column

Een driftige transformatie

De wereld verkeert niet in een financiële of economische crisis. We maken een driftige transformatie mee naar een volgende fase in onze beschaving. Die heeft grote invloed op ons leven en werk – en onze mobiliteit. Maar is de autosector wel klaar voor de toekomst? Kunnen we ook in turbulente tijden het verschil blijven maken voor onze klanten?

Waaraan geeft u geld uit? Auto’s staan gemiddeld op de tiende plaats, zo blijkt uit onderzoek. Bij min 30-jarigen staat de wagen zelfs nog fors lager in het prioriteitenlijstje. Dat was ooit wel anders. En niet alleen het consumentengedrag, ook het aankoopproces verandert. Vroeger gingen we bij dealers langs, bekeken we auto’s en maakten we proefritten, voor we een beslissing namen. Wanneer komt de dealer nu in beeld? Een consument op zoek naar een auto voert 24 acties uit in 54 dagen, meestal online. Hij is beter dan ooit geïnformeerd. En autodealers zijn e-commercebedrijven geworden, tot het moment dat de consument de showroom binnenstapt.

Bovendien worden door verbetering van de techniek ook onderhoudsintervallen steeds groter. De afgelopen tien jaar zagen we een verschuiving in werkzaamheden: minder mechanisch en meer elektrisch. Het aantal elektronische systemen in auto’s zal alleen maar toenemen. En ze zullen ook steeds meer met elkaar verbonden zijn, waardoor de systemen in de auto almaar complexer worden. De transitie naar ‘smart mobility’ benut internettoepassingen om de auto te laten communiceren met zijn omgeving. Ook overheidsregulering dwingt de auto-industrie tot CO2-reductie en innovatie.

Daar kan nog veel winst gehaald worden. Nieuwe aandrijvingen zoals hybride, elektriciteit, aardgas, waterstof,… zullen geleidelijk aan doorbreken in het wagenpark. ‘Smart mobility’ en de nieuwe aandrijflijnen vragen om grote investeringen in de infra-, informatie- en communicatiestructuur. Maar tegelijk kijkt de consument doorgaans de kat uit de boom als het over nieuwe technologie gaat. De nieuwe technologie moet dan ook als eerste gebruikersbezwaren weg kunnen nemen.

Daarnaast zijn doorbraken grotendeels afhankelijk van overheidsinvesteringen. Juist deze investeringen bepalen het tempo waarmee technologieversnellers voortschrijden. Ten slotte kunnen ook nieuwe, sectorvreemde toetreders in de autobranche als versneller werken. Niet gehinderd door geschiedenis of marktpositie, kunnen ze een revolutie veroorzaken, terwijl de huidige branchepartijen eerder voor een evolutie zullen kiezen.

Kennis Dat heeft gevolgen voor de werkplaatsen en dus ook de opleidingen: er zal steeds meer een beroep worden gedaan op kennis over elektrische en communicatiesystemen. Van technici wordt steeds meer inzicht verwacht. Dat leidt tot een gemiddeld hoger niveau van werkzaamheden, specialisatie en wijzigende organisatie van het werk.

Daarnaast neemt het diagnosticerend en herstellend vermogen van de auto toe: systemen signaleren zelf automatisch dat er iets mis is, en kunnen dat herstellen of een melding geven dat er onderhoud nodig is. Dat kan bij een garage, maar ‘smart mobility’-toepassingen maken het ook eenvoudiger om automatisch de fabrikant in te schakelen. Die kan vanaf afstand een update van het systeem sturen. En niet alleen naar de auto die de foutmelding genereert, maar ook naar alle andere auto’s die hetzelfde probleem kunnen hebben. De autosector experimenteert en innoveert dus op vele fronten.

En als opleidingsorganisatie benadrukt Educam het belang van actie. We willen alle partijen aan het denken zetten over de toekomst van het autobedrijf in een snel transformerende mobiliteitssector. Kortom, beweging en actie creëren door een heldere visie en duidelijke agenda voor de toekomst uit te zetten.

Luc De Moor, Managing director Educam 

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud