Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

Haal uw groepsverzekering van onder het stof

Dankzij een groepsverzekering bouwt uw werknemer op een fiscaal interessante manier aan een aanvullend pensioen. Maar is die verzekering vandaag nog altijd zo interessant voor de werkgever? Absoluut. Op voorwaarde dat de werkgever het contract van onder het stof haalt.

‘Een groepsverzekering blijft een uitstekende verloningstechniek’, bevestigt Jan de Wit, consultant bij pensioenplanner Life Plan, partner van Groep S. ‘Maar laat als werkgever die contracten niet in de kast liggen.’ Hij somt vier aandachtspunten op, die elke werkgever regelmatig moet checken. 

1. De verzekeraar

Bij welke verzekeringsmaatschappij hebt u het contract afgesloten? Is het een gezonde verzekeraar? ‘Dat gaat over solvabiliteitsmarge en dekkingsratio’s’, legt Jan de Wit uit. ‘Kan die verzekeraar zijn verplichtingen nakomen? Is hij solvabel, ook nu het economisch moeilijker gaat? Laat dat door een onafhankelijke consultant checken. Want de maatschappij vertelt natuurlijk alleen haar kant van het verhaal.’

De Nationale Bank controleert de verzekeraars, maar toch is voorkomen beter dan genezen. Want als bedrijfsleider loopt u risico. ‘Hoewel de huidige wetgeving ter discussie staat, blijf je als werkgever wel verantwoordelijk voor alle gestorte premies’, weet Jan de Wit. ‘En als de verzekeraar het geld niet kan opbrengen aan het einde van de rit, dan moet jij dat doen.’

2. Het contract

Wat houdt uw contract precies in? Een groepsverzekeringscontract is een contract op de lange termijn. Is het vandaag nog betaalbaar? En is het nog optimaal? Past het met andere woorden nog wel in uw verloningsbeleid? Misschien beloont u gewoon anciënniteit, terwijl u liever commerciële doelen wilt aanmoedigen?

‘Elk contract kan aangepast worden, zolang het voor de werknemer niet slechter wordt’, zegt Jan de Wit. Maar dat sluit niet uit dat een update wel interessant kan zijn voor een werkgever, bijvoorbeeld voor nieuwe werknemers. ‘Laat het nakijken’, spoort Jan de Wit aan, ‘want voor eenzelfde dekking kunt u 10 tot 20 procent minder betalen.’

3. De kosten

In principe loopt uw groepsverzekeringscontract pas af als uw bedrijf failliet gaat, of stopt en de laatste werknemer de deur achter zich toetrekt. ‘Dat betekent dat veel bedrijven oude contracten hebben, waarvan de vaste kosten gewoon doorlopen. Maar beheerskosten waren vroeger veel hoger dan nu. Overlijdingsdekkingen waren bijvoorbeeld ook veel duurder.’ Wie nog een tarief uit de jaren stilletjes betaalt, moet dat dringend laten aanpassen. ‘En’, gaat Jan de Wit voort, ‘kijk dan meteen ook of het contract nog wel aansluit bij de verwachtingen van uw werknemer.’

4. De rendementsgarantie

Volgens de Wet Aanvullende Pensioenen uit 2003 moet een groepsverzekering 3,25 procent opbrengen voor de stortingen van een werkgever en 3,75 procent voor die van de werknemer. En de werkgever is verantwoordelijk voor dat rendement. ‘Dat betekent dat een werkgever vandaag eigenlijk garanties moet geven die institutionele beleggers niet kunnen geven’, vindt Jan de Wit. ‘Maar ook hier: geen reden tot paniek. Dat zijn rendementen op lange termijn, en wie nu na een lange carrière met pensioen gaat, zit met een overschot op die garantie. Zorg dat u als werkgever de bijdragen op tijd betaalt, en dat de kosten van uw contract niet te hoog zijn. En laat nu al nakijken wat een en ander voor u betekent. Ook dan zult u er niet van wakker moeten liggen. Zelfs in het slechtste scenario gaat het waarschijnlijk maar over een paar 100 euro.’

Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.