Wie zijn de financiële spelers?

Bij het financieel gebeuren kan je vier grote groepen belanghebbenden onderscheiden: d beleggers, ondernemingen, financiële instellingen en de overheid. Zij worden hier enkel in grote lijnen geschetst.

Een belegger verstrekt zijn gespaarde middelen aan andere marktpartijen en wordt daarvoor vergoed. Onder de beleggers wordt een onderscheid gemaakt tussen particuliere en institutionele beleggers. Een particuliere belegger investeert op eigen houtje zijn financiële middelen, een institutionele belegger verzamelt middelen bij individuele beleggers om ze vervolgens te investeren.

De particuliere belegger was traditioneel de belangrijkste beleggersgroep. De jongste jaren is hij echter verdrongen door de institutionele beleggers. Beleggings- en pensioenfondsen zijn nu de belangrijkste investeerders geworden.

Beleggers hebben middelen op overschot. Direct via de financiële markten of indirect door tussenkomst van financiële instellingen schuiven zij die middelen door naar particulieren met een geldtekort voor de bouw of de aankop van een huis, ondernemingen die willen expanderen of hun productiepark vernieuwen en overheden die een expansief budgettair beleid voeren of met zware schulden kampen.

Ondernemingen kunnen zich op tal van wijzen financieren. In België vindt slechts een miniem gedeelte van de financieringen door ondernemingen plaats via openbaar beroep op spaargelden.

Financiële instellingen zijn er in alle maten en vormen. In ruime zin zijn ook de georganiseerde financiële markten (beurzen), pensioen- en beleggingsfondsen, holdings, levensverzekeringsmaatschappijen en zelfs centrale banken en schatkisten financiële instellingen. In meer enge zin zijn in België voor beleggings- en financieringsproducten de voornaamste financiële instellingen de banken, beursvennootschappen, vermogensbeheerders en beleggingsadviseurs.

- Banken . Nog steeds is de belangrijkste taak van de kredietinstellingen de omzetting van kortetermijndeposito's in langetermijnkredieten, de zogenoemde intermediatiefunctie. Financiële instellingen geven financiële vorderingen uit in ruil voor de ontvangst van liquiditeiten en met die liquiditeiten verstrekken zij leningen. De vergoeding voor deze omzetting is de rentemarge, het verschil tussen de ontvangen rente op de verstrekte leningen en de betaalde rente op de verzamelde middelen.

De bemiddelingsrol van de financiële instellingen heeft voor hun klanten een aantal voordelen: zij moeten niet langer zelf op zoek gaan naar een geschikte en voldoende kredietwaardige tegenpartij; en hun mogelijkheden om voor een bepaalde looptijd geld te ontlenen of uit te lenen verruimen heel wat.

Banken spelen ook een grote rol in het betalingsverkeer. Tegenwoordig tariferen de kredietinstellingen deze diensten, als makelaars die vergoed worden via commissies. Een andere tendens is de vermindering van de rente-inkomsten in de totale bancaire activiteit. Niet enkel het betalingsverkeer maar ook de verkoop van beleggingsfondsen, vermogensbeheer en advies bij ingewikkelde kapitaaloperaties (investment banking) leveren almaar meer commissie-inkomsten op.

- Beursvennootschappen mogen "enkel actief zijn in transacties in effecten en andere financiële instrumenten, dienstverlening inzake effecten en andere financiële instrumenten, valutahandel en werkzaamheden die zich in dit kader situeren of hier rechtstreeks bij aansluiten".

Om elke vorm van financiële beunhazerij bij voorbaat zo goed als onmogelijk te maken, heeft de wetgever ook getracht een aantal vormen van belangenvermenging uit te sluiten. Beursvennootschappen mogen geen duurzame band aangaan met handelsvennootschappen via het nemen van participaties. Ze mogen er slechts in investeren als belegging of voor wederverkoop.

Verder mogen beursvennootschappen geen gelddeposito's ontvangen of kredieten toestaan. Dat verbod geldt niet voor zichtdeposito's of deposito's op ten hoogste drie maanden die bestemd zijn voor de aankoop van effecten of de terugbetaling van verkochte effecten. Ook ontlenen mag, als dat in het kader van de normale uitoefening van de activiteiten van de beursvennootschap gebeurt.

- Vennootschappen van vermogensbeheerders en beleggingsadviseurs . De vermogensbeheerder heeft de bevoegdheid om, zo nodig, op eigen initiatief daden van beschikking te stellen met betrekking tot de vermogensbestanddelen van spaarders. Concreet betekent dit dat hij orders voor rekening van de cliënt mag laten uitvoeren. Bij beleggingsadvies bestaat zo'n volmacht niet.

Alle vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies moeten ingeschreven zijn bij de Commissie voor het Bank- en Financiewezen en zijn aan haar controle onderworpen.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud