Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

‘Een kantoorbaan? Dat zou echt niets voor mij zijn'

Jean-François Roeland, Flying station engineer

Flying station engineer staat op zijn naamkaartje. En dat mag je best letterlijk nemen: gemiddeld twee keer per week stapt Jean-François Roeland (59) in Brussel op het vliegtuig, en tien tot vijftien dagen per maand brengt hij in Afrika door.

Een gigantische Airbus 330 rolt binnen in Hangar 41 voor onderhoud. Her en der verspreid staan gedemonteerde vliegtuigmotoren te wachten op herstelling. Sinds jaar en dag worden hier de toestellen van Brussels Airlines onderhouden, en deze enorme loods is al jarenlang de Brusselse werkhabitat van Jean-François Roeland.

Tenminste: als hij in het land is, want Roeland is een van de twintig zogenoemde Afrika-ingenieurs bij Brussels Airlines. Zijn werkschema voor de volgende dagen? ‘Morgen vlieg ik naar Kinshasa, vrijdag gaat het richting Abidjan in Ivoorkust en zondag staat er een retour Bujumbura op het programma.’ Saai of routineus wordt het nooit in een job als deze, al moet je er het onregelmatige leven uiteraard bijnemen.

‘Ik was al sinds mijn jeugd besmet door het luchtvaartvirus’, vertelt Jean-François Roeland. ‘Piloot worden was een verre jeugddroom, maar dat bleek financieel onhaalbaar. Na mijn studies elektromechanica werkte ik jaren voor chartermaatschappij Trans European Airways, waar ik het vak verder geleerd heb. Later ben ik bij Sabena aan de slag gegaan, en sinds 2011 werk ik dus voor Brussels Airlines.’

‘Toen ik het aanbod kreeg om als flying station engineer (FSE) de Afrika-vluchten te begeleiden, heb ik geen moment getwijfeld. Ik zit misschien niet zelf aan de stuurknuppel, maar ik vlieg wel heel frequent. En ik zit bijna letterlijk op de eerste rij in het contact met de piloten én met de passagiers.’ Als FSE is het de taak van Jean-François om de vliegtuigen van Brussels Airlines die vanuit Afrika opnieuw richting Brussel vertrekken te releasen. Dat betekent: technisch het licht op groen zetten voor de vlucht.

En dat doet Roeland vanuit Kinshasa, Dakar, Accra, Entebbe of de andere Afrikaanse bestemmingen die Brussels Airlines aandoet. Gemiddeld begeleidt hij enkele keren per week een vlucht, waarna hij vaak een paar dagen ter plaatse actief blijft. ‘Ik ben elke maand tien tot vijftien dagen in Afrika. Soms begeleiden we ook een heen- én terugvlucht, en dan ben je toch al snel 24 uur in de weer.’

Op elke vlucht richting Afrika vliegt een eigen ingenieur mee, omdat Brussels Airlines ter plekke geen mensen heeft met de nodige licenties om zijn vliegtuigen te releasen bij vertrek. ‘Uiteraard zijn er vandaag in Afrika voldoende goed opgeleide mechanici. Maar die werken dan voor hun eigen nationale luchtvaartmaatschappij. Zodra we in Afrika landen doen we daar al meteen een visuele inspectie van het toestel, en ook voor het vertrek wordt elk vliegtuig nog eens grondig gecontroleerd. Af en toe moeten we natuurlijk ook inspringen bij onverwachte technische problemen.’

Veiligheidssituatie

Hij bezocht Afrika intussen al honderden keren, maar toch krijgt Roeland ter plekke niet veel meer te zien dan de hoofdsteden. Waarbij de ene stad al iets hoger op zijn favorietenlijstje prijkt dan de andere. ‘Accra, in Ghana, is echt wel een aangename stad, en ook Dakar is leuk.  Ouagadougou in Burkina Faso of Douala in Kameroen liggen me dan weer minder.

‘In elk land is ook altijd een vaste stationmanager aanwezig, die alles ter plekke regelt voor ons. Maar we zijn daar natuurlijk niet met vakantie, en doorgaans zijn het gewoon ook lange werkdagen. Veel tijd om wat couleur locale op te snuiven is er niet.’ Een job als deze brengt uiteraard ook een flinke verantwoordelijkheid mee: het zijn de flying station engineers die - in overleg met de piloot - beslissen of het vliegtuig veilig kan vertrekken. ‘Vinden we dat de veiligheid niet gegarandeerd is? Dan blijft het toestel daar voor herstellingen, of laten we reserveonderdelen overvliegen.’

Wil hij ooit nog elders aan de slag gaan? ‘Nee’, zegt Roeland resoluut. ‘Vliegen is echt een passie voor mij. Het gaat niet alleen over het werk op zich, het is ook de sfeer, het contact met piloten en passagiers, noem maar op.’

‘Vliegen is echt een passie voor mij. Het gaat niet alleen over het werk op zich, het is ook de sfeer en het contact met piloten en passagiers’
Jean-François Roeland
Flying station engineer

‘Al is het ook niet altijd rozengeur en maneschijn. Je wilt niet weten hoe vaak ik tijdens de vlucht al opgeroepen ben omdat het toilet verstopt zit. Waarna ik een luier uit de wc-pot mag vissen’, lacht Roeland.

Maar daar staat ook veel dankbaarheid van de passagiers tegenover. ‘Zo werd ik ooit tijdens een terugvlucht uit Afrika ’s nachts gewekt, omdat een zuigeling met een armpje gekneld was geraakt tussen de armleuningen van twee stoelen. Krijsend kind, moeder in paniek, en de helft van de passagiers verzameld rond die baby. Uiteindelijk ben ik onder de zetels gekropen om dat armpje los te krijgen. Voor mij maakt ook die service aan de passagiers deel uit van deze job. En precies de afwisseling maakt het werk zo boeiend. Een kantoorbaan als ingenieur, dat zou echt niets voor mij zijn.’

©Frederic Raevens
©Frederic Raevens
©Frederic Raevens
©Frederic Raevens

Lees verder

Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.