New technology

MILIEU & ENERGIE

Circulair, het nieuwe sexy

Meer in NEW TECHNOLOGY

 © Studio Dann

 © Studio Dann

Almaar meer bedrijven zetten aarzelend de stap van een lineair businessmodel naar een (gedeeltelijk) circulair model. Niet vanzelfsprekend, want zowat alle bedrijfsprocessen – van het productdesign over de logistiek tot de klantenrelatie – moeten totaal herdacht worden. ‘Dit is een proces van jaren, maar het enthousiasme bij onze medewerkers is heel groot’, vertelt Gert Roeckx , country manager Philips Lighting Belux.

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Hoe ingrijpend is het voor een groot bedrijf als Philips Lighting om zichzelf heruit te vinden? En hoe lastig is het voor een starter om zichzelf met een revolutionair businessmodel op de kaart te zetten?

Gert Roeckx: ‘Ik heb ruim twintig jaar in IT gewerkt en mag hier nu Philips Lighting mee een nieuwe richting uitsturen. Dat zegt natuurlijk al iets: verlichting zal de komende jaren haast overal aangestuurd worden via IT-systemen, en bovendien verkopen we het almaar meer als een dienst over een bepaalde periode en steeds minder als een puur fysiek product. Die evolutie heb ik al eens eerder meegemaakt, in de IT.

Je krijgt daardoor een heel andere marktdynamiek. In een lineair model koop je een bepaald product, je gebruikt het enkele jaren en dan verdwijnt het naar het containerpark. Natuurlijk hadden fabrikanten de voorbije jaren ook almaar meer oog voor de recycleerbaarheid van hun producten - waardoor die stilaan een stuk duurzamer werden - maar aan het ruwe businessmodel veranderde er heel weinig. Onze innovatie zat al die jaren vooral in het zo goedkoop mogelijk maken van nieuwe producten, waarna de verantwoordelijkheid bij de consument kwam te liggen. In ons nieuwe model blijven wij verantwoordelijk voor de grondstoffen, waardoor de conceptie van onze producten ook vanuit een hele andere visie gebeurt.’

Johan Jacobs: ‘Ik heb Millibeter ruim vier jaar geleden opgericht, maar eigenlijk zitten wij nog altijd in de start-upfase. Dat geeft al aan hoe innovatief, maar ook hoe lastig onze business is. Essentieel in ons model van bioconversie is de zwarte wapenvlieg: met de larven van die vlieg verwerken we afval en zetten we dat om in hoogwaardige nieuwe grondstoffen. Dat kan voedingsafval zijn, maar net zo goed restanten van groenten of fruit, slachtafval of mest. Dankzij die larven produceren we dan vooral proteïnen of vetten, die gebruikt kunnen worden in veevoeder.’

‘Dat klinkt een stuk eenvoudiger dan het in de praktijk vaak is: je kunt niet zomaar alle afval aan insecten voeren bijvoorbeeld. Daarnaast moet het ook rendabel en praktisch haalbaar zijn om al dat organisch afval te verzamelen en op te halen, zeker in een land als België waar de afvalverwerking al zeer goed georganiseerd is.’

Waar vinden jullie expertise?

Johan Jacobs: ‘Die hebben we voor een groot deel zelf ontwikkeld. Vliegen op grote en georganiseerde schaal kweken: dat moet je leren, en het enthousiasme daarvoor is in je omgeving niet altijd even groot (lacht). We zitten dus in een business die zeer vernieuwend is, maar waarvoor er eigenlijk nog geen ecosysteem bestaat. Dit betekent dat je niet alleen zelf nieuwe technologie moet ontwikkelen, je moet op de koop toe je businesspartners ook vragen om zelf mee te innoveren. Je kunt moeilijk verwachten dat wij als kleine starter met enkele tientallen vrachtwagens in het hele land organisch afval van een paar honderd supermarkten ophalen.’

Circulair is sexy. Maar alvorens een bedrijf daar mee naar buiten kan komen, heeft het doorgaans al een lang traject afgelegd?

Gert Roeckx: ‘Dat is de essentie van de zaak: je moet echt overtuigd zijn van de meerwaarde op lange termijn. We sloten onlangs een contract af met de Kortrijkse stadsbibliotheek, het eerste in zijn soort in België. We installeren daar nu bijzonder energiezuinige ledlichtarmaturen – dat zorgt al voor een indrukwekkende besparing - maar daarnaast zorgen we tien jaar lang ook voor het juiste licht en alle onderhoud. Na afloop van dat contract nemen we alle lichtarmaturen ook terug - om ze opnieuw in te zetten bij andere klanten of om er nieuwe producten van te maken.’

‘Daar scoor je inderdaad mee, maar vergeet niet dat wij drie jaar geleden al op die trein gesprongen zijn. Je kunt geen circulair model in de markt zetten als je je hele productieketen eerst niet volledig hervormt en je producten van bij het begin volgens de circulaire principes concipieert.’

Moeten circulaire modellen in eerste instantie gepusht worden vanuit de industrie, of zien jullie hier toch vooral een belangrijke rol weggelegd voor de klant of individuele consument?

Gert Roeckx: ‘Dat is het verhaal van de kip en het ei. Ik denk dat een bedrijf, door hier zelf in te geloven en zwaar in te investeren, een belangrijk signaal kan geven. Het aantal aardbewoners zal de volgende decennia nog met 2 miljard groeien en het aantal lichtpunten - vooral in steden – neemt met 35 procent. Dan weet je dat we niet eindeloos nieuwe grondstoffen kunnen blijven gebruiken.’

‘Voor een bedrijf speelt er natuurlijk ook een belangrijke financiële factor, daar moeten we niet flauw over doen: de grondstoffenprijzen zullen de volgende jaren spectaculair de hoogte ingaan, en dankzij een circulair model kunnen we daar nu al op anticiperen. Voor de klant ligt het vandaag nog enigszins anders. Die beseft doorgaans niet dat ook hij op langere termijn geld kan besparen met zo’n circulair model. We stappen van een eigendomsverhaal over op een gebruiksverhaal: het komt er dus op aan de klant te wijzen op de nadelen van die eigendom en de voordelen op termijn in het gebruiksverhaal.’

Johan Jacobs: ‘Als starter hebben wij wel 99 problemen, en voor elk probleem dat je wilt oplossen heb je een hele batterij aan technische argumenten nodig. Het komt er vooral op neer om je voldoende empathisch te tonen en voor elke businesspartner afzonderlijk te onderzoeken hoe ook hij op termijn beter wordt van dat nieuwe model. Wij gaan voor de maximale impact en dat betekent doorgaans dat we vooral op de mainstreamconsument mikken en op zoek moeten naar een model waar die financieel beter van wordt of dat zijn leven comfortabeler maakt. Het is een voortdurende zoektocht. Ik heb intussen al geleerd dat het bijzonder gemakkelijk is om de duurzaamheidsmanager van een bedrijf te overtuigen van de langetermijnwinst van circulaire modellen. Veel lastiger wordt het als de CFO zich over de cijfertjes gaat buigen.’

Blijft een circulair model vandaag niet al te vaak voorbehouden aan een zekere elite: klanten of consumenten die er echt 150 procent in geloven, of die er de centen voor hebben?

Johan Jacobs: ‘Klopt. Zelfs al mikken wij op maximale impact, soms kunnen we niet anders dan eerst een soort omtrekkende beweging te maken. Het mooiste voorbeeld is Tesla: op wereldschaal is hun impact qua pure CO2-besparing eigenlijk peanuts. Maar ze hebben de elektrische auto sexy gemaakt en dat is wel een grote verdienste. Ze hebben dus een pioniersrol vervuld: voor zichzelf, maar nog veel meer voor de grote mainstream autoconstructeurs’

Gert Roeckx: ‘Die pioniersrol willen wij ook uitdrukkelijk opnemen. En ik merk dat dit werkt: ook sommige concurrenten maken stilaan de omslag in hun productiemodel. Maar zoals al eerder gezegd: dit proces vraagt heel wat tijd.’

Advertentie

Advertentie