Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

Een elektrische SUV als opstap naar een energiezuinige mobiliteit

Jean-Marc Ponteville, pr-manager bij D’Ieteren Automotive

Bij het begin van het elektrisch tijdperk beperkten de constructeurs zich vaak tot het louter aanpassen van hun modellen aan die nieuwe energiebron. De auto van morgen daarentegen is van bij de start ontworpen als een elektrische wagen, benadrukt Jean-Marc Ponteville (D’Ieteren). Elk nieuw model dat uitkomt, is weer een stap verder in de richting van energiezuinige mobiliteit. En van de koolstofneutraliteit die Volkswagen aankondigt vanaf 2050. We nemen als voorbeeld de ID4 GTX four wheel drive die het merk zeer recent uitbracht.

‘Het rendement van een elektrische motor is ruim dubbel zo hoog als dat van een thermische motor’, zegt Jean-Marc Ponteville, pr-manager bij D’Ieteren Automotive. ‘Leg na een rit uw hand op de motorkap van een traditionele wagen en u voelt de warmte die afkomstig is van de verbranding. Slechts 30 procent van de brandstof dient werkelijk om het voertuig voort te bewegen, de rest vervliegt als warmte en door wrijving. Het is te vergelijken met een gloeilamp: het gros van de verbruikte energie wordt verspild onder de vorm van warmte. Een ledlamp daarentegen blijft koud. De verbruikte stroom daarvan dient effectief om licht te genereren.’ Bij een thermische auto die 5 tot 6 liter brandstof per 100 km verbruikt, gaat meer dan twee derde op aan warmte en door wrijving. Een elektrische wagen gebruikt slechts het equivalent van 1 à 2 liter en is daardoor bijna driemaal zo efficiënt.

We kunnen dus niet voorbij aan elektrische voertuigen als we de transitie naar een energiezuinige mobiliteit willen maken. Vooral omdat elektrische motoren aanzienlijk compacter en lichter zijn dan hun thermische evenknie. ‘Ze passen als het ware in een sporttas’, zegt Jean-Marc Ponteville enthousiast. ‘Daardoor kunnen er twee per voertuig geplaatst worden. Dat doet ook VW in de nieuwe ID4 GTX, een model dat vergelijkbaar is met de Tiguan, een ruime en comfortabele monovolume SUV.’

Twee motoren in plaats van één

Een leek vraagt zich wellicht af waarom twee motoren beter zijn dan één. De expert antwoordt zonder enige aarzeling: ‘De boordelektronica is in staat om zowel de motor vooraan aan te sturen voor de voorwielen, als de motor achteraan voor de achterwielophanging. Zo krijgt de auto een krachtigere aandrijving en een betere stabiliteit. En door te besparen op de aandrijfas, is het gewicht lager en wordt rendementsverlies vermeden. Voor de actieve vrijetijdsbeoefenaar spreken de voordelen voor zich: een vochtige weide oprijden terwijl u een paardenwagen voorttrekt, een luchtballon of zweefparachute oppikken in een veld, van een helling bedekt met algen en mos rijden om een boot te water te laten, enzovoort. Maar het is ook handig in het dagelijks gebruik op onze Belgische wegen. Die zijn bij regen vaak glad en niet altijd in goede staat. Tot slot, als er slechts één motor nodig is, schakelt de boordcomputer de andere uit. Zo eenvoudig is het.’

‘We behouden de voordelen van de SUV, meer bepaald de kracht van de vierwielaandrijving, de verhoogde passagiersruimte en het volume. En tegelijk bieden we de energie-efficiëntie van elektriciteit’
Jean-Marc Ponteville
pr-manager bij D’Ieteren Automotive

Het model behoudt de voordelen van de SUV. De consument stelt dit model erg op prijs omwille van de kracht van de vierwielaandrijving, de verhoogde passagiersruimte en het volume. En tegelijk biedt het een grotere energie-efficiëntie, wat het milieu ten goede komt. ‘De ID4 wordt geproduceerd in de Duitse fabriek van Zwickau, ten zuiden van Dresden en wordt koolstofneutraal aan de klant afgeleverd’, zegt Jean-Marc Ponteville. ‘Het volledige productieproces maakt uitsluitend gebruik van hernieuwbare energie. En al wat kan gerecycleerd worden, wordt ook gerecycleerd. Ook de uitstoot van de vrachtwagens die de modellen naar de concessiehouders brengen, wordt gecompenseerd. Tegen 2050 zijn alle fabrieken van de VW-groep koolstofneutraal – en wereldwijd zijn dat er ruim 110. De groep heeft bovendien aan al haar onderaannemers gevraagd om een charter te onderschrijven waarin die doelstelling is vastgelegd.’

Een elektrische opvolger voor de ‘combi’

De constructeur had zich er al toe verbonden om vanaf 2030 zijn productie van elektrische wagens te verhogen tot 70 procent. VW kondigde ook aan dat ze zes gigafactories gaan bouwen voor de productie van elektrische batterijen en aanzienlijk gaan investeren in de recyclage van de materialen waaruit die gemaakt zijn, meer bepaald zeldzame metalen. Deze initiatieven maken deel uit van het Way to Zero-plan. Dat moet ervoor zorgen dat het bedrijf tegen 2050 volledig koolstofneutraal is. Dat is in lijn met het akkoord van Parijs dat VW heeft beloofd na te leven. ‘We hebben drie kerncompetenties vastgelegd waarvoor we de knowhow intern willen ontwikkelen’, verduidelijkt Jean-Marc Ponteville. ‘Dat zijn de batterijen, de elektronica en het besturingssysteem, de zogenaamde ‘software’ van de wagen.’

‘De recente modellen en zij die de volgende jaren gaan uitkomen, zijn van bij de start ontworpen als elektrische voertuigen. Ze zijn dan ook de sleutel tot de mobiliteit van morgen’, vervolgt hij. ‘Maar wie redeneert in termen van gamma en denkt aan de historiek van VW, zou kunnen stellen dat de ID3 min of meer de opvolger is van de Beetle en de Golf, terwijl de ID4 de Tiguan opvolgt. Binnenkort lanceren we ook een elektrisch premium model. En ik durf te wedden dat de ID.BUZZ, een minivan geïnspireerd op de zeer bekende ‘combi’ waarvan hele generaties families en groepen sinds Woodstock gebruik maakten, een groot succes gaat kennen. Hij zal bovendien ook kunnen dienen als bedrijfswagen.’ Wat de instapmodellen van de kleine stadsauto’s betreft, stelde de groep op het voorbije Autosalon in München de ID.LIFE voor. ‘Volkswagen wil de – elektrische! – locomotief worden van de mobiliteit’, glimlacht Jean-Marc Ponteville als besluit.

Lees verder

Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.