New technology

AUTOMOTIVE

‘Auto’s worden de ultieme mobiele apparaten’

Meer in NEW TECHNOLOGY

 © Dieter Telemans

 © Dieter Telemans

Technologische vernieuwingen maken wagens niet alleen lichter en efficiënter, maar ook steeds slimmer. Misschien worden ze op termijn zelfs beleveniscentra op wielen.

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Zelfrijdende auto’s zijn in enkele jaren tijd veranderd van een sciencefictionfantasie in een volwaardige industrie. Internetreus Google heeft de ambitie om tegen 2020 een zelfrijdende wagen beschikbaar te maken voor het grote publiek. Dat kan een omwenteling betekenen in ons hele denken over mobiliteit. ‘Binnen enkele decennia zal het mensen vreemd in de oren klinken dat er ooit auto’s waren die dienden om één persoon te vervoeren en het gros van de dag stil te staan’, zegt Stef Denayer, topman van i-Cleantech Vlaanderen, een vzw die werkt rond schone technologie.

Elon Musk, CEO van Tesla, noemt de elektrische wagen die zijn bedrijf maakt al eens een ‘computer op wielen’. ‘Eigenlijk lijkt die wagen nog te veel op een auto’, vertelt Denayer. ‘Mensen zouden dat beter een toestel noemen. Want dat worden auto’s: de ultieme mobiele apparaten. Zoals je je vandaag niet kunt inbeelden wat je tien jaar geleden zonder je iPhone deed, zal het je binnen tien jaar niet lukken om je te herinneren hoe je vandaag met de auto rondreed.’

Wagens zitten vandaag al vol technologie. In elke nieuwe auto zitten bijvoorbeeld gemiddeld acht chips van het Belgische Melexis (in luxewagens is dat een veelvoud). Die micro-elektronica zorgt voor meer veiligheid en comfort met sensoren voor positie, druk, stroom, snelheid, rotatie, temperatuur, regen en licht. Zo meten ze hoe zwaar de inzittende is, regelen ze de airco en de cruisecontrol, checken ze de bandendruk en de druk van de remvloeistof en olie, detecteren ze personen in de blinde hoek van de chauffeur, en waarschuwen ze als de auto afwijkt van de rijstrook.

Melexis-topvrouw Françoise Chombar verwacht nog een grote groei in deze markt voor micro-elektronica, zo verklaarde ze begin dit jaar in De Tijd. ‘De groeiende vraag naar hybrides is een drijfveer. Daarnaast evolueren we naar meer geautomatiseerd rijden, waarbij systemen de chauffeur helpen niet nodeloos rond te rijden of te botsen.’

Dat vraagt wel dat het brein van wagens steeds beter met informatie overweg kan, wat op zijn beurt voor nieuwe vraagstukken zorgt. Het angstwekkende aan de computer van de toekomst is dat hij afwegingen maakt die voortvloeien uit wat we theoretisch willen, en die automatisch uitvoert - waardoor het gevoel ontstaat dat we onze keuzes uit handen gegeven hebben. Wie moet een wagen eerst beschermen bijvoorbeeld, de inzittenden of de voetgangers? Het is niet alleen een ethisch, maar ook een commercieel vraagstuk. Wie wil een wagen kopen die je in bepaalde omstandigheden kan doden?

Het Amerikaanse weekblad The New Yorker brak vorig jaar een lans voor gegevensdeling tussen fabrikanten van zelfrijdende wagens. Als ze data van autocrashes met elkaar uitwisselen, kan de software sneller leren en zo voor minder ongelukken zorgen. Maar dat ligt moeilijk omdat zowel de beste als de slechtste in de klas daar geen belang bij hebben. Voor de eerste betekent het dat ze kennis waar ze zwaar in geïnvesteerd hebben vrijgeven, en dus hun competitief voordeel opgeven. De laatste wil dan weer niet dat iedereen weet dat zijn software het minst veilig is, want wie zou die wagen willen hebben? ‘De operatingsoftware moet niet per se inbegrepen zijn in de datadeling, maar het is ethisch en moreel niet verdedigbaar om te verhinderen dat auto’s van minder vergevorderde fabrikanten daarvan gebruik kunnen maken’, aldus The New Yorker.

Lichtere materialen

In een wereld waar alleen nog zelfrijdende wagens rondrijden die voortdurend met elkaar communiceren, komen ongelukken in theorie amper voor. In dat geval zouden bijvoorbeeld airbags niet eens meer nodig zijn. Hoewel dat nog niet voor vandaag is, maakt het niettemin duidelijk dat nieuwe technologie niet alleen in de software van een wagen zit, maar ook in zijn hardware.

Zo zijn lichtere materialen interessant omdat minder gewicht minder brandstofverbruik betekent. Dat is welgekomen, omdat wagens de voorbije veertig jaar niet alleen comfortabeler geworden zijn, maar vaak ook groter en zwaarder. Neem het voorbeeld van de Golf, een iconisch model van Volkswagen dat ondertussen ruim een halve meter langer is geworden, en 400 kilo meer is gaan wegen. Een belangrijke technologische innovatie is het Fortiform-hogesterktestaal dat ArcelorMittal Gent ontwikkelde. Met dat licht, sterk en goed vervormbaar staal kunnen autoconstructeurs tot 20 procent gewicht besparen.

Elektrische motoren mogen dan wel aan een opmars bezig zijn, de verbrandingsmotor is nog niet afgeschreven. Door de technologische vooruitgang is die de voorbije jaren namelijk flink gekrompen. Auto’s kunnen daardoor dezelfde kracht behouden, maar met minder cilinders. Veel daarvan is te danken aan verbeteringen aan de turbo, een pomp die de druk van lucht voor de verbrandingsmotor verhoogt.

Het is niettemin de vraag of de verbrandingsmotor nog lang de dominante krachtbron voor auto’s zal zijn. In de afgelopen maanden kwam de een na de andere aankondiging van meer elektrische wagens. Of het nu gaat om het nieuwe, betaalbare model van Tesla, of het engagement van Volvo en consoorten om binnenkort nog enkel hybride of volledig elektrische modellen op de markt te brengen.

‘Meer efficiëntie zal de heerschappij van de verbrandingsmotor als de dominante krachtbron voor auto’s in de komende vijftien tot twintig jaar waarschijnlijk verlengen’, meent Gavin Green, als journalist en consultant gespecialiseerd in motoren. ‘Hij zit misschien in de herfst van zijn lange leven, maar het kan nog een Indian Summer duren vooraleer hij de duimen moet leggen voor de elektrische motor.’ 

Ontsnappen aan de drukte

Kleinere motoren in grotere auto’s: dat betekent dat designers steeds creatiever kunnen zijn in de vormgeving van het binnenwerk. Ford heeft bijvoorbeeld een ontwerp gepatenteerd van een scherm dat de hele voorruit bedekt. En Concept 26, dat is een prototype van een zelfrijdende wagen van Volvo, heeft schermen die uit de zijdeuren schuiven en stoelen die kunnen uitzakken zoals de stoelen op langeafstandsvluchten. De autobouwer ziet de wagen als een mogelijke plek om te ontsnappen aan alle drukte van de stad. ‘Als je niet moet rijden, kun je genieten van ervaringen’, vertelde Robin Page, hoofd interieurdesign bij Volvo, onlangs aan het Britse magazine 1843. ‘We kunnen je meenemen in de bergen of de bossen met projecties, geuren en geluiden.’

Advertentie

Advertentie