode, de conversieperiode. Ook de voorwaarden waartegen de obligaties in aandelen worden omgezet (de conversieverhouding en de conversieprijs) liggen van bij de uitgifte vast. Net als de gewone obligatie heeft de converteerbare obligatie een vaste looptijd en keert ze jaarlijks een coupon uit. Die coupon ligt lager dan de coupon van een gewone obligatie.

- De reverse convertible (in het Nederlands: omgekeerde inwisselbare obligatie) is een sinds 1998 populaire variante van de gewone converteerbare obligatie. Het principe is identiek: het gaat om een obligatie die gedurende zijn looptijd kan worden omgezet in een ander financieel product, meestal een aandeel. Het recht om naar eigen goeddunken te converteren ligt bij de reverse convertible echter niet bij de belegger, maar bij de onderneming die de obligaties uitgeeft.

Deze omgekeerde situatie impliceert nog andere belangrijke verschillen tussen converteerbare obligaties en reverse convertibles. Ten eerste ligt de coupon van een reverse convertible hoger in plaats van lager dan de coupon van een gewone obligatie. Ten tweede worden de reverse convertibles meestal door een financiële instelling uitgegeven. Die financiële instelling beslist dus of ze de obligatie in liquiditeiten of in aandelen terugbetaalt. De aandelen in kwestie zijn bestaande aandelen, meestal van een onderneming die niets met de financiële instelling te maken heeft. In tegenstelling tot de gewone converteerbare obligatie leidt de conversie van reverse convertibles dus niet tot de creatie van aandelen. Ook dit is een belangrijk verschil.

In periodes van lage rentetarieven en hoge beurskoersen is de reverse convertible een aantrekkelijk alternatief voor laagrentende obligaties. Zelfs bij een referentierente op lange termijn van 5 procent en minder, biedt de reverse convertible vaak nog een jaarlijkse coupon van 9 procent of meer. De belegger loopt evenwel een risico: indien de beurskoers van het aandeel intussen fors daalt, moet hij toch nog de aandelen tegen de vooraf vastgelegde hogere koers kopen.

Voor dat risico ontvangt de belegger een premie, die net als de gewone optiepremie afhankelijk is van factoren als het renteniveau, dividenden, de resterende looptijd, de uitoefenprijs en de volatiliteit van het onderliggende aandeel (meer over opties, zie het betreffende hoofdstuk). Die premie wordt niet onmiddellijk uitgekeerd zoals bij opties, maar gespreid over de coupons. De jaarlijkse coupon van de reverse convertible is dus de som van de risicovrije rente en de premie. In een volatiele beursomgeving kan de premie gemakkelijk 6 à 7 procent bedragen, en de totale coupon ruim 10 procent.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud