Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

Aan het einde van een loopbaan

De regering maakte de voorwaarden om vroeger te stoppen met werken een pak strenger. Hoe breit u anno 2014 een einde aan de loopbaan van uw werknemers?

Wettelijk kunnen Belgen met pensioen als ze 65 jaar zijn. Vervroegd wettelijk pensioen kan vanaf 2014 als u 61 jaar bent en 39 loopbaanjaren achter de rug hebt, en vanaf 2016 moet u 62 jaar zijn en een carrière van 40 jaar hebben. ‘Er zijn overgangsmaatregelen: wie 40 tot 42 loopbaanjaren achter de kiezen heeft, kan op zijn 60ste of 61ste stoppen’, weet Frank Verbruggen, adjunct-directeur van het sociaaljuridisch departement bij GroupS.

Bij werkloosheid met bedrijfstoeslag, of het vroegere brugpensioen, ontslaat u de werknemer. Die krijgt een werkloosheidsuitkering en u betaalt een aanvullende vergoeding. ‘De voorwaarden qua leeftijd en loopbaan worden almaar strenger’, weet Verbruggen. In principe moet een werknemer 60 jaar zijn, in sommige sectoren is dat 57 of 58. ‘2014 wordt een cruciaal jaar. Door de aanpassing van de sectorale cao’s wordt de minimumleeftijd dan voor iedereen opgetrokken naar 60 jaar vanaf 2015. En het minimumaantal loopbaanjaren wordt finaal 40.’ Afwijkingen blijven mogelijk voor zware beroepen, arbeidsongeschikte werknemers,werknemers met een lange loopbaan of ontslagen in het kader van een herstructurering

Om te vermijden dat iedereen nog gauw – voor de strengere regels - zou stoppen met werken, ontwierp de regering het kliksysteem. ‘Wie 58 is, en 38 jaar carrière op de teller heeft staan, kan in principe nu voor brugpensioen kiezen’, legt Verbruggen uit. ‘Zegt hij vandaag nee, dan moet hij volgend jaar wel 40 loopbaanjaren op tafel kunnen leggen. Daarom mag hij zijn brugpensioen nu al vastklikken en dan later opnemen – ook al voldoet hij niet aan de voorwaarden van dat moment.’

Werkgevers moeten de bruggepensioneerde vervangen door uitkeringsgerechtigde werklozen, voor minstens drie jaar. Tenzij de ex-werknemer ouder is dan 60. Vanaf 2015 wordt die grens opgetrokken tot 62 jaar.

De werkgever betaalt een patronale bijdrage op de aanvullende vergoeding. ‘En hoe jonger de werknemer, hoe hoger de bedragen’, waarschuwt Verbruggen. Wie een 58-jarige werknemer laat vertrekken, betaalt 50 procent, voor een 60-jarige is dat nog 25 procent.

Wie niet voldoet aan de voorwaarden voor brugpensioen, kan met het akkoord van zijn ex-werkgever kiezen voor het stelsel van werkloosheid met aanvullende vergoedingen voor oudere werknemers, ook wel het Canada Dry-stelsel genoemd. De werknemer belandt in het werklozenstatuut en krijgt naast zijn uitkering nog een aanvullende vergoeding, waarop sociale bijdragen betaald moeten worden. Maar hij moet wel beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt. ‘En hier wordt zijn uitkering bepaald in functie van zijn familiale toestand, wat niet zo interessant is.’

Met tijdskrediet laat u de werknemer zijn carrière rustig afbouwen. De 55-plusser met 25 jaar loopbaan, kiest voor een halftijdse of viervijfde werkweek, en krijgt van de RVA een aanvullende premie. ‘Creatieve werkgevers maakten van dat tijdskrediet vroeger een soort brugpensioen’, weet Verbruggen. De werknemer nam halftijds tijdskrediet, en de werkgever vulde de RVA-premie aan met een aanvullende vergoeding. Bovendien werd de werknemer vrijgesteld van prestaties. ‘Maar in dat scenario betaalt u sinds een aantal jaren 65 procent sociale bijdragen op die aanvullende vergoeding. En zo is dat eigenlijk niet meer financieel interessant.’

Ten slotte beaamt het RIZIV dat de laatste tijd meer en meer 55-plussers met een depressie of burn-out in de ziekteverzekering belanden. Een interessante strategie? Frank Verbruggen kan daar zeer kort over zijn: ‘Dat is sociale fraude.’

Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.