Jacht op terreurgeld blijft moeilijk ondanks nieuwe wetten

De directeur, professor Barry Rider, zegt dat het plegen van terreuraanslagen vaak relatief weinig geld kost en dat de betalingen bijna altijd contant gebeuren. Dat maakt het bijzonder moeilijk de daders via hun uitgavenpatroon en bancaire transacties te achterhalen.

Het instituut zal het effect van de nieuwe antiterrorismewetgeving in het VK en elders onderzoeken, maar blijft, op basis van recente ervaringen, sceptisch. 'We weten vrijwel niets over de financiering van terroristische organisaties', zegt Rider. 'Een van de redenen waarom we in eerste instantie succes hadden met het bevriezen van rekeningen van Al Qaeda-leden, was dat ze niets verborgen hadden. Maar dat is geen indicatie dat we hen ook in de toekomst makkelijk kunnen traceren. In tegenstelling tot gewone misdaad is er geen economisch motief voor terrorisme en dat maakt het vinden van terreurgeld veel ingewikkelder', meent professor Rider.

De inkomsten van terroristische organisaties bestaan uit drie categorieën: schenkingen, misdaad (bijvoorbeeld afpersing, drugshandel en bankovervallen) en legale investeringen.

Het is heel moeilijk te schatten hoeveel 'vuil geld' er jaarlijks door Londen spoelt. Het instituut maakt de vergelijking met de drugshandel. De jaarlijkse omzet zou 8 miljard pond bedragen. Dat betekent dat slechts twee honderdste van een procent van de Britse drugsgelden wordt onderschept. De jacht op drugs kost echter bijna een kwart van het politiebudget.

Het probleem met wetgeving tegen het witwassen van terreurgeld is dat niet duidelijk is waartegen je wetten moet uitvaardigen, want zoveel feiten zijn onbekend. 'Veel van de wetgeving gaat uit van activiteiten waarvan we niet eens weten of ze bestaan', zegt Rider. In Amerika heeft men de meeste feitenkennis, maar die is veelal gebaseerd op studies over de Cosa Nostra, op basis van de situatie van dertig jaar geleden dus.

De meest praktische obstakels bij de jacht op terreurgelden, zeggen de Britse onderzoekers, zijn corrupte advocaten (criminelen en terroristen kunnen zich uitstekende juridische hulp veroorloven) en de beperkingen van politie en douanebeambten.

Het witwassen van geld is bij uitstek een internationale misdaad, maar de macht van de politie en douane houdt op bij de grens. Veel agenten hebben bovendien onvoldoende kennis om de gecompliceerde internationale financiële constructies van het witwascircuit te onderzoeken. 'Daarnaast', zegt professor Rider, 'als je het over de praktische kant van het onderzoek hebt, hoeveel Britse douanebeambten spreken er bijvoorbeeld Frans?'

De witwasexperts van het Britse instituut geloven dat de jacht op het vuile geld door de geheime diensten wordt overgenomen. De spionnen opereren internationaal en hebben veel grotere en minder strak gereguleerde budgetten dan de politie. Ze hebben meestal een betere opleiding dan de gemiddelde agent, zijn minder gebonden aan discipline, en hebben betere toegang tot technologie.

Maar ook de spionnen in de westerse wereld weten vrijwel niets af van ondergrondse etnische banksystemen. Riders instituut vreest dat, zolang de westerse kennis over het geld van de terroristen zo gering is, het bijzonder moeilijk is effectieve nieuwe wetten tegen witwassen en terreurgeld te creëren. TvH

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud