Advertentie

'The General Theory of Employment, Interest and Money' van John Maynard Keynes (1936)

(tijd) - 'De beurs is, als het ware, een spelletje snap of schoppenboer, of een stoelendans: een tijdverdrijf waarin de winnaar net niet te vroeg of te laat 'Snap!' zegt of de schoppenboer kan doorgeven voordat het spel eindigt, of een stoel kan bemachtigen als de muziek stopt.' Aldus luidt de weinig flatterende beursvisie van de briljante econoom John Maynard Keynes. Een dergelijke opinie van zo'n man was vanzelfsprekend erg ongunstig voor de ontwikkeling van de beleggingstheorie.

John Maynard Keynes in 1925, net voor hij de opera van New York binnengaat. Foto: Corbis

Keynes is allicht de grootste economische denker uit de geschiedenis. Maar hij is veel meer dan dat. Hij was een groot kunstliefhebber. Hij beschikte over een uitstekende pen: zelfs de grote dichter T.S.Eliot was vol lof over Keynes' schrijverskwaliteiten. En hij speelde een belangrijke politieke rol. Keynes was er na de Eerste Wereldoorlog bij toen Duitsland in Versailles zwaar werd gestraft. Hij schreef nadien zijn onvrede neer in de ontluisterende bestseller 'Economic Consequences of Peace'. Hij speelde een adviserende hoofdrol toen de Amerikaanse president Franklin Roosevelt vanaf 1933 de Grote Depressie te lijf ging met zijn New Deal. Hij was in 1944 een van de grote bezielers tijdens die legendarische vergadering van Bretton Woods, die in enkele dagen geldstromen en wisselkoersen reguleerde en de supranationale instellingen Internationaal Monetair Fonds (IMF) en Wereldbank oprichtte.

Hij schreef ook 'The General Theory', zonder twijfel het meest invloedrijke economische werk van de 20ste eeuw. Het boek bood een set nieuwe antwoorden op oude vragen, over de werkgelegenheid, de fiscale en monetaire politiek, het spaar-, consumptie- en investeringsgedrag.

Enkele voorbeelden. Het is niet zo dat het volledige inkomen per se wordt uitgegeven en de vraag zich aldus automatisch aanpast aan het aanbod, hamerde Keynes. Of dat het rentetarief een superhandig mechanisme is om het evenwicht tussen sparen en investeren te bewaren. Nochtans waren de klassieke economische theorieën op die premisses gebaseerd.

Hamsteren

Waarom klopten ze niet? Keynes: 'Omdat mensen onzeker zijn. Ze hamsteren.' Zelfs indien het logisch lijkt dat ze het niet-uitgegeven deel van hun inkomen laten renderen op een spaarboekje of via een beleggingsproduct, stoppen velen hun geld vaak tijdelijk onder hun matras. Hetzelfde geldt voor de bedrijven. Natuurlijk baseren de ondernemers hun investeringsbeslissingen op de rente (de kostprijs om geld te ontlenen) en de verwachte opbrengst van het project. Maar ze moeten bovendien vertrouwen hebben in de toekomst.

John Maynard Keynes schreef zijn meesterwerk tijdens de Grote Depressie van de jaren dertig. De rente zakte fors, maar desondanks waren bedrijven niet geneigd te investeren en waren de gezinnen niet bereid te consumeren. De klassieke mechanismen werkten niet meer, omdat iedereen schrik had geld uit te geven. Er werd volop gehamsterd.

In de leer van Keynes staat het begrip 'geld uitgeven' centraal. Een bevolking die veel consumeert, is een zegen voor haar maatschappij. Een bedrijfswereld die veel investeert eveneens. Aangezien het rentepeil vaak tekortschiet om consumptie en investeringen op peil te houden, moet de overheid zelf een actievere rol spelen. Dat kan door zelf meer geld uit te geven, bijvoorbeeld via grote publieke werken, of door de belastingen te drukken.

'The General Theory' bevat meer vernieuwende economische redeneringen die tot vandaag belangrijk zijn, zoals het multiplicatoreffect, de liquiditeitsval, de consumptiefunctie en de looneenheid. Het zijn allemaal economische basisbegrippen geworden. Bovenop dat alles verwerkte Keynes, zelf een erg gerespecteerd belegger, nogal wat nuchtere inzichten over beleggen en beleggers in zijn meesterwerk.

De hooghartige Keynes trok van leer tegen de 'dierlijke instincten' die de beurskoersen bepalen. 'Een bepaalde beurswaarde, die het resultaat is van de massapsychologie van een groot aantal onwetende beleggers, kan hevig wijzigen, omdat de opinie van de massa wijzigt op basis van compleet onbelangrijke factoren', fulmineert hij. 'Paniek en ijdele hoop sijpelen nooit weg op de beurs. Ze zijn altijd aanwezig, net onder de oppervlakte.'

Mooiste snoeten

Keynes haalt ook de professionele beleggers over de hekel. 'Ze houden zich niet bezig met superieure voorspellingen over de lange termijn. Ze proberen gewoon in te schatten hoeveel waarde de markt, onder invloed van de massapsychologie, een belegging over drie maanden tot een jaar zal geven.'

Daarna geeft Keynes een beroemde metafoor: 'Professioneel beleggen kan worden vergeleken met de schoonheidswedstrijden in de kranten, waarbij de deelnemers de mooiste zes snoeten moeten selecteren uit honderd foto's. De winnaar is degene wiens keuze het dichtst de consensus benadert. Elke deelnemer kiest dus niet de foto's die hij zelf het mooist vindt, maar die waarvan hij vermoedt dat alle andere ze het mooist vinden.' Hij gaat nog een stap verder. 'Het gaat er zelfs niet om wat de deelnemer denkt dat de gemiddelde deelnemer verkiest. We hebben hier de derde graad bereikt, waarin deelnemers trachten te anticiperen wat de gemiddelde opinie verwacht wat de gemiddelde opinie zal zijn.'

Keynes' metafoor werd enkele jaren geleden omgebouwd tot een vraagstukje. Een groot aantal deelnemers wordt gevraagd een getal te kiezen van 0 tot 100. De winnaar is degene wiens getal het dichtst twee derde van het gemiddelde van alle getallen benadert.'

Welk getal zou u kiezen?

Lees hier het rationele antwoord.

33,3 lijkt een logisch antwoord. Dat is twee derde van 50, het gemiddelde van de reeks van 0 tot 100. Maar doorgewinterde spelers houden rekening met het gedrag van anderen. Zij gaan ervan uit dat iedereen het logische antwoord 33,3 geeft en geven dus zelf twee derde van die 33,3 op. Dat is 22,2. Maar wat indien iedereen zo redeneert en het gemiddelde 22,2 is? Dan geeft u 14,8 op. Uiteindelijk, als iedereen de juiste logica volgt, is het enige juiste antwoord 0. In de praktijk zal het antwoord, afhankelijk van het testpubliek, tussen 15 en 30 liggen.

Pierre HUYLENBROECK

Waarom is dit een meesterwerk?

  • 'The General Theory' breekt radicaal met de klassieke economische opvattingen: er is geen evident verband tussen sparen en investeren en het rentebeleid heeft wel degelijk beperkingen.
  • De overheid moet een grotere rol spelen om het aanbod te beïnvloeden.
  • Beleggers laten zich leiden door hun 'dierlijke instincten'.
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud