Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

Ingenieur van morgen moet technologieangst overwinnen

v.l.n.r. Yves Bosteels (Jan De Nul), Valérie Daloze (Elia), Nancy Vercammen (ie-net) en Florence Bribosia (BESIX)

42 procent van onze ingenieurs heeft nog nooit gehoord van Industrie 4.0, de verzamelnaam voor onder meer slimme dataverwerking en automatisering van industriële productieprocessen. Dat blijkt uit de derde editie van Ingenieursradar, de enquête van ingenieursvereniging ie-net, waaraan 1.065 ingenieurs en 355 bedrijven deelnamen.

Het blijft verrassend: op de vraag of ze al eens gehoord hebben van Industrie 4.0, antwoordt 42 procent van de individuele ingenieurs “neen”. De ondervraagde bedrijven scoren met 32 procent een stuk beter. Gelukkig zijn ingenieurs en bedrijven het wél eens over welke competenties Industrie 4.0 vraagt.

Wat verklaart de gebrekkige kennis rond Industrie 4.0? 

Nancy Vercammen (Algemeen directeur ie-net Ingenieursvereniging): ‘Het lijkt erop dat bij veel ingenieurs vooral de term Industrie 4.0 onvoldoende ingeburgerd is. Dat verzamelbegrip doet evenmin bij de meeste laatstejaarsstudenten een belletje rinkelen. Veel ingenieurs kennen wél de definitie van de individuele technologie die tot Industrie 4.0 behoort, zoals Internet of Things (IoT), artificiële intelligentie, cloudcomputing en big data. Dat lijkt hoopvol, maar te veel ingenieurs hebben nog altijd geen kennis over of ervaring met die nieuwe technologie. Tussen het besef van vereiste en aanwezige kennis gaapt een kloof van tientallen procenten. Die scores liggen lager dan in 2017. Ingenieurs en bedrijven staan de komende jaren voor een gigantische uitdaging.’

Valérie Daloze (Projectmanager bij Elia): ‘Bij Elia gebruiken we de term Industrie 4.0 niet. Ik heb de definitie hiervan naar aanleiding van dit interview dan ook even opgezocht. Uiteraard zijn wij ook bezig met AI, blockchain en dergelijke meer, maar wij noemen dat simpelweg digitalisering. Nieuwe technologie helpt ons om de stroomproductie en -consumptie te organiseren in het kader van de energietransitie. Dan heb ik het concreet over proefprojecten als het Internet of Energy, waarbij we met partners een energiedataplatform ontwikkelen waarop alle belangrijke spelers van de markt nieuwe diensten kunnen ontwerpen en testen.’

Florence Bribosia (Hoofd Bedrijfscommunicatie bij BESIX Group): ‘Dat geldt ook voor ons bedrijf. Wij spreken vooral over digitale oplossingen. Veel mensen hebben vooroordelen over de bouwsector. Die zou rond digitalisering achterlopen in vergelijking met andere sectoren. Wij bewijzen dat dat niet klopt. Wij creëren bijvoorbeeld van al onze grote projecten een bouwwerkinformatiemodel (BIM). Daarin kan, naast de geometrie en positie van bijvoorbeeld een muur, extra informatie worden toegevoegd: bouwmaterialen, kosten, afmetingen enzovoort. Zo kun je, in combinatie met 3D-modellen, al voor het bouwproces start potentiële fouten detecteren en dus voorkomen. Vijf jaar geleden werkten we met één BIM-ingenieur. Vandaag hebben we een volledig team. Hetzelfde geldt voor drones: wij gebruiken die om bouwgronden vanuit de lucht op te meten, 3D-scans van tunnels te ontwikkelen en dergelijke meer.’

Yves Bosteels (Directeur Kennis, Processen en Innovatie bij Jan De Nul): ‘Digitale kennis en innovatie leeft ook in onze organisatie. Al is de technologie die we daar voor inschakelen wellicht nog niet even ver gevorderd als in bepaalde andere sectoren. Ook wij zetten onze eerste stappen met drones, autonoom varende schepen en het digitaal verzamelen van scheepsdata. Maar we zijn bijvoorbeeld nog niet bezig met onderhoudsbehoeften te voorspellen. We analyseren de productie data van onze baggerschepen in realtime. Bij anomalieën op de scheepsinstallaties kunnen we dan ook snel ingrijpen en processen aanpassen. Onze productie -en onderhoudsingenieurs maken al flink gebruik van deze technologie. We hebben binnen de onderhoudsdienst een burgerlijk ingenieur data-analist in dienst om dit te ondersteunen. Dergelijke functies worden nog verder uitgebouwd. Daar maken we de komende jaren werk van.’

Weten bedrijven en ingenieurs voldoende welke ingenieurscompetenties noodzakelijk zijn om optimaal met die nieuwe technologie overweg te kunnen

Nancy Vercammen: ‘Daar zijn de ondernemingen en ingenieurs het in onze enquête grotendeels over eens. Ze beseffen dat probleemoplossend denken, het beheren van complexiteit en IT-kennis onmisbaar zijn. En ook dat samenwerken binnen en buiten het bedrijf in een open innovatieve omgeving almaar belangrijker wordt, net zoals de nood aan nieuwe trainingsprogramma’s in het kader van Industrie 4.0 én multidisciplinair werken.’

Florence Bribosia: ‘Inderdaad: niet alleen omgaan met technologie, maar zéker ook sociale vaardigheden worden almaar crucialer in het werkveld van een ingenieur. Het is niet langer voldoende om een oplossing voor een bepaald probleem uit te denken en te berekenen – of daar de juiste tools voor in te zetten. Je moet kunnen samenwerken met andere mensen om tot de beste oplossing te komen. En om die oplossingen vervolgens te kunnen verkopen aan een team of een klant. Dáármee maakt een ingenieur vandaag en morgen het verschil. Want technisch worden ze al geacht een expert te zijn in hun vakgebied.’

‘Ethisch denken wordt een belangrijke vaardigheid die ingenieurs optimaal moeten ontwikkelen.’
Valérie Daloze
Project Manager bij Elia

Valérie Daloze: ‘Enerzijds maakt nieuwe technologie het werk van ingenieurs nog efficiënter en nauwkeuriger, en vergroten ze daarmee hun maatschappelijk impact. Anderzijds plaatst ze de ingenieurs ook in de ethische vuurlijn. Ingenieurs moeten almaar grondiger nadenken over hoe ethisch verantwoord bepaalde oplossingen zijn, hoe maatschappelijk zinvol die zijn, of er door een bepaalde oplossing geen privacyschendingen ontstaan. Kortom: ethisch denken wordt een belangrijke vaardigheid die ingenieurs optimaal moeten ontwikkelen.’

Kan technologie de komende jaren de ingenieurskrapte op de arbeidsmarkt opvangen? Maakt een digitale oplossing bijvoorbeeld van het werk van twee ingenieurs een klus voor één persoon?

‘Als digitale automatisering en vereenvoudiging bij andere beroepen kan, dan werkt dat volgens mij ook bij het ingenieursberoep.’
Yves Bosteels
Director KPI bij Jan De Nul

Yves Bosteels: ‘Ik veronderstel van wel. Als digitale automatisering en vereenvoudiging bij andere beroepen kan, dan werkt dat volgens mij ook bij het ingenieursberoep. Uiteraard heb je dan weer extra ingenieurs nodig om die technologie uit te denken, te ontwikkelen en te monitoren. Daardoor ontstaat er misschien geen oplossing voor die arbeidsmarktkrapte, maar eerder een verschuiving. Bepaalde ingenieurstaken kunnen misschien met minder mensen uitgevoerd worden. Maar bij andere taken zijn er juist extra mensen met bepaalde specialisaties nodig.’

Nancy Vercammen: ‘Dat is ook onze visie. De digitalisering van het ingenieursberoep zal nieuwe functies creëren. Hoe je taken realiseert, zal morgen anders zijn dan vandaag. Maar dat wijzigt weinig aan de structurele krapte aan ingenieursprofielen op de arbeidsmarkt. Daarom zijn er blijvende inspanningen nodig om zoveel mogelijk jongeren te motiveren voor een ingenieursopleiding.’

‘Ons land heeft vandaag ook – en dat weten sommigen misschien niet – om en bij de 2.000 werkzoekende ingenieurs, onder wie oudere, ervaren ingenieurs, mensen met een werkgever die moest saneren of failliet is gegaan, ingenieurs met een nichespecialisatie. Het is belangrijk dat al die mensen geactiveerd worden, en een plaats krijgen in nieuwe bedrijven en organisaties. Ie-net heeft samen met VUB en nog andere partners een subsidieproject ingediend, dat het mogelijk maakt om die mensen toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt te bieden, en te voorkomen dat ze in de werkloosheid terechtkomen: onder meer via begeleiding en heroriëntatie.’

Vrouwelijke ingenieurs blijven schaars: waarom kiezen nog altijd betrekkelijk weinig vrouwen voor dat carrièrepad?

Valérie Daloze: ‘Bij Elia zijn naar schatting 20 tot 25 procent van de ingenieurs vrouwelijk. Dat stemt zowat overeen met hun aandeel op de arbeidsmarkt. Ook voor mij blijft het een raadsel waarom zo weinig vrouwen voor dit beroep kiezen. Als ingenieur heb je waanzinnig veel carrièremogelijkheden. Je hebt door de krapte op de arbeidsmarkt de luxe om te kiezen waar je naartoe wilt. Je kunt aan de slag in de private sector, bij de overheid, als zelfstandige consultant, als lesgever enzovoort. Je kunt kiezen voor kantoor- of terreinwerk. Een rustige job binnen de kantooruren, of eentje met veel uitdaging. Of een combinatie van al die zaken, want je kunt om persoonlijke redenen tijdens je carrière ook makkelijk switchen.

Florence Bribosia: ‘Het ingenieursberoep kampt bij vrouwen met een imagoprobleem. Het beroep is en blijft voor velen onbekend. Al zien wij ook wel een verbetering. Tien jaar geleden was amper één ingenieur op de zes bij BESIX een vrouw. Vandaag vertegenwoordigen vrouwen 33 procent van de nieuwe aanwervingen. Wij hebben de voorbije jaren een volledig welzijnsbeleid voor onze medewerkers ontwikkeld, met glijdende uurroosters, teleworking en opleidings- en ontwikkelingsmogelijkheden. Zaken die vandaag als normaal beschouwd worden bij traditionelere functies, maar die we nu ook toepassen voor onze ingenieurs. Het is vooral door die aantrekkelijke werkomstandigheden dat er meer vrouwelijke ingenieurs dan ooit kiezen voor een carrière bij ons bedrijf.’ 

‘Tien jaar geleden was amper één ingenieur op de zes bij BESIX een vrouw, vandaag is dat al één op de drie.’
Florence Bribosia
Head of Corporate Communications bij BESIX Group

Nancy Vercammen: ‘Wij zagen het voorbije jaar een lichte stijging van het aantal vrouwelijke ingenieursstudenten, maar in se blijft de situatie nog altijd rampzalig. Studies tonen aan dat wanneer meisjes even goed presteren in wiskunde, ze vaak nog altijd menen dat ze het minder goed doen dan jongens op school. Er is dus een zekere faalangst. Dat speelt een doorslaggevende rol bij studiekeuzes. Onze vereniging werkt, samen  met onder meer Johnson & Johnson, aan een vrouwgerichte aanpak en beeldvorming om méér meisjes – en jongens – in de STEM-onderwijsrichtingen te krijgen. Vrouwelijke ingenieurs dragen niet per definitie een helm. Die stereotiepe onjuistheden moeten we elimineren. En we moeten ook meer vrouwelijke rolmodellen onder de aandacht brengen. Vrouwen die andere vrouwen inspireren – en die hun beroep gepassioneerd uitleggen.’

Welke rol speelt duurzaamheid in het werk van een ingenieur vandaag en morgen?

Florence Bribosia ‘In ons bedrijf zetten we daar stevig op in. We bekijken hoe beton groener, met minder CO2, geproduceerd kan worden. Hoe verkleinen we de afvalstroom op werven en onze ecologische voetafdruk, om uiteindelijk tot zero waste te komen? Op welke manier kunnen we materialen bij afbraak of renovatie recycleren of upcyclen? Vandaag recycleren we bij de afbraak van een gebouw bijna 98 procent van de materialen. Al die zaken maken ons bedrijf, de bouwsector en bij uitbreiding de planeet groener. En bij de ontwikkeling en implementatie van al die oplossingen vervullen ingenieurs een sleutelrol. Wij beschikken daarvoor zelfs over duurzaamheidsingenieurs.’

Valérie Daloze: ‘Wij hebben daarvoor geen specifieke ingenieursprofielen in dienst, maar we trekken duurzaamheid in het algemeen steeds verder door bij de ontwerpen en realisaties waar onze ingenieurs bij betrokken zijn. Dat gaat niet alleen over materiaalkeuzes, maar ook over hoe we onze installaties zo duurzaam mogelijk kunnen integreren in de omgeving. Daarnaast hebben we ook heel wat ingenieurs die werken rond marktintegratie: rond mechanismes om hernieuwbare oplossingen in de markt te zetten. We proberen dus zowel onze eigen voetafdruk te vergroenen als onze Belgische energiesystemen zo CO2-arm mogelijk te maken.’

Yves Bosteels: ‘Uiteraard is ook Jan De Nul begaan met duurzaamheid. We vergroenen onze vloot, onder meer door in te zetten op AdBlue-technologie, die als dieselbijvoeging gebruik wordt, en die stikstofdioxide bij de verbranding omzet in elementair stikstof en water. En we werken sinds een paar jaar ook met een MVO-officer, die er mee voor zorgt dat we zo maatschappelijk verantwoord mogelijk kunnen ondernemen.’

‘Ingenieurs kunnen met hun kennis, expertise én door samen te werken een maatschappelijke impact realiseren.’
Nancy Vercammen
Algemeen directeur ie-net Ingenieursvereniging

Nancy Vercammen: ‘Streven naar optimale duurzaamheid wordt de komende jaren een steeds belangrijkere vaste waarde in het werk van een ingenieur. Iedereen zal geacht worden om daar in zijn of haar vakgebied mee bezig te zijn. Circulaire economie wordt almaar belangrijker om het gebrek aan bepaalde grondstoffen, de vervuiling en de overbevolking aan te pakken. Duurzaamheid komt binnenkort tijdens ingenieursopleidingen wellicht vakoverschrijdend aan bod. Het zal niet voorbehouden blijven tot een bepaalde richting. Universiteiten zijn volop bezig om die visie in hun opleidingen te verankeren. Want ingenieurs kunnen met hun kennis, expertise én door samen te werken daadwerkelijk een maatschappelijke impact realiseren.’

Lees verder

Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.