Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

‘De industrie is geen deel van het probleem, maar van de oplossing’

Steven Vaelen (Nyrstar), Gunter Huyghe (moderator), Peter Tom Jones (KU Leuven) en Ivan Van de Cloot (Stichting Merito)

Er hangen donkere wolken boven de Europese industrie. Denk in eigen land maar aan het recente faillissement van busbouwer Van Hool en de onzekerheden bij zowel Audi in Brussel als ArcelorMittal in Gent. In het Grote Industriedebat buigen drie experts zich over de vraag of er nog plaats is voor industrie op ons continent. ‘Als de lidstaten de strijd met China aangaan in verspreide slagorde, zijn we verloren’.

Een industrietak die sterk ingebed is in ons land is de metaalindustrie. Metaalbewerkers zorgden er ooit voor dat we de op vier na grootste economie ter wereld waren. Een belangrijke protagonist in dit verhaal is Nyrstar. De zinksmelter is al ruim 135 jaar verankerd in ons land, maar recent gingen de alarmbellen af.

De Nyrstar-vestiging in Budel, vlak over de Nederlandse grens, was sinds januari in care and maintenance. Er is in die periode geen zink geproduceerd, onder meer als gevolg van de torenhoge netto-energiekosten in Nederland. Na bijna vier maanden stil te hebben gelegen, startte Nyrstar de productie in Budel vanaf 13 mei weer op, maar de omstandigheden blijven moeilijk.

Het Grote Industriedebat in 3 citaten

Steven Vaelen (general manager bij zinkproducent Nyrstar Belgium): ‘In Nederland ervaren we specifieke uitdagingen, zoals het ontbreken van een compensatie vanwege de overheid voor indirecte CO2-emissies (IKC: Indirecte Kosten Compensatieregeling) en hoge energienetwerkkosten in vergelijking met de ons omringende landen. Dat leidt tot aanzienlijke kostenverschillen van tientallen miljoenen euro’s. Het ontslagnemende Nederlandse kabinet heeft de IKC alsnog tijdelijk toegekend voor 2023. Maar het investeringsklimaat in Vlaanderen is voor ons gunstiger dan in Nederland, vooral wat betreft die emissie-compensatie. In het beste geval komt er in heel Europa een gelijk speelveld, in lijn met de Green Deal. We blijven in Nederland lobbyen voor een structurele voortzetting van de IKC en gelijke nettarieven. In Nederland kost de stroom die we gebruiken veel meer dan voor onze zinksmelters in België en Frankrijk. Op sommige momenten kost het dan minder om de productie stil te leggen dan om te blijven draaien.’

Ivan Van de Cloot (CEO en hoofdeconoom bij Stichting Merito): ‘In België worstelt de industrie met klassieke problemen zoals de inflatie en loonkosten. Daarnaast spelen ook de stijgende energiekosten een rol, met verschillen tussen Europese landen. Frankrijk is daarbij bijvoorbeeld erg voluntaristisch, met energiekortingen voor duurzame industrieën. Internationaal zijn er ook grote spanningen, zoals de verschillen in gasprijzen tussen de Verenigde Staten en Europa. En dan is er nog de regeldruk. Overheden moeten een balans vinden tussen verstandig sturen en (excessief) micromanagement voor een doeltreffend industrieel beleid.’

In de VS recoveren we nu al kritieke mineralen zoals germanium en gallium uit zinkerts, in Europa wordt er alleen maar over gesproken. We hebben meer daadkracht nodig.

Steven Vaelen
general manager Nyrstar Belgium

Peter Tom Jones (directeur van het KU Leuven Instituut voor Duurzame Metalen en Mineralen): ‘Zonder metalen is er geen transitie naar een klimaatneutrale economie mogelijk. Als we de fossiele economie willen vervangen door een hernieuwbare, moeten we ook steenkool, aardolie en gas vervangen door iets anders. Daarvoor zijn kritieke metalen nodig zoals lithium, nikkel, kobalt, koper en zeldzame aardmetalen. Om de klimaatdoelstellingen te halen, zal de wereldvraag daarvoor waanzinnig snel stijgen. In 2040 zal er 42 keer meer lithium nodig zijn dan vandaag. Voor kobalt en nikkel zal de vraag 20 keer groter zijn. En we zien natuurlijk dat onze cleantechfabrieken daar flink in de problemen zitten als gevolg van onze extreme grondstofafhankelijkheid van landen als China.’

Mijnheer Vaelen, wat is precies de rol van zink binnen de energietransitie?

Steven Vaelen: ‘Zink wordt gebruikt voor het galvaniseren van staal, wat de levensduur ervan tot twaalf keer verlengt. Maar we ‘recoveren’ op onze site uit dezelfde ruwe grondstoffen ook koper, kobalt, nikkel, zilver, goud, lood en mangaan. En daarnaast zijn er nog germanium en gallium, die ook teruggewonnen kunnen worden tijdens het zinkproductieproces en niet in aparte mijnen bestaan. Daar hebben we recent in de VS een project voor opgestart.’

Peter Tom Jones: ‘We stellen vast dat het heel moeilijk is om dergelijke projecten in Europa op te starten. Zelfs een batterijrecyclagefabriek in Vlaanderen ligt moeilijk omwille van het onzekere vergunningstraject dat we hier hebben. Om te voldoen aan de benchmarks van de Europese Critical Raw Materials Act (CRMA), moet tegen 2030 10 procent van onze kritieke grondstoffen lokaal worden geëxtraheerd, 40 procent moet hier worden geraffineerd na import, en 25 procent moet afkomstig zijn van recyclage. Het is maar de vraag of deze doelen binnen de vijf jaar haalbaar zijn. Wij eisen van onze mijnen, raffinage- en batterijfabrieken dat ze 100 procent scoren op ESG-standaarden. 95 procent vinden we onvoldoende. Een recent voorbeeld daarvan is het intrekken van de vergunning voor de kathodemateriaal-fabriek van BASF in Finland. En wat doen we dan? We importeren grondstoffen of batterijen uit landen waar de ESG-lat op een spreekwoordelijke 40 procent ligt. Dat is zoals kinderen met een schoolrapport van 95 procent bestraffen, terwijl we snoepjes geven aan andere kinderen die slechts 40 procent scoren. Dat is voor mij de huidige situatie in Europa.’

Peter Tom Jones: moet Europa zijn eigen grondstoffen produceren?

De nikkelmijnbouwactiviteiten in het Finse Talvivaara hebben wel geleid tot giftige verontreinigingen. Zijn die bekommernissen van natuurbewegingen dan onterecht?

Peter Tom Jones: ‘Voor alle duidelijkheid: alle internationale rankings bevestigen dat de Zweedse en Finse metaalmijnen de beste ESG-score hebben ter wereld. Op het vlak van milieu, gezondheid, transparantie, democratie, inspraak scoren die absoluut het beste. Laten we een zeldzaam incident dus vooral in de juiste context plaatsen en vergelijken met de rest van de wereld waar de ESG-standaarden veel lager liggen en milieurampen schering en inslag zijn. Ik pleit wat dat betreft voor BIMBY, Better in My Backyard in plaats van voor NIMBY, Not in My Backyard. Omdat we het hier simpelweg veel schoner, beter én veiliger kunnen doen.’

Sommige partijen menen nochtans dat ook import tot waardecreatie leidt. Zonnepanelen komen uit China, maar creëren hier een ecosysteem van plaatsers, technici, onderhoudsmensen.

Ivan Van de Cloot: ‘Economisch is het heel eenvoudig om aan te tonen dat een job in de industrie meerdere jobs buiten de industrie met zich meebrengt. Het is bijgevolg ook duidelijk dat het verlies van banen in de industrie veel breder en pijnlijker is dan in andere sectoren vanwege het effect op de gehele economie. De economen die een aantal jaren geleden lichtzinnig zeiden: ‘Import en jobverlies horen bij de-industrialisatie, we moeten ons daar gewoon bij neerleggen’. Wel, ik heb mij daar nooit bij neergelegd. Ik vond dat enorm kortzichtig. Voor België, waar de industrie verantwoordelijk is voor 80 procent van de export en dominante innovatie- en investeringsinspanningen levert, is een doordacht industrieel beleid cruciaal. Er zijn overal voorbeelden van kortetermijnbeleid en ondoordachte beslissingen, zoals de kerncentralesluiting in Duitsland en de afhankelijkheid van Russisch gas, die benadrukken hoe goed bestuur en een consistente koers onmisbaar zijn voor duurzaam economisch succes.’

Enkele jaren geleden legden een aantal economen zich nogal lichtzinnig neer bij het jobverlies als gevolg van de de-industrialisatie. Ik vond dat enorm kortzichtig.

Ivan Van de Cloot
CEO en hoofdeconoom Stichting Merito

Ook innovatie is onmisbaar voor ondernemingen. De Nationale Bank meent dat we het op dat vlak niet slecht doen. Die innovatiekracht zit wel geconcentreerd bij enkele grote spelers.

Ivan Van de Cloot: ‘België heeft een sterk ontwikkeld innovatielandschap, met vooraanstaande universiteiten en een sterk ecosysteem tussen bedrijven en kennisinstellingen. De rol van de overheid daarin is cruciaal maar mag niet allesomvattend zijn. Er is een cultuur van subsidies en onbeperkte middelen ontstaan. Dat maakt kennisinstellingen sterk afhankelijk van de overheid. Dat moet worden aangepakt. We hebben een overheid nodig die focust op prioriteiten en kerntaken, geen micromanager die heel onze maatschappij en economie regelt.’

Steven Vaelen: ‘Bij Nyrstar vertaalt innovatie zich bijvoorbeeld in het concept van de virtuele batterij. Wij produceren zink via elektrolyse, een 100 procent elektrisch en heel flexibel proces. Als wij die elektrolyse uitbreiden tot een zogenaamde ‘virtuele batterij’ kunnen we meer produceren op momenten dat zon en wind voor veel hernieuwbare energie zorgen. Is er minder zon en wind, of piekt de energievraag, dan produceren we minder. We kunnen zo meerdere keren per dag op- en afschakelen. Uiteindelijk leidt dit tot lagere productiekosten, maar produceren we op jaarbasis wel de geplande hoeveelheid zink. We kunnen vandaag, zonder virtuele batterij, de productie ook al op- en afschakelen, maar ten koste van de voorziene zinkproductie. De virtuele batterij vraagt om een investering van ruim 100 miljoen euro, maar heeft een maatschappelijke impact. Door minder energie te verbruiken op piekmomenten, dalen de piekprijzen. Er moeten immers minder gascentrales ingezet worden om extra elektriciteit te maken. Dat zorgt voor een CO2-reductie van ongeveer 200.000 ton per jaar. Door meer te verbruiken buiten de piekmomenten hoeven zonnepanelen en windturbines niet afgeschakeld te worden vanwege een overaanbod aan energie.’

Peter Tom Jones: ‘Ook de mijnindustrie innoveert. De mijn van de toekomst focust op ondergrondse, ‘onzichtbare’ mijnen die de bovengrondse impact verminderen. Daarnaast zien we nu al in Scandinavië dat de mijnoperaties klimaatneutraal worden. Lokale groene elektriciteit drijven er ertstransport en productieprocessen aan. Maar ook Chinese bedrijven beschikken over een enorme innovatiekracht, vooral in de cleantech-sector met producten zoals elektrische wagens, zonne-energie en windturbines. Het is geen toeval dat ze hierin heel snel wereldleider zijn geworden. In Europa laat dat alarmbellen afgaan. 65 procent van de cleantech is vandaag in handen van China en hun innovatiesnelheid is ongezien. Europa is niet langer superieur op innovatievlak. Vandaag innoveren we gewoon te traag.’

Ivan Van de Cloot: is er teveel regeldrift in Europa?

We hebben nochtans veel incubators in België. Er zijn mentor- en start-up-programma’s. En business angels die zich engageren. Dat zijn toch allemaal lovende initiatieven?

Ivan Van de Cloot: ‘Ons innovatie-ecosysteem begint inderdaad te floreren. Maar we moeten nog sterker worden in het selecteren van zinvolle projecten om écht een verschil te maken. Dat vereist een resultaatgerichte aanpak en een kritische blik om te voorkomen dat geld wordt besteed aan minder zinvolle initiatieven, zeker nu de beschikbaarheid van financiering vanuit de overheid minder royaal wordt dan vroeger.’

Peter Tom Jones: ‘We moeten keuzes maken. We willen klimaatneutraal worden, maar daarvoor hebben we ook hardware nodig. Veel van de innovatie die ik vandaag zie, is gedreven door software. Maar we kunnen de Europese economie niet laten draaien op alleen maar software. We hebben ook een sterke maak- en procesindustrie nodig en die is afhankelijk van grondstoffen.’

Ofwel doen we verder zoals we bezig zijn en evolueren we naar de massale verarming van Europa, ofwel beseffen we dat er trade-offs nodig zijn in de transitie naar klimaatneutraliteit.

Peter Tom Jones
directeur van het KU Leuven Instituut voor Duurzame Metalen en Mineralen (SIM² KU Leuven)

In februari pleitten in Antwerpen een aantal CEO’s, premier De Croo en Commissievoorzitter Von der Leyen voor deregulering en meer investeringen in de industrie. Is dat de goede piste?

Steven Vaelen: ‘Zeker. Maar het mag niet alleen bij woorden blijven. Op het vlak van kritieke mineralen werken we bijvoorbeeld in de VS nu al aan een project voor het ‘recoveren’ van kritieke mineralen zoals germanium en gallium uit zinkerts. In Europa wordt er alleen maar over gesproken. We hebben daadkracht nodig om die zaken ook hier te ontwikkelen.’

Ivan Van de Cloot: ‘Een van de bottlenecks hier is de verkokering van de overheid. Dat betekent dat ondernemers snel tot de conclusie komen dat ze met hun project bij zes verschillende ministeries moeten aankloppen. Sommige mensen verliezen dan gewoon de moed. Daar zijn oplossingen voor. Maar dat betekent dat er gesleuteld moet worden aan hoe we ons beleid aansturen. Men moet beseffen dat de wereld verandert en wij kunnen niet blijven stilstaan.’

Peter Tom Jones: ‘De Critical Raw Materials Act probeert de vergunningssnelheid op te drijven. De vergunning voor een Europese mijn laat vandaag gemiddeld 15,6 jaar op zich wachten. In China is dat minder dan één jaar. De CRMA wil dat nu reduceren tot 27 maanden. Maar tegelijkertijd is er allerhande milieuwetgeving die drukkingsgroepen handig kunnen gebruiken om van die vergunning een procedureslag te maken. Ik acht de kans dus klein dat die 27 maanden realistisch zijn. We hebben vooral een harmonisatie nodig op vlak van wetgeving om de vele inconsistenties weg te werken.’

Steven Vaelen: heeft Europa meer daadkracht nodig?

Die milieuwetgeving is misschien bedoeld om excessen te voorkomen?

Peter Tom Jones: ‘Ofwel doen we verder zoals we bezig zijn en worden we compleet afhankelijk van China en Rusland. Dan is het hier straks afgelopen voor de industrie en evolueren we naar de massale verarming van Europa. Ofwel kiezen we voor een scenario waarbij de broodnodige decarbonisatie van Europa hand in hand gaat met een op cleantech gebaseerde Europese herindustrialisering. Dit vereist de uitrol van een resem strategische (grondstof)projecten in Europa, met de strengste ESG-criteria. Hier en daar zullen we echter ook trade-offs moeten maken. Elk project heeft uiteindelijk een zekere milieu-impact. De groene beweging moet beseffen dat er soms compromissen nodig zijn om het grotere verhaal richting klimaatneutraliteit te realiseren.’

Intussen geven Europese landen hun eigen bedrijven subsidies voor die projecten ten koste van de buurlanden. Mist Europa dan geen eenheid?

Steven Vaelen: ‘Het heeft geen zin dat Europese landen elkaar beconcurreren. We moeten ervoor zorgen dat Europa als geheel concurrentieel wordt ten opzichte van de rest van de wereld. Dat is het einddoel.’

Peter Tom Jones: ‘Als de lidstaten de strijd met China aangaan in verspreide slagorde, zijn we verloren. We zullen moeten samenwerken. Hetzelfde geldt voor de concurrentie met de Verenigde Staten. We zien dat de Inflation Reduction Act (IRA) daar een enorme magneet is voor het aantrekken van nieuwe investeringen voor batterijfabrieken. Sommige van die fabrieken waren anders in Europa gebouwd, dus dat is voor ons een concreet probleem. Voor de volgende Europese Commissie, heb ik een duidelijke oproep. Geef een Europese vicepresident de implementatiemacht en -kracht om een Green Industrial Deal te realiseren die een aantal van de Chinese en Amerikaanse elementen slim gebruikt in het Europese antwoord.’

Ivan Van de Cloot: ‘Er is wel wat te leren van de VS met die Inflation Reduction Act. Maar we moeten er ons ook niet op blindstaren. We moeten ons afvragen waarom de private investeringen in de industrie er zoveel dynamischer zijn dan bij ons. Dat ligt heus niet alleen aan de IRA maar ook aan het gunstigere ondernemersklimaat.’

Bekijk het volledige industriedebat

Moeten we ons tot slot behoeden voor al te veel pessimisme?

Steven Vaelen: ‘Wij blijven bij Nyrstar voorzichtig optimistisch. We zijn een bedrijf dat al volledig geëlektrificeerd is, groene stroom gebruikt, hernieuwbare energie opwekt op de fabriekssites en dat kritieke mineralen en metalen produceert die belangrijk zijn in de energietransitie. Maar wij kunnen echt nog zoveel meer doen. We staan te popelen om aan de slag te gaan. We kunnen onze productie enorm flexibel aanpassen aan het energie-aanbod. We kunnen kritieke mineralen nog verder ontwikkelen en we kunnen onze processen nog verder verduurzamen. Daar hebben we wel het juiste investeringsklimaat voor nodig.’

Ivan Van de Cloot: ‘De industrie wordt te vaak als deel van het probleem voorgesteld. Dat is fout. Onze industrie is broodnodig om vandaag en morgen een aantal grote maatschappelijke uitdagingen te lijf te gaan. De industrie is geen deel van het probleem, maar van de oplossing.’

Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.