Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

‘Kijk naar de aanhoudende driemaandelijkse goede prestaties.'

©Scott stewart

Hoe vindt u een goede beheerder en maakt u de juiste keuze in het overaanbod aan fondsen? We vroegen het aan Scott Stewart, fondsbeheerder en hoogleraar financiën in de Verenigde Staten, die talrijke artikels publiceerde en een vijftiental prijzen kreeg, zowel voor zijn onderzoek als voor zijn beheersprestaties. Dankzij zijn grondige opleiding in de statistiek ontrafelt hij feilloos de werking van de financiële markten.

Warren Buffett, een van de beste beleggers ter wereld, raadt zijn echtgenote aan om na zijn overlijden het grootste deel van haar vermogen te beleggen in een indexfonds gelinkt aan de S&P500, waarvan de kosten zo laag mogelijk worden gehouden. Een van de beste fondsbeheerders ter wereld beveelt dus een passief beheer aan. Hoe komt dat?

Buffett weet dat na aftrek van taksen en kosten, het voor een beheerder bijzonder moeilijk is om beter te doen dan de markt. Een gemiddeld fonds brengt ook gemiddelde rendementen op. Als u ook nog de beheers- en transactiekosten in rekening brengt, is de kans groot dat het de markt niet kan kloppen. Dat verklaart waarom zoveel beleggers overstappen naar passief beheer. De eerste fondsen van dat type ontstonden in de jaren 70. Volgens het jaarverslag van adviesbureau The Boston Consulting Group zijn indexfondsen, en dus passief beheer, vandaag goed voor 13 procent van de beleggingen. In 2007 was dat slechts 8 procent.

Geef ik dan beter systematisch de voorkeur aan passief beheer?

©Scott stewart

Niet noodzakelijk. Er zijn enkele beheerders die over langere periodes de markt kloppen, maar ze zijn zeldzaam. Je moet met heel wat factoren rekening houden. Een individuele belegger zonder financiële achtergrond die zijn spaarcenten in ‘klassieke’ waarden wil beleggen – grote ondernemingen, de voornaamste obligaties – heeft weinig kans om de markt te kloppen. Maar als hij dat soort waarden de rug toekeert, verhoogt statistisch gezien de kans op betere prestaties. Dat is bijvoorbeeld zo bij beleggingen in kleinere ondernemingen die wereldwijd actief zijn, en ook bij bepaalde beleggingen in vastgoed, enzovoort. Onderzoek toont aan dat een belegger dan wel degelijk de markt kan kloppen. Maar hij moet er zich wel van bewust zijn dat de Beurs cyclisch is.

Hoe vermijd ik dan de valkuil van die cycli?

Als u die cycli volgt, koopt u aandelen als ze duur zijn, en verkoopt u zodra hun waarde daalt. Zo verliest u regelmatig geld. Zelfs institutionele beleggingsfondsen – die bijvoorbeeld pensioenen beheren – weten vaak onvoldoende over die cycli. Ik heb een studie uitgevoerd (1) waaruit blijkt dat ze hun beheerders niet op het juiste moment aanwerven of aan de deur zetten. Pas aangeworven beheerders presteren gemiddeld gezien minder goed dan hun collega’s die ontslagen werden. Bestuurders beseffen niet dat ze vaak beheerders aan de kant zetten voor die echt optimaal presteren. De statistische analyses van die processen – in het jargon hiring and firing genoemd, of aanwerven en ontslaan – tonen dat nochtans duidelijk aan.

Maar het is voor rekruteerders nu eenmaal uiterst moeilijk om te weten of de goede prestaties van een beheerder te danken zijn aan zijn kwaliteiten of... gewoon aan geluk. Maar het resultaat is rampzalig. Want wat blijkt uit onze berekeningen? Amerikaanse institutionele beleggers (pensioenfondsen, stichtingen, enzovoort) verloren tussen 1985 en 2006 circa 170 miljard dollar aan potentiële toegevoegde waarde door zulke ongepaste reacties. En dan houdt dat indrukwekkend cijfer nog geen rekening met de kosten van aanwervingen en ontslagen.

Maar als het voor professionals al zo moeilijk is om goede fondsbeheerders te vinden, dan is dat voor mij als individuele belegger zo goed als onmogelijk?

 Een goede fondsbeheerder vinden is inderdaad bijzonder ingewikkeld. Statistisch gezien is het moeilijk om een beheerder te beoordelen in functie van zijn prestaties uit het verleden. Het is dan ook delicaat om op die basis een fondsbeheerder uit te kiezen. Het is altijd een grote vergissing om fanatiek op rendement te jagen.

Sommige factoren zijn statistisch gezien te linken aan ‘outperformance’. Zo is het ‘samenvoegen van de belangen’ essentieel: de beheerder krijgt een hogere vergoeding als hij beter presteert dan de marktreferentie, wat we in financiën de benchmark noemen. Dat is een goede motivator. De fondsen met een onafhankelijke raad van bestuur leveren meestal ook een hoger rendement op. Net zoals fondsen die beheerd worden door beheerders die een intelligentiequotiënt (IQ) hebben dat hoger ligt dan het gemiddelde, die gestudeerd hebben in de beste universiteiten, en die een onafhankelijke ingesteldheid hebben en op lange termijn kunnen denken. U moet over al die gegevens kunnen beschikken. Maar die verzamelen en analyseren, dat is een enorme opdracht. En ook al hebt u alle informatie, dan nog bent u niet 100 procent zeker dat eventuele goede prestaties blijven duren. Er bestaan geen onfeilbare methodes in onze sector. Ook al weten we dat bij slechte rendementen achteraf reageren een slecht idee is. In elk geval is een strikte selectieprocedure voor beheerders essentieel.

Sommige zeldzame fondsen ‘outperformen’ op lange termijn. Hoe spoor ik die op?

 In een artikel dat ik 16 jaar geleden gepubliceerd heb, bespreek ik een techniek die volgens mij efficiënt kan zijn om beheerders uit te kiezen. Je analyseert de frequentie van de ‘outperformances’ driemaandelijks op 3 en 5 jaar. Is de frequentie hoog? Dan is de kans dat die beheerder zal blijven ‘outperformen’ groter dan 50 procent. Maar over diezelfde periodes van 3 en 5 jaar hebben de gecumuleerde rendementen – het track record, de meest gebruikte tool om toekomstige prestaties te trachten te voorspellen – geen enkel voorspellend nut. Studies tonen ook aan dat noteringen, zoals die van Morningstar, geen goede resultaten geven. Wellicht omdat ze zich op die track record baseren... Alleen de frequentie van goede driemaandelijkse resultaten lijkt een correct beeld van toekomstige prestaties te voorspellen…

Ik vind dat je de keuze van een goede fondsbeheerder kunt vergelijken met die van een goede partner. Stel dat u alle familieleden van uw toekomstige partner sympathiek vindt, dan is de kans groot dat uw partner dat ook is. Maar 100 procent garantie? Dat hebt u nooit.

 

(1) Scott D. Stewart, " Manager Selection ", te lezen op  http://www.cfapubs.org/doi/pdf/10.2470/rf.v2013.n4.1

(2) Stewart, S., “Is Consistency of Performance a Good Measure of Manager Skill?” Journal of Portfolio Management. Lente 1998

 Ook te lezen:

- Stewart, S., Heisler, J., Knittel, C., Neumann, J. (2009). “Absence of Value: an Analysis of Investment Allocation Decisions by Institutional Plan Sponsors.” Financial Analysts Journal, 65(6), 34-51 (samenvatting in: CFA Digest, February 2010, Vol. 40, No. 1).

- Heisler, Knittel, Neumann and Stewart (2007). "Why do Institutional Plan Sponsors Hire and Fire Their Investment Managers?" Journal of Business and Economic Studies, 13 (1/Lente 2007), 88-118.

 

Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.