TreeTopGepubliceerd door Tijd Connect i.s.m.

Beurskompas
4 Leestijd

‘Obligaties zijn eigenlijk risicovoller dan aandelen'

Meer in Beurskompas

Weinig mensen houden een warmer en beter onderbouwd betoog voor aandelen dan beleggingsprofessor Jeremy Siegel. ‘Wie op lange termijn zo goed als risicoloos veel welvaart wil opbouwen, koopt aandelen.’

Advertentie

Advertentie

Advertentie

‘Niemand heeft ooit op de lange termijn geld verdiend door te wedden tegen aandelen of de toekomstige groei van de economie’, verklaart Jeremy Siegel, hoogleraar financiën aan de Amerikaanse Wharton businessschool. ‘De geschiedenis heeft overtuigend aangetoond dat aandelen de beste belegging zijn voor wie langetermijnwinst zoekt, en dat zal ook zo blijven.’ Dat staaft hij met harde bewijzen (zie grafiek). Een belegger die in 1802 1 dollar had gestopt in Amerikaanse aandelen en vervolgens het geluk had om nog 213 jaar te leven, zag dat zijn kapitaal (gecorrigeerd voor inflatie) in 2015 was aangegroeid tot bijna 1.030.000 dollar. Met overheidsobligaties was dat maar 1.659 dollar geweest, met goud een luttele 2,8 dollar…

Anders uitgedrukt: het gemiddeld jaarlijks reëel rendement van aandelen in de periode 1802-2015 bedroeg 6,7 procent, tegenover 3,5 procent voor obligaties en 0,5 procent voor goud. Die aandelenprestatie is nog eens zo opmerkelijk in het licht van de enorme transities die de VS in die periode doorgemaakt heeft. Van een landbouweconomie ging het naar een industriële economie, gevolgd door een postindustrieel tijdperk dat drijft op diensten en technologie. ‘Ondanks die gigantische omwentelingen hebben de aandelenrendementen een verbazingwekkende stabiliteit laten zien’, aldus Siegel.

Onbetekenende schommelingen

Aandelen zijn op korte termijn zonder enige twijfel volatieler dan obligaties, erkent hij. ‘Er zijn de schommelingen in winsten en rentetarieven, risico en onzekerheid. Daarnaast zijn er ook nog de psychologische factoren zoals optimisme en pessimisme, angst en hebzucht. Maar de korte - termijns chommelingen die beleggers en pers zo bezighouden, betekenen eigenlijk niets in het licht van de langetermijnbeweging.

Op lange termijn is de stabiliteit van het reëel rendement van aandelen stukken groter dan bij schuldpapier, grondstoffen of valuta. Het lijkt misschien risicovoller om op lange termijn aan welvaartsopbouw te doen via aandelen in plaats van met obligaties, maar het is eigenlijk net het omgekeerde.’ Dat stelde de beroemde Amerikaanse econoom Irving Fisher in 1925 al vast: ‘Het lijkt erop dat de markt het belang van “veilige” effecten overschat en er te veel voor betaalt, en dat ze het risico van risicovolle effecten overschat en er daarom te weinig voor betaalt. Het lijkt er ook op dat ze te veel betaalt voor onmiddellijke opbrengsten, en te weinig voor uitgestelde.

Ten slotte lijkt het dat ze de regelmaat van inkomsten van een obligatie verwart voor een regelmaat in reële inkomsten, die er niet is. Als het om een regelmaat in reëel inkomen gaat, zeg maar koopkracht, is een portefeuille van gespreide aandelen superieur aan obligaties.’ Siegel ruggensteunt die argumentatie opnieuw met harde cijfers. ‘De kans dat aandelen het beter doen dan obligaties op een termijn van tien jaar bedraagt 80 procent. Bij een horizon van 30 jaar is dat zelfs bijna 100 procent.’

Relevante periode

'De lange termijn is een misleidende kijk op de huidige gang van zaken’, verklaarde oereconoom John Maynard Keynes ooit. ‘Op de lange termijn zijn we allemaal dood. Economen maken er zich te gemakkelijk van af wanneer ze ons tijdens een stormseizoen alleen kunnen vertellen dat wanneer de storm voorbij is, de zee weer glad zal zijn.’ Siegel houdt er een andere kijk op na. ‘Wie in moeilijke tijden zijn focus kan houden op de lange termijn maakt veel meer kans om daar als een succesvolle belegger uit te komen.

Weten dat de zee weer glad wordt als de storm gepasseerd is, is niet nutteloos zoals Keynes beweert, maar net een enorme geruststelling.’ Een lange termijn van twintig tot dertig jaar lijkt voor veel beleggers een onwaarschijnlijke horizon, maar Siegel spreekt dat tegen.

‘Een van de grootste fouten die beleggers maken is de periode onderschatten waarin ze aandelen hebben. Ze denken daarbij specifiek aan één aandeel, obligatie of beleggingsfonds. Maar de relevante periode is die waarin ze gelijk welk aandeel of gelijk welke obligatie hebben, ongeacht hoeveel wijzigingen er zijn in hun portefeuille.’

Denk in België bijvoorbeeld aan het tweede- en derdepijlersparen. Dat eerste is de aanvullende pensioenopbouw van een werknemer via zijn werkgever, het tweede is het bedrag dat iedere Belg jaarlijks in een persoonlijk pensioenplan mag stoppen (nu 940 euro). Via een groepsverzekering of pensioenfonds beleggen die Belgen dus nu al op de (heel) lange termijn, ook al staan ze er niet altijd bij stil.

Representatief

Allemaal goed en wel, maar hoe representatief zijn die Amerikaanse resultaten van Siegel voor de rest van de wereld? De VS zijn in ruim 200 jaar tijd getransformeerd van een Britse kolonie tot een economische wereldleider. Daartegenover staan landen als Rusland en Argentinië waar de beurzen structureel onderuit zijn gegaan. In hun boek ‘Triumph of the Optimists’ onderzochten Elroy Dimson, Paul Marsh en Mike Staunton van de London Business School die vraag voor 22 landen in de periode 1900-2015. Hoewel verschillende van die landen te lijden hadden onder oorlog, hyperinflatie en economische depressie liet bij elk van hen de aandelenmarkt een positief reëel rendement zien.

Uitschieters aan de lucratieve kant zijn Zuid-Afrika en Australië, aan de matte kant zijn dat Oostenrijk, Italië en… België. ‘Deze cijfers tonen duidelijk aan dat de rendementen van de VS niet uitzonderlijk zijn’, verklaart Siegel. ‘Een dollar in de aandelenmarkt van elk van deze landen in 1900 had een gemiddeld reëel rendement opgeleverd van 5,4 procent, dat is dicht bij de 6,2 procent die de VS in dezelfde periode neerzette.’

Gebaseerd op een recente lezing van Jeremy Siegel op een congres van Amundi, en zijn boek ‘Stocks for the Long Run’.


Advertentie

Advertentie