New technology
30.000 oranje robots werken als slimme vorkliftjes in de pakjescentra van Amazon: 'De maatschappelijke waarde van robotisering kun je de komende twintig jaar moeilijk overschatten.' © Eric Slomanson, Amazon
5 Leestijd

‘Het is niet alleen meer hoe snel, maar vooral hoeveel'

Naar 20 miljard slimme en geconnecteerde apparaten in 2020

Een groeiend leger van altijd maar slimmere machines neemt steeds meer taken over van mensen. Daarvoor moeten ze wel verbonden zijn met het internet. En dat is niet zo gemakkelijk als het lijkt.

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Iedereen leert op school dat in 1969 de eerste man op de maan liep. Maar het was ook het jaar dat de mens voor het eerst reisde in het digitale universum. Op 29 oktober ging in het Stanford Research Institute namelijk de eerste boodschap van host to host. De impact van die laatste gebeurtenis – minder spectaculair en slechts door een handvol mensen bekeken – is voorlopig veel groter gebleken.

Internetbedrijven die zich het voorbije decennium in ons leven genesteld hebben, zijn daar niet meer weg te denken. Dat belang vertaalt zich ook in harde cijfers. Zo is Facebook met zijn ruim 1,8 miljard actieve gebruikers per maand ongeveer 270 miljard dollar (288 miljard euro) waard. De 13.000 werknemers van het sociale netwerk creëren daarmee net zoveel welvaart als Finland met zijn 5,5 miljoen inwoners jaarlijks weet voort te brengen.

30.000 slimme vorkliftjes

De digitale vooruitgang laat zich ook steeds meer in fysieke bedrijfsprocessen voelen. Jerry Kaplan, een computerwetenschapper van Stanford, schrijft in zijn boek over artificiële intelligentie (‘Humans Need Not Apply’) dat de meeste werkplaatsen zijn ingericht om het menselijk denken te volgen. In een magazijn betekent dat bijvoorbeeld dat bezems en vuilnisblikken naast elkaar staan, omdat magazijniers zo gemakkelijker hun plaats kunnen onthouden. Maar computers zijn geprogrammeerd om alles te weten staan. In een magazijn bevolkt door robots is daardoor een andere, meer efficiënte organisatie mogelijk, bijvoorbeeld door de bezems naast de lijmpistolen te plaatsen als die vaak samen gekocht worden.
Dit is geen toekomstdroom. Neem het voorbeeld van Amazon, dat in 2012 goed 775 miljoen dollar neertelde voor roboticabedrijf Kiva. Vandaag gebruikt de e-commercereus in zijn pakjescentra al meer dan 30.000 oranje robots die dienst doen als slimme vorkliftjes. Zij hebben geen moeite om de meer dan 20 miljoen producten te vinden en naar de werknemers te brengen die de pakjes samenstellen. Topman Jeff Bezos verklaarde vorig jaar dat het moeilijk te overschatten is hoe groot de maatschappelijke impact van automatisering wordt in de komende twintig jaar.

Goedkoop en intelligent

Natuurlijk hangen al die robots niet aan kabels vast. In de nieuwe wereld van connectiviteit is de draadloze verbinding koning, en niet alleen in industriële processen, vertelt Marc Lambotte, topman van technologiefederatie Agoria. ‘Alles komt vol sensoren te zitten. Die hebben drie gemeenschappelijke kenmerken. Ze zullen met het internet verbonden zijn, autonoom zijn en dus een stukje intelligentie hebben, en in staat zijn om heel lang hun werk te doen. Ze hebben nauwelijks stroom nodig – en kunnen die eventueel zelf opwekken – en zijn goedkoop. Door die ontwikkeling komen er in de eerstkomende jaren geen miljoenen, maar wel miljarden geconnecteerde apparaten bij.’

Tientallen miljarden zelfs, zo leert een studie van Gartner uit 2015. Het onderzoeksbureau voorspelt dat er tegen het eind van dit decennium meer dan 20 miljard geconnecteerde apparaten zullen zijn, dat zijn er drie keer meer dan vandaag. Voorbeelden daarvan zijn slimme energie- en watermeters, vuilcontainers, verkeersborden, betaalterminals, radarmelders, domotica,… alsook allerlei sensoren om industriële processen in de gaten te houden en bij te sturen.

In de eerstvolgende jaren komen er geen miljoenen, maar wel miljarden geconnecteerde apparaten bij
Marc Lambotte Topman technologiefederatie Agoria

Dat vraagt om nieuwe netwerken die specifiek toegespitst zijn op het verbinden van die sensoren, alsook om nieuwe internetstandaarden die een vrijwel onbeperkt aantal sensoren kunnen connecteren. ‘Nu proberen telecombedrijven elkaar de loef af te steken in snelheid – en dat zal belangrijk blijven – maar de vraag hoeveel apparaten je kunt aansluiten zal nog belangrijker worden’, aldus Marc Lambotte.

‘We zitten nog in een groeifase, maar ik verwacht dat die aansluitingen snel exponentieel zullen toenemen’, vertelt Gert Jonk, Europees verkoopdirecteur bij technologiebedrijf Alcatel-Lucent Enterprise. ‘Daarom zijn fabrikanten specifieke switches aan het ontwikkelen. Dat zijn een soort schakelcentrales met poorten om die apparaten op aan te sluiten. Sensoren plaatsen is namelijk één ding, maar ze moeten wel nog verbonden zijn met een netwerk om hun informatie te kunnen doorsturen. Dat gaat van gegevens van eenvoudige sensoren tot camera’s die hogedefinitiebeelden doorsturen. Die switches moeten dus een bepaalde bandbreedte hebben.’

Strijd om nieuwe standaarden

Op dit ogenblik verloopt het gros van de machine-tot-machinecommunicatie nog via traditionele gsm-netwerken. Die apparaten zijn uitgerust met een soort simkaart die weinig kost en maar een lage bandbreedte heeft. Denk bijvoorbeeld aan simkaarten in navigatiesystemen waardoor een bedrijf als TomTom de verkeerssituatie in kaart kan brengen, en zijn gebruikers kan waarschuwen voor files. Verschillende bedrijven experimenteren vandaag met draadloze netwerken die gebruiken maken van de LoRa-standaard, kort voor ‘low power, long range’. Die technologie kan de markt van IoT-apparaten exponentieel uitbreiden. Want er zijn dan geen simkaarten meer nodig, aangezien de sensoren zelf de verbinding met het netwerk maken. ‘Die verbindingen mogen dan wel draadloos zijn, maar je hebt uiteindelijk wel nog altijd een ontvanger in de buurt nodig’, merkt Gert Jonk op.

Bij een LoRa-netwerk kunnen apparaten in open lucht gegevens verzenden over een afstand tot 30 kilometer, in de stad decimeert dat tot 3 kilometer. ‘Het gaat hierbij om heel lage bandbreedtes, wat het geschikt maakt om simpele data door te geven zoals een aan-en-uitsignaal of de temperatuur’, aldus Gert Jonk. ‘Een belangrijk voordeel is dan weer dat je niet veel ontvangers moet plaatsen om een groot gebied te bestrijken.’ 

In België is Proximus het eerste telecombedrijf om een LoRa-netwerk uit te rollen. ‘Het lijkt er zowel in België als in het buitenland op dat dergelijke aanbieders van gespecialiseerde IoT-netwerken willen vasthouden aan eigen protocollen om data mee te versturen’, vreest Gert Jonk, die in het verleden onder meer voor Belgacom (de voorloper van Proximus) en KPN België werkte. ‘Op langere termijn gaan we niettemin onvermijdelijk naar een open netwerk met een standaardprotocol.

Advertentie

Advertentie