Advertentie

Weinig winnaars in oorlog om Chinese noteringen in VS

De beursgang van Didi Chuxing in New York was voor de Chinese overheid het startsein voor een campagne tegen buitenlandse noteringen. ©REUTERS

Nu de Chinese overheid haar bedrijven ontraadt een beursnotering in de VS te zoeken, riskeert de pijplijn droog te vallen. Een tegenvaller voor Amerikaanse zakenbanken, beurzen en beleggers. Alleen Hongkong lacht in zijn vuistje.

Het was een opvallend groen lichtpuntje woensdag te midden van de hetze die de Chinese overheid ontketend heeft tegen binnenlandse bedrijven die het aandurven een beursnotering in New York te zoeken. Terwijl de koersen van de geviseerde Chinese techbedrijven rood kleurden, won het aandeel van de uitbater van de beurs van Hongkong ruim 5 procent. Beleggers rekenen erop dat die beurs een zeldzame winnaar wordt van China’s demarche, die kadert in de bredere spanningen tussen de VS en China. De verwachting is dat Hongkong Chinese beursintroducties (IPO) zal wegkapen van New York.

De voorspelling dat Chinese bedrijven voortaan tweemaal zullen nadenken vooraleer een New Yorkse IPO te lanceren, werd donderdag al meteen bewaarheid. LinkDoc Technology, een Chinese specialist in medische data, deelde mee dat het zijn geplande IPO in New York voorlopig afblaast. Het bedrijf wilde tot 211 miljoen dollar ophalen via een beursgang, die onder meer begeleid wordt door de Amerikaanse zakenbank Morgan Stanley. LinkDoc is de eerste Chinese beurskandidaat die lijkt te buigen voor de Communistische Partij. Het zal volgens waarnemers niet de laatste zijn.

De essentie

  • Met LinkDoc Technology blaast een eerste Chinees bedrijf zijn geplande beursgang in New York af sinds Peking een scherper toezicht aankondigde op buitenlandse noteringen.
  • Voor de New Yorkse beurzen en zakenbanken is de gevreesde exodus van Chinese beurskandidaten een ferme streep door de rekening.
  • De beurs van Hongkong, en in minder mate die van Sjanghai en Shenzhen, kunnen de lachende derde worden.

Sinds de taxiapp Didi Chuxing eind vorige week haar debuut heeft gemaakt op de New York Stock Exchange (NYSE), is de Chinese overheid een agressieve campagne begonnen tegen Chinese bedrijven met Amerikaanse beursambities. Didi werd vorig weekend door de Chinese cybertoezichthouder CAC gedwongen zijn app uit de appstores te halen uit bezorgdheid om de beveiliging van zijn schat aan klantendata. Het nieuws kostte de taxiapp liefst 15 miljard dollar aan beurswaarde dinsdag. Ook twee andere recente Chinese IPO’s in New York, Full Truck Alliance en Kanzhun, kregen het aan de stok met de CAC. Dinsdag escaleerde de overheid haar aanval door strenger toezicht op buitenlandse noteringen van Chinese bedrijven aan te kondigen.

Data

Volgens waarnemers is het duidelijk dat China liever geen Amerikaanse noteringen voor Chinese bedrijven meer ziet, zeker niet als er data in het spel zijn. Dat laatste is typisch het geval voor Chinese techbedrijven, die sinds het najaar in het vizier van de Communistische Partij lopen. Die belette toen in extremis een IPO van de fintechspeler Ant na kritiek van oprichter Jack Ma op de toezichthouders. De overheid wil voorkomen dat private techgiganten als Alibaba of Tencent de macht van de partij bedreigen.

China ziet liever geen Amerikaanse noteringen voor Chinese bedrijven meer, zeker niet als er data in het spel zijn.

Met de aanval op Didi is daar een geopolitieke dimensie bijgekomen. Ex-president Donald Trump ondertekende eind vorig jaar een wet die dreigt Chinese bedrijven van de Amerikaanse beurs te gooien als ze niet voldoen aan de Amerikaanse auditverplichtingen, een actie die de huidige regering-Biden steunt. De CAC verwijst naar die wet voor zijn recente optreden door de vrees te uiten dat Amerikaanse audits kunnen leiden tot het lekken van data naar het buitenland.

Het Didi-debacle, dat Amerikaanse beleggers die intekenden op de IPO een bom geld dreigt te kosten, verhit de politieke gemoederen in de VS. Volgens de Republikeinse senator en Chinahavik Marco Rubio was het ‘onverantwoord’ de IPO te laten doorgaan en ‘onderstreept dit het risico’ dat Amerikaanse beleggers in Chinese aandelen lopen. Dat de CAC Didi’s app pas na de IPO in de ban deed en beleggers dus met een kater opzadelde, wekt extra wrevel.

Exodus

Niet alleen beleggers delen in de klappen. Ook voor de New Yorkse beurzen en zakenbanken is de mogelijke exodus van Chinese IPO-kandidaten een ferme streep door de rekening. Vandaag noteren een kleine 250 Chinese bedrijven met een totale beurswaarde van goed 2.000 miljard dollar op de NYSE en de Nasdaq, die via dat buitenlandse kanaal de jarenlange terugval in noteringen van Amerikaanse bedrijven proberen te compenseren. Voor de begeleidende zakenbanken leverden Chinese IPO’s in de VS dit jaar al 486 miljoen dollar aan commissies op, met Goldman Sachs en Morgan Stanley als grootste slokoppen.

Amerikaanse bankiers zien de rest van het jaar somber in en vrezen dat veel Chinese beurskandidaten hun kar zullen keren.

De bankiers zien de rest van het jaar plots somber in en vrezen dat veel Chinese bedrijven hun kar zullen keren. Voorlopig waren er nog acht Chinese IPO’s aangemeld bij de Amerikaanse beurswaakhond SEC. Wie zijn IPO doorzet, riskeert een lagere waardering te moeten slikken door de schaduw van onzekerheid die de Chinese regelgever werpt.

De banken die de Didi-IPO begeleidden hebben intussen aandeelhoudersrechtzaken aan hun been omdat het bedrijf in zijn prospectus niet duidelijk gemaakt zou hebben dat er al gesprekken liepen met de CAC. Die zou Didi aanbevolen hebben zijn IPO uit te stellen.

De beurs van Hongkong, en in mindere mate die van Sjanghai en Shenzhen, kunnen de lachende derde worden van de Chinese exit uit New York. Al biedt geen enkele beurs tot nader order de verhandelbaarheid en het prestige van Wall Street.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud