New technology

AUTOMOTIVE

‘Mensen zijn bereid om het bezit van een wagen te laten vallen in ruil voor meer comfort'

Meer in NEW TECHNOLOGY

 © Studio Dann

 © Studio Dann

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Autodelen, dat kenden we al even, maar met Bolides legt u de lat een stukje hoger?

Bart Lizen: Een auto heeft vandaag in Vlaanderen een gemiddelde bezettingsgraad van 1,3 personen, en 60 procent van de ritten wordt solo uitgevoerd. Tegelijk groeien de files elk jaar aan en zoeken we ons een ongeluk naar een vrije parkeerplaats in de stad. Tijdens een postgruduaat aan de Universiteit Antwerpen in 2010 hebben die cijfers me aan het denken gezet. Waarom de uitgangspunten van de deeleconomie niet toepassen op onze mobiliteit? We moeten weg van het model van ownership, richting usership.

Met Bolides wil ik het anders dan doen bedrijven die autodelen al in de markt zetten. In de eerste plaats via onze gebruiksvriendelijkheid: van de reservatie tot het starten van de wagen, alles gebeurt via een smartphoneapplicatie. Daarnaast bieden we alleen degelijk uitgeruste en zeer goed onderhouden premiumwagens aan, meer bepaald Audi’s A1. Last but not least werken we met een systeem van flexibele en vraaggedreven zones: zodra er 40 mensen in eenzelfde buurt op de website hun virtuele vlag planten stelt Bolides ook in deze wijk auto’s ter beschikking. We zijn gestart in Berchem, hebben onze aanwezigheid uitgebreid naar andere zones in Antwerpen en naar Gent, en starten binnenkort ook in Leuven.

Onze auto’s parkeer je gratis in de stad, maar voorlopig nog niet op vaste standplaatsen, omdat het stadsbestuur daar niet wil in meegaan. In sommige zones zou dat nog een stevige extra troef zijn.

Bolides klinkt ook als een rechtstreekse aanval op de traditionele autosector: comfortabel autodelen ontmoedigt mensen om zelf nog een nieuwe of tweede wagen te kopen. Bovendien lijken jongeren sowieso al minder geneigd om die zware investering nog te doen.  

Joost Kaesemans: Ja en nee. Jongeren zetten de stap naar een eigen auto inderdaad wat later, maar ze zetten hem uiteindelijk wél. Wat zeker klopt, is dat mensen almaar meer bereid zijn om het bezit van een eigen wagen te laten vallen in ruil voor meer gemak en comfort. Daar speelt een bedrijf als Bolides op in: het is vandaag geen pretje om in een grote stad elke dag opnieuw die wagen kwijt te raken zonder geen eigen parkeerplaats.

Wat betekent dit alles op langere termijn voor de autosector?

Joost Kaesemans: De sector staat op een kantelpunt, daar moeten we niet flauw over doen. De eerste prioriteit blijft nog altijd de pure verkoop, marktaandeel winnen. Tegelijk komt er ook almaar nadrukkelijker een tweede prioriteit in beeld: mensen mobiel houden, mobility as a service. Het grote dealernetwerk staat in ons land stevig onder druk, dat klopt. Maar de overgang zal heel gradueel gebeuren en biedt bovendien ook heel wat kansen.

Net dankzij hun dealernetwerk hebben de grote merken heel veel waardevolle contactpunten met de klanten, waar ze net zo goed een rist innovatieve mobiliteitsdiensten kunnen aanbieden. Denk aan autodelen - zoals Bolides nu doet – of een dealer aan de rand van de stad waar je je wagen achterlaat om vervolgens met een scooter de stad in te trekken.

Bart Lizen: Wij zijn vandaag nog bezig met cars as service: we stellen ons technologische platform sinds begin dit jaar ook open voor bedrijven en traditionele spelers, zoals de autodealers. In Leuven bijvoorbeeld praten met een aantal dealers die auto’s ter beschikking kunnen stellen. Beide modellen zullen elkaar dus wellicht de hand reiken.

Wij hebben technologie ontwikkeld op basis van de deeleconomie, gevestigde spelers hebben alles in huis om daar logistiek op in te spelen: de wagens, de garages, de technici. BMW doet dit overigens nu ook al zelf: in Brussel gaan ze met Drive Now zomaar eventjes 300 auto’s per minuut en per kilometer verhuren. Ze focussen daarmee op vervoer in de stad, terwijl onze klanten hun huurwagens toch vooral voor grotere afstanden inzetten. Vaak zijn het mensen die in de stad wonen en werken, maar hun auto verkocht hebben wegens te veel gedoe. Ook op een plaats als deze (het interview vindt plaats in de gloednieuwe coworkingspace in de Watt-toren, hartje Antwerpen, nvdr) zou een vaste stek voor deelwagens een grote troef zijn.

Hebben jullie het gevoel dat de autosector zelf beseft dat het stilaan vijf voor twaalf is?

Joost Kaesemans: Zeker wel. We hebben het nu vooral over de impact van autodelen, maar als de elektrische wagen écht doorbreekt, dan gaan er nog veel meer zekerheden overboord. Dat soort wagens heeft nog amper onderhoud nodig, ook alle inkomsten uit de werkplaats vallen dan weg. Idem dito voor zelfrijdende wagens tjokvol technologie die aanrijdingen maximaal vermijden. Merken moeten dus op zoek naar andere businessmodellen. Dat creëert wat ongerust, ongetwijfeld, maar tegelijk zijn we volop bezig de bocht te maken.

In een toekomstmodel waarin minder mensen over een eigen wagen beschikken, wordt een goed openbaar vervoer - of een dicht netwerk van stadsfietsen – ook complementair met autodelen?

Bart Lizen: Dat klopt absoluut, en het zwakke punt is vandaag niet zelden het openbaarvervoersaanbod. Dat heeft vooral te maken met een gebrek aan comfort en te weinig aandacht voor die goede gebruikservaring. Ik vind echt dat het openbaar vervoer heel wat kansen laat liggen.

Joost Kaesemans: Volledig mee eens. Wacht maar tot de zelfrijdende wagen zijn opwachting maakt, die je met een simpel commando op je telefoon gewoon laat voorrijden waar en wanneer jij het wilt. Want hoe je het ook draait of keert: wie in Brussel van de trein stapt, is daarna nog gemiddeld 20 minuten onderweg tot zijn werkplek. Als we evolueren naar een systeem met veel deelwagens die een maximaal comfort bieden en op een heel gebruiksvriendelijk platform draaien, wat is dan nog de meerwaarde van een bus die plaats biedt aan 50 passagiers?

Deelwagen of gewone wagen, voor de aanpak van het fileprobleem maakt dit natuurlijk bitter weinig verschil?

Joost Kaesemans: In ons land zijn er vandaag 5,7 miljoen auto’s, en in de spits rijdt er daarvan welgeteld 12 procent rond. Als we de bezettingsgraad van die auto’s fors kunnen opkrikken, zijn er veel minder auto’s nodig. Die auto’s zullen in een deelsysteem ook veel meer kilometers afleggen en dus sneller aan vervanging toe zijn, zodat die transitie voor de sector geen ramp hoeft te betekenen. Natuurlijk zullen we in Europa netto wel wat verliezen, maar als de sector puur op verkoop blijft inzetten en iedereen finaal altijd in de file staat, botst het huidige businessmodel vroeg op laat ook zijn grenzen. 

Advertentie

Advertentie