Vlaams onderwijs is wereldklasse

PISA2000 is een studie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Die ging in meer dan 30 landen na wat 15-jarige leerlingen moeten kennen om te kunnen meedraaien in het onderwijs, de sociale omgeving en de arbeidswereld. Voor Vlaanderen namen 124 scholen deel aan de studie. In elke school werden 35 leerlingen geselecteerd die een test van twee uur dienden af te leggen en een lijst invulden met vragen over hun achtergrond.

PISA2000 concentreerde zich vooral op het aspect leesvaardigheden. Daarin scoort Vlaanderen bijzonder goed. Enkel Finland doet het nog beter. Vlaamse leerlingen zijn wel beter in het vinden en interpreteren van informatie in teksten dan in het geven van een opinie erover. Toch halen ze ook op dit laatste vlak een beter gemiddelde dan bijvoorbeeld Frankrijk, Duitsland, Denemarken, Noorwegen, Spanje of de VS.

Op het vlak van wiskunde behoort Vlaanderen samen met de Aziatische landen Japan en Korea - die traditioneel goed zijn in wiskunde - tot de wereldtop. Geen enkel ander West-Europees land evenaart het Vlaamse gemiddelde.

De wetenschappelijke kennis en kunde van de Vlaamse leerlingen is minder goed, al ligt het Vlaams gemiddelde nog altijd een stuk hoger dan het OESO-gemiddelde en scoort Vlaanderen beter dan Duitsland, Frankrijk, Noorwegen, Denemarken, Spanje, de VS en Zwitserland. Volgens de promotoren en coördinatoren van de studie, Martin Valcke en Luc Van de Poele, hebben deze mindere resultaten wellicht te maken met het Vlaamse curriculum. In Vlaanderen begint men in vergelijking met sommige andere landen pas op latere leeftijd wetenschappelijke vakken te onderwijzen.

In Vlaanderen is er een groot verband tussen de prestaties van leerlingen en de sociaal-economische status van hun ouders. Leerlingen uit gezinnen met een hoge status scoren nergens zo goed. De leesprestaties van leerlingen die wel in België geboren zijn, maar bij wiens ouders dat niet het geval is, zijn veel slechter dan die van medeleerlingen met minstens één in België geboren ouder. Leerlingen die thuis geen Nederlands spreken, kampen uiteraard met een taalhandicap. En dat zorgt niet enkel voor problemen inzake lezen, maar ook qua wiskunde en wetenschappen. Het Vlaams onderwijs slaagt er minder goed in om die handicap te compenseren.

Bij de voorstelling van de resultaten van het Franstalig onderwijs vielen heel wat minder jubelberichten te noteren, integendeel. De 11de plaats die België inneemt, verbloemt de prestaties van het Franstalig onderwijs, dat met een 26ste plaats inzake leesvaardigheden onderaan de ladder bengelt.

Minister voor secundair onderwijs Pierre Hazette had het over een echte catastrofe. De cijfers bezorgen hem naar eigen zeggen nachtmerries. Ze zijn volgens hem vooral te wijten aan de "10 magere budgettaire jaren" van het Franstalig onderwijs.

Terwijl in Vlaanderen 72 procent van de leerlingen niet in de problemen komt, is dat in de Franse gemeenschap maar voor 55 procent van de 15-jarigen het geval. Daar en in Brussel kampt 34 procent met een leerachterstand van één jaar. Ten noorden van de taalgrens is dat maar voor 23 procent van de leerlingen het geval. Voor trissers gaat het respectievelijk om 8,7 en 2,5 procent.

Gemiddeld 6 procent van alle leerlingen die deelnamen aan de OESO-studie slaagde niet in de testen. In het Franstalige landsgedeelte ligt dat cijfer dubbel zo hoog, in Vlaanderen bedraagt het 4 procent.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud