Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

‘Bedrijven moeten nu vooral inzetten op de digitale mindset van hun werknemers'

Femke Vandoninck (hr-manager Proximus Corporate University), Jeroen Franssen (Lead expert Talent & Labour Market bij technologiefederatie Agoria) en Claire Tomasina (hr-manager Elia)

Goed, we gaan anders werken. Maar wat betekent dat dan in de praktijk, voor werkgevers én werknemers? Een panel met drie experts laat in twee afleveringen zijn licht schijnen over de toekomst van werk. Vandaag: ‘Technologie zal het werk verrijken.’

De voorbije maanden groeide de overtuiging dat het klassieke kantoor definitief afgedaan had: zijn jullie daar nog altijd van overtuigd?

Femke Vandoninck: Ik zou het niet zo scherp stellen. Ik denk vooral dat we voortaan veel meer zullen afwegen wat de meest geschikte locatie is voor welke activiteit. Het wordt dus een genuanceerd verhaal. Iedereen samen om 9u naar kantoor, dat is wellicht voltooid verleden tijd. Maar het lijkt mij al even onrealistisch dat iedereen continu volledig op afstand zal blijven werken.

Jeroen Franssen: Ergens is het toch wat frustrerend dat we blijkbaar deze pandemie nodig hadden om tot het inzicht te komen dat we vooral behoefte hebben aan veel meer flexibiliteit op de werkvloer. Het werk moet naar de mensen komen, en niet omgekeerd. De toekomst brengt aangename en aangepaste werkplekken - thuis én op kantoor, maar net zo goed op gedecentraliseerde hubs.

Minstens net zo belangrijk is de inhoudelijke verschuiving die er zit aan te komen: vroeger vertrokken we vanuit ellenlange functielijsten, en werknemers moesten zich vooral op basis daarvan oriënteren. Steeds meer bedrijven beseffen nu dat ze het omgekeerd moeten aanpakken. Ze vertrekken vanuit iemands authentieke kwaliteiten en kijken vervolgens hoe en waar hij of zij het best inzetbaar is. Meer maatwerk dus, dat ook veel fijnmaziger zal zijn. En last but not least: werkregimes zullen veel flexibeler moeten worden. Niet alleen hebben we daar in België nog flink wat groeimarge, tegelijk kunnen we hierdoor ook de arbeidsparticipatie nog een stuk verhogen.

Er ligt dus veel werk op de plank voor de werkgevers?

Claire Tomasina: Dat klopt. Ik geloof ook niet dat iedereen voortaan constant thuis zal werken, maar het kantoor zal wel evolueren naar een soort ontmoetingsplaats. Dat moet ook: het is meer dan een werkplek, we connecteren er met elkaar en we lopen er elkaar gewoon toevallig tegen het lijf. Bedrijven zullen hun organisatie en hun processen dus moeten aanpassen om net die creativiteit en samenwerking tussen werknemers te blijven motiveren. Managers moeten hun mensen nog veel meer aansturen in functie van het resultaat, en niet langer in functie van de wijze waarop ze werken. Dat vraagt een grote mate van vertrouwen.

Technologie ontpopte zich de voorbije maanden als een van de belangrijkste vormelijke triggers voor dat nieuwe werken. Waar zien jullie de grootste inhoudelijke impact van allerlei nieuwe technologie?

Jeroen Franssen: Sommige repetitieve taken zullen sneuvelen, maar tegelijk zal technologie de arbeidsmarkt net toegankelijker maken voor bepaalde profielen. Mensen die nu, vanwege hun beperktere bagage, weinig kansen krijgen op die arbeidsmarkt zullen dankzij de inzet van robots of technologie plots wél inzetbaar zijn. Dat klinkt misschien vreemd, omdat we mensen met minder uitgesproken competenties vaak in die repetitieve taken terugvinden, maar ook een robot moet ingesteld, bediend en toegeleverd worden. Daar zie ik dus wel wat nieuwe kansen.

Femke Vandoninck: Technologie zal het werk verrijken en ze vergemakkelijkt ook de interactie tussen mensen. Collega’s hoeven niet langer op dezelfde plek te zijn om te kunnen samenwerken. Dat opent veel opportuniteiten. Zo is er ook veel potentieel in trainingen en opleidingen. Vroeger trokken we met ons allen naar het leslokaal om een opleiding te volgen, anno 2020 werken we met virtuele klaslokalen of hebben werknemers waar en wanneer ze maar willen toegang tot zeer flexibele trainingsmodules uit de hele wereld.

Claire Tomasina: In mijn ogen is het dan ook essentieel om nu als bedrijf zwaar in te zetten op de digitale mindset van je medewerkers. Technologie evolueert zo razendsnel dat het haast ondoenbaar is om daar altijd op te anticiperen. Je moet er dus vooral over waken dat al je medewerkers hiervoor voldoende openstaan.

Gaat het voor heel wat bedrijven niet té snel?

Jeroen Franssen: Die snelheid wordt niet bepaald door nieuwe ontwikkelingen, wel door de wijze waarop je als bedrijf technologie inzet, en door wat ze oplost. Neem nu de zorgsector: iedereen pleit vandaag voor meer handen aan het bed, maar waar gaan we al die zorgverstrekkers vinden? Patiënten hebben vooral nood aan zorgverleners die meer tijd voor hen kunnen maken. Dus moet je technologie inzetten om de hele backoffice van de gezondheidszorg minder arbeidsintensief te maken. Zo pak je meteen ook een echt maatschappelijk probleem aan.

Wie technologie zegt, zegt doorgaans ook millennials: zal het sterk groeiende belang van technologie ook de generatiekloof uitdiepen?

Femke Vandoninck: Ik wil dat toch enigszins relativeren, technologie kan generaties net ook dichter bij elkaar brengen. Een van de voorbeelden waar wij op inzetten is reverse mentoring om de wat oudere werknemers digitale vaardigheden bij te brengen.

Claire Tomasina: Die generatiekloof is er natuurlijk soms wel, en net daarom hebben wij de voorbije jaren workshops georganiseerd om meer voordeel te halen uit die generatiemix. Door werknemers duidelijk te maken waarin de prioriteiten van generaties soms verschillen, verschaf je hen ook meer inzicht in het gedrag en de aanpak van hun collega’s. Doordat de gemiddelde carrière ook een stukje langer wordt, komt er ook meer diversiteit in leeftijden op de werkvloer. Dat hoeft geen ramp te zijn, het komt er vooral op neer om die generaties optimaal te laten samenwerken vanuit hun eigen sterktes en troeven.

Jeroen Franssen: Bedrijven moeten vooral meer leren omgaan met diversiteit. Dat kan op basis van leeftijd zijn, maar net zo goed op basis van heel wat andere eigenschappen. Vroeger werd het werk georganiseerd op basis van gelijkheid: dezelfde functies, dezelfde kantoren, dezelfde diploma’s. Dat is niet meer van deze tijd: complementariteit wordt het nieuwe ordewoord. En dus zal de hr-puzzel soms iets moeilijker te leggen zijn, omdat de puzzelstukjes nu veel uiteenlopender zijn.

Vooral jongere werknemers lijken opnieuw meer aan te sturen op een striktere scheiding tussen werk en privé: wordt de klok daar enigszins teruggedraaid?

Claire Tomasina: Ik geloof niet echt in strikte regels, ook hier lijkt meer maatwerk wenselijk. Sommigen vinden het net heel comfortabel dat ze ’s avonds nog enkele mails kunnen beantwoorden, anderen gruwen daarvan. Het is de uitdaging je medewerkers een veilige werkcultuur te geven, waarin ze zich goed voelen om het werk te organiseren zoals hen dat het best uitkomt.

Femke Vandoninck: Dat klopt, ik vind de term work-lifebalance dan ook voorbijgestreefd. Je werk maakt deel uit van je leven, en dus moet je als werkgever inzetten op het algemene welzijn van je werknemers. Daarin zullen we mensen ook wat meer moeten begeleiden.

Lees verder

Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.