Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

‘Ook de bedrijfswereld moet onze jongeren opvoeden'

©Marco Mertens

De opvoeding van de volgende generatie is niet alleen een zaak van ouders en onderwijs, vindt kinder- en jeugdpsychiater Peter Adriaenssens. Ook voor het bedrijfsleven is een belangrijke taak weggelegd. ‘Misschien moeten we het onderscheid tussen de wereld van het onderwijs en die van het bedrijfsleven wat minder radicaal in stand houden.’

‘Communicatie. Als de komende generatie één vaardigheid nodig heeft, dan is het communicatie. In steeds minder beroepen werk je alleen. Je moet samenwerken en daarvoor moet je communiceren. Al in het lager onderwijs moeten we leren argumenteren, in discussie gaan, luisteren naar anderen, … Jammer genoeg gaan we te vaak pas in dialoog als het misgaat’, meent kinder- en jeugdpsychiater Peter Adriaenssens.

‘Samenwerken is ook kunnen omgaan met andere meningen, en dat moet je leren op een verbonden manier. Je mag kritisch blijven, maar de taal moet verbonden blijven met wat wel lukt. Er lopen te veel zageventen rond. Mensen die beklemtonen hoe zwaar en moeilijk alles gaat. We horen te weinig dat werken plezier verschaft. Dat je op je werkplek kennis opdoet, vrienden maakt, ontdekkingen doet, …’

‘We moeten ook respect tonen voor de voorbije generaties. Onze ouders, grootouders, overgrootouders hebben hard gewerkt – soms zelfs letterlijk gevochten – om op te komen voor hun idealen, om de wereld te verbeteren. Als ik aan dertienjarigen vraag hoe we tot onze welstand zijn gekomen, hebben velen daar nog nooit een verhaal over gehoord.’

Groeien jongeren vandaag op in een moeilijkere wereld dan hun ouders?

‘Elke generatie heeft de neiging zichzelf te beklagen. Maar je zou toch geen deel willen uitmaken van de generatie die bijvoorbeeld een wereldoorlog meemaakte? Ik zie nu wel meer jongeren die er onderdoor gaan dan pakweg twintig jaar geleden.’

Heeft dat te maken met de digitalisering?

‘Instabiele gezinssituaties, minder zekerheid of je diploma tot werk leidt, een samenleving in beweging, … dat zijn factoren die al langer bestaan. Het internet vormt een nieuwe partij. De sociale media stellen hoge verwachtingen aan jongeren, veroorzaken stress.’

‘De softsector is niet tegen sociale media, zeker niet. We weten dat 70 procent van de jongeren daarmee een grote sprong vooruit maakt. Jongeren die in eerdere generaties moeilijk vrienden maakten, vinden nu wel aansluiting bij anderen. Het helpt om contacten te leggen. Er zijn veel voordelen. Toch pleit ik ervoor dat het bedrijfsleven mee nadenkt over maatregelen om jongeren te beschermen tegen grof geweld.’

Er moet gestudeerd worden, maar goesting bijbrengen is minstens zo belangrijk. Bedrijven moeten hun passie overdragen.
Peter Adriaenssens
kinder- en jeugdpsychiater

Hoe belangrijk is het onderwijs in het klaarstomen van de volgende generatie?

‘Steeds minder beroepen sluiten lineair aan op een concreet diploma. We moeten jongeren afleveren die niet louter een diploma behalen, maar die ook flexibel zijn. Het middelbaar bereidt je daarop niet voor, dat gebeurt pas als je tijdens je hogere studies een stage doet.’

‘Misschien moeten we het onderscheid tussen de wereld van het onderwijs en die van het bedrijfsleven wat minder radicaal in stand houden. We zien een enorme toename van het aantal werkstudenten. Meer dan 80 procent van de jongeren heeft voor zijn achttiende gewerkt. Over het algemeen is iedereen daarover tevreden. Leerlingen komen in een patron-systeem terecht: ze moeten op tijd komen, beleefd zijn, respect tonen, … Daarvan kijken leerkrachten verrast op, die massale beleefdheid stellen zij in de klas niet vast.’

‘Werkstudenten leren belangrijke vaardigheden die elders niet aan bod komen, denk maar aan het belang van nette kledij. Studentenjobs bieden een collectieve winst. Toch hebben we moeite om goede patrons te vinden voor jongeren die deeltijds leren, zeker in het beroepsonderwijs. Daarom moeten we leerlingen al op hun dertiende of veertiende in contact brengen met bedrijven.’

Dat lijkt op de leerplicht die lange tijd maar tot veertien jaar gold?

‘Je hoort weleens dat ADHD vroeger niet bestond. Natuurlijk bestond dat wel, maar die jongeren werden op hun veertiende van school weg gewerkt. Ze gingen in de leer bij een patron die de ADHD’er gestructureerd een beroep leerde. Veel van die getalenteerde jongens werden op hun 35ste meestergast of begonnen een eigen bedrijf.’

‘Het is positief dat we zoveel mogelijk jongeren tot hun achttiende school willen laten lopen, maar dat onderwijstraject is niet voor iedereen het juiste. We moeten daarin veel soepeler worden. Er moet gestudeerd worden, maar goesting bijbrengen is minstens zo belangrijk. Bedrijven moeten hun passie overdragen.’

Hoe belangrijk is afkomst?

‘Een groot aantal jongeren in de kansarmoede komt uit migratiegezinnen. Dat moet ons verontrusten. We weten dat hoe meer hersenen worden geprikkeld door sport, taal, onderwijs, … hoe groter de kans dat je verder kan springen. Dat begint bij de kinderopvang, de crèche.’

‘We kunnen niet meer terugkeren naar een volledig wit land, dat is de realiteit. We zijn een wereldbevolking. Daar moeten we een collectieve kracht van maken. We moeten ook de transgenerationele werkloosheid stoppen. Jongeren moeten worden opgevoed in gezinnen met een arbeidsgewoonte. Sociale werkplaatsen om mensen aan het werk te zetten, geven ook hun kinderen een noodzakelijke basisstructuur.’

Bent u optimistisch of pessimistisch gestemd?

‘Optimistisch! Verbondenheid is belangrijk. We moeten families blijven, we moeten feest vieren, je moet elk moment aangrijpen om met je familie en vrienden samen te zijn. Dat is erg beschermend. Maar we moeten ook verbolgen durven te zijn. Ik stoor me aan de attitude van “alles mag tegenwoordig”. Met twintig volwassenen getuige zijn van een veertienjarige die onbeschoft is tegen de trambestuurder? Een generatie geleden zouden de volwassenen elkaar gesteund hebben. We moeten vooruit willen en ons niet laten verlammen door angst. Ook verbolgenheid moet er zijn.’

Lees verder

Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.