New technology

GEZONDHEID

Van een reactieve naar een preventieve geneeskunde

Meer in NEW TECHNOLOGY

 © Studio Dann

 © Studio Dann

Efficiënt, preventief en betaalbaar: ziedaar de essentie van de gezondheidszorg van de toekomst. Zet de overheid vandaag al stevig in op e-health en mobiele toepassingen, dan mag er volgens Kris Sienaert – gewezen huisarts en oprichter van ALMA.care – best ook wat meer aandacht zijn voor preventieve gezondheidstechnologie. ‘Qua return on investment is dat de beste investering die de overheid kan doen.’

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Met ALMA.care willen jullie nieuwe technologie vooral gebruiken voor preventie. Waar zit volgens u het gat in de markt?

Kris Sienaert: ‘Er is heel veel te doen rond digitale geneeskunde en monitoring via data van zogenoemde wearables, maar die draagbare toestelletjes zijn vandaag gewoon niet accuraat genoeg. Terwijl al die data op zich wel bijzonder waardevol kunnen zijn, om van een reactieve geneeskunde stilaan te evolueren naar een preventieve aanpak. Op termijn kunnen we zo heel veel geld besparen in de gezondheidszorg. Je doet eigenlijk aan risicomanagement, waar je bij de kleinste afwijking heel snel probeert in te grijpen. Wij willen mensen dus vooral meer inzicht bieden in hun eigen gezondheidstoestand. Als kleine start-up mikken we daarvoor in eerste instantie vooral op het bedrijfsleven. Wij helpen grote bedrijven om hun medewerkers gezond en gelukkig te houden en zij betalen ons daarvoor. Momenteel werken we vooral op data rond de hartritmevariabiliteit, omdat dit een bijzonder belangrijke parameter is om inzicht te krijgen in de graad van stress of vermoeidheid, maar ook in de algemene gezondheidstoestand van mensen.’

‘Om al die data overzichtelijk te houden, gieten we die dan in één score die aangeeft of je voldoende beweegt en slaapt, maar net zo goed of je een stevig risico loopt om binnenkort ziek te worden. We werken nu aan een eigen én betaalbare polsband met betrouwbare sensoren die voldoende accurate data kan verschaffen. Op langere termijn hopen we onze data natuurlijk ook elders te halen, bijvoorbeeld uit patiëntendossiers of uit andere belangrijke databronnen.’

Frank Robben: ‘We hebben nood aan veel meer gegevensdeling, daar ben ik het absoluut mee eens. Of die data nu komen van wearables, via huisartsen of uit ziekenhuizen: dat maakt weinig uit. Als patiënten behandeld worden, moeten al die data vooral een zo goed mogelijk beeld geven. Kan dat preventief en via een responsabilisering van de patiënt – bijvoorbeeld rond de impact van bepaalde eetgewoonten – dan is dat uiteraard nog beter. Maar via ons nationale e-healthplatform willen wij er bijvoorbeeld ook vermijden dat een patiënt bepaalde onderzoeken twee of drie keer moet ondergaan. We proberen ook alle systemen met vergelijkbare criteria en waarden te laten werken of meten.’

Mobiele gezondheidstoepassingen zijn overal. De patiënt neemt ook almaar meer de touwtjes in handen. Welke rol ziet u dan nog weggelegd voor de overheid?

Frank Robben: ‘Die moet vooral de regie bewaren. Minister van Volksgezondheid Maggie De Block heeft onlangs 24 proefprojecten rond wearables opgestart, om te onderzoeken of we die ook kunnen inzetten als betrouwbare instrumenten in de gezondheidszorg. De overheid moet daarnaast ook een efficiënt en betrouwbaar digitaal platform scheppen waarop alle actoren uit de gezondheidszorg met elkaar kunnen communiceren.’

‘Ik denk niet dat de overheid zelf toepassingen voor eindgebruikers moet creëren. Onze huidige aanpak werkt ook. We telden in 2016 al 7 miljard transacties tussen alle mogelijke zorgactoren, en een Vlaamse huisarts opent zijn e-healthbox gemiddeld 35 keer per dag. Maar er blijven ook nog flink wat werkpunten, dat zal ik niet ontkennen. Patiënten hebben bijvoorbeeld nog altijd onvoldoende toegang tot hun eigen elektronische dossier, terwijl ze daar wel recht op hebben.’

Het ultieme streefdoel van e-health in de breedste zin van het woord is natuurlijk een zo optimaal mogelijke gezondheidszorg tegen een zo laag mogelijk prijskaartje. Hoever staan we vandaag al?

Kris Sienaert: ‘Data zitten nog te veel verspreid over ziekenhuizen en zijn vaak ook niet gestructureerd. We slepen daar ook ons verleden mee, waarin zowat elk ziekenhuis een eigen systeem en een eigen vorm van gegevensregistratie had. Maar dan nog: big data alleen volstaan niet, we moeten vooral inzetten op smart data. Daar is er nog flink wat werk aan de winkel. Maar geneeskunde komt vaak neer op het zoeken naar patronen die tot een bepaalde diagnose kunnen leiden, en daarom geloof ik heel sterk in de meerwaarde van smart data.’

‘Wij mensen zijn heel slecht in het onthouden van allerlei data, zeker als ze soms tien jaar of langer teruggaan in de tijd. Computers kunnen dat veel beter en efficiënter. Net de combinatie van heel veel smart data kan de kwaliteit en efficiëntie van onze gezondheidszorg dus enorm opdrijven.’

Frank Robben: ‘We werken nog te veel in silo’s, er is meer standaardisatie van de data nodig, dat klopt. Maar ik pleit toch ook voor een pragmatische aanpak, waarbij we niet noodzakelijk overal opnieuw van nul moeten beginnen. Iedere patiënt wordt vandaag al geïdentificeerd op basis van één uniek nummer. Of ik nu op de spoedafdeling van het ziekenhuis in Brugge beland of opgenomen word in Brussel, overal krijgt men toegang tot een soort samenvatting van mijn volledig medisch dossier. Dat is al een hele stap vooruit.’

Toch lijkt er op termijn meer winst te halen – niet het minst financieel - uit preventie via wearables en mobiele toepassingen. Gebeurt dit vandaag nog niet veel te weinig?

Kris Sienaert: ‘De overheid focust vandaag nog heel erg op het curatieve aspect, op de behandeling van chronisch zieken bijvoorbeeld. Ik pleit inderdaad voor een snellere switch naar de opvolging van gezonde mensen. Een van de grote uitdagingen daarbij is het betalingsmodel: er is nog haast geen terugbetaling van dat soort preventieve oplossingen. In onze business betalen bedrijven daar nu voor, in de wetenschap dat ze er alle belang bij hebben om hun werknemers mentaal én fysiek gezond te houden. Daarom ook zetten wij nu bijvoorbeeld zwaar in op stresspreventie: dat is het laaghangend fruit, en bedrijven betalen daar ook graag voor. Maar idealiter zou ook de overheid daarin moeten tussenbeide komen. Finaal hebben zij het meest te winnen bij minder artsenconsultaties of ziekenhuisopnames.’

Frank Robben: ‘Er zijn vandaag wellicht honderdduizend gezondheidsapps. Hoe scheiden we daar het kaf van het koren? Er werden nu in meerdere etappes en in vijf uiteenlopende domeinen - van cardiovasculaire aandoeningen over diabetes tot geestelijke gezondheidszorg - een aantal al werkende technologieën en projecten rond mobile health geselecteerd. Telkens ook al met een businesscase én financieringsmodel. Op basis van de ervaring die de komende maanden wordt opgedaan met de 24 geselecteerde proefprojecten wordt een methodologie uitgewerkt om een aantal apps en toepassingen te selecteren die artsen voortaan ook gewoon kunnen voorschrijven. Die worden dan ook terugbetaald, net zoals klassieke medicijnen. Of we daarmee nu echt geld gaan besparen? Dat durf ik niet meteen te stellen, maar het moet ons minstens wel helpen om de kosten beheersbaar te houden.’

Advertentie

Advertentie