New technology

AUTOMOTIVE

 © Frank Toussaint
3 Leestijd

Data als nieuwe brandstof

Meer in NEW TECHNOLOGY

De auto van de toekomst, en eigenlijk ook al die van het heden, draait op dataverkeer. In de wagen, tussen wagens en verbonden met een centraal zenuwcentrum. Altijd en overal verbonden. ‘Die klok tikt alleen maar verder, en kunnen we niet meer terugdraaien’, stelt Gregory Van Barel, specialist in automotive engineering.

Advertentie

Advertentie

Advertentie

In vergelijking met sectoren zoals de muziek- en reisindustrie lijkt de auto-industrie inzake digitalisering pas nu in een stroomversnelling te komen. ‘Al lopen er heel veel initiatieven’, stelt Gregory Van Barel, docent en woordvoerder van de vakgroep automotive engineering in de ingenieursopleiding elektromechanica aan de Universiteit Antwerpen. Opvallend is het toenemende belang van datacommunicatie. Met Van Barel overlopen we enkele evoluties in dit domein.

Data en sensoren in de wagen: ADAS-systemen

ADAS staat voor Advanced Driver Assistance Systems. ‘Geavanceerde rijhulpsystemen zijn een van de domeinen waar de industrie op inzet’, stelt Van Barel. Veel van deze systemen zijn vandaag beschikbaar in heel wat wagens en al bekend bij het grote publiek. Denk maar aan parkeersensoren, adaptive cruisecontrol, en lane keeping assist. Maar het gaat verder. ‘De uiteindelijke bedoeling? Dat het voertuig autonoom in een omgeving kan navigeren, dankzij de extra ingebouwde sensoren’, verduidelijkt Van Barel. De investeringen in dit domein leiden de komende jaren tot alsmaar slimmere voertuigen.

‘Zo’n lane keeping assist bestaat al langer, maar wordt steeds geavanceerder. Word je vandaag gewaarschuwd als je afwijkt van je baanvak, dan neemt binnenkort je wagen het stuur over. Dat bestaat vandaag ook al bij bepaalde modellen’, stelt hij. ‘Of de wagen remt in jouw plaats. Een voorbeeld hiervan is het automatische remsysteem in het Volvo City Break-systeem.’

Data naar centraal zenuwcentrum: vehicle-to-infrastructure

Als het gaat over informatisering van voertuigen kijken velen naar de wagens van Tesla. ‘Dat is het ook meest bekende en vooraanstaande voorbeeld. Een Tesla kan in principe autonoom rijden’, zegt Van Barel. ‘Maar Tesla is ook de voorloper in een ander domein: het zogenoemde vehicle to infrastructure.’ Tesla wordt vanuit de infrastructuur regelmatig aangepast, op basis van een software-update.

De wagen stuurt, dankzij de ingebouwde sensoren en controllers, regelmatig data door naar een centrale infrastructuur. ‘Je kunt eigenlijk stellen dat zo’n voertuig zich aanpast op basis van informatie uit de omgeving van het voertuig’, aldus Van Barel.

Een ander voorbeeld van zo’n vehicle-to-infrastructuredienst (V2I) brengt Audi, dat dit najaar komt met een dienst waarmee auto’s informatie over stoplichten kunnen ontvangen. Dit Traffic Light Information-systeem kan communiceren met verkeerslichten, zodat de auto weet wanneer het stoplicht op groen springt. Deze informatie wordt vervolgens met een aftellende weergave getoond op het dashboard.

Data tussen wagens: vehicle-to-vehicle

Auto’s communiceren vandaag ook al met andere auto’s. Denk maar aan gps-systemen zoals Google Waze, die de ideale route berekenen op basis van data van andere weggebruikers. ‘Ook gps-fabrikanten en cartografen als TomTom gebruiken gegevens die komen uit de sensoren uit het voertuig zelf. Meer en meer autofabrikanten zetten trouwens zelf in op navigatie. Denk maar aan de navigatietechnologie van Here die intussen in handen is van drie Duitse autobouwers: Audi, BMW en Daimler’, vertelt Van Barel.

Autobouwers hebben performante kaarttechnologie nodig om de gepersonaliseerde en locatiegebaseerde diensten te verstrekken voor de auto van morgen. Daarnaast is realtimeverkeersinformatie een essentieel element bij de ontwikkeling van de zelfrijdende auto van de toekomst. Ook andere auto’s spelen in op vehicle-to-vehicle (V2V).

 

Zo is de Zweedse autofabrikant Volvo van plan om die technologie in te bouwen in alle auto’s in de 90-reeks. Met het systeem zullen auto’s in staat zijn om elkaar te waarschuwen voor gladde wegen en andere tegemoetkomende obstakels. De innovaties volgen elkaar alsmaar sneller op. ‘Dat komt ook omdat fabrikanten steeds verder kunnen werken op een virtueel ontwerp, alvorens ze een echt prototype kunnen bouwen’, stelt Van Barel. ‘Bovendien werken ze steeds voort op eerdere innovaties. De basiskennis wordt continu versterkt.’ 

Advertentie

Advertentie