Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

De succesverhalen van morgen

Lieven Danneels ©Thomas De Boever

Voor de prijs van de Vlaamse regering voor de Beloftevolle Onderneming van het Jaar speurde EY het Vlaamse bedrijfslandschap af naar parels die de succesverhalen van morgen kunnen worden. Daaruit werden vier finalisten geselecteerd, slechts één van hen kan laureaat worden. Juryvoorzitter Geert Noels, de oprichter van Econopolis, jurylid Lieven Danneels, CEO en mede-eigenaar van Televic, de eerste laureaat van de wedstrijd, en Marc Cosaert, partner bij EY en van nabij betrokken bij de organisatie van de wedstrijd, gaan uitgebreid in op de indrukken, ervaringen en lessen die ze opdeden.

Hoe is de Beloftevolle Onderneming van het Jaar ontstaan?

Marc Cosaert: ‘De hoofdwedstrijd, Onderneming van het Jaar©, is in België 21 geleden van start gegaan. Het gaat om een initiatief dat EY eerder al met succes in het buitenland lanceerde onder de naam Entrepreneur of the Year. De focus van die wedstrijd ligt op groeibedrijven die de voorbije 5 jaar flink gegroeid zijn in omzet, cashflow en/of personeel, toonaangevend zijn in hun marktsegment en een zekere maturiteit hebben opgebouwd op het vlak van governance, ondernemingen die al wat stappen hebben gezet op de weg naar internationalisering en die een belangrijk deel van hun omzet genereren door de ontwikkeling van innovatieve producten. Daarnaast werd tien jaar geleden de prijs van de Vlaamse regering voor de Beloftevolle Onderneming van het Jaar boven de doopvont gehouden. Met die prijs wil de Vlaamse regering een bedrijf in de bloemetjes zetten dat zich duidelijk manifesteert als een beloftevolle groeier. We vonden dat een zeer gepaste aanvulling.’

Geert Noels: ‘Het was de bedoeling van EY en de Vlaamse overheid om behalve de grotere bedrijven, die vaak al wat bekendheid hebben, ook enkele kleinere ondernemingen in de kijker te zetten. Door zo’n prestigieuze award krijgen ze vaak een duwtje in de rug. Duurzaamheid is een belangrijk selectie-criterium. Dat moet er garant voor staan dat de laureaten van de Beloftevolle Onderneming van het Jaar kunnen doorgroeien om later kans te maken op de hoofdprijs – Onderneming van het Jaar©.’

Advertentie

Lieven Danneels: ‘ Televic was de eerste laureaat van de Beloftevolle Onderneming. Dat was toen een echte opsteker. Voor de medewerkers werkte het erg motiverend. Ook naar buiten toe was het een mooi uithangbord: om medewerkers aan te trekken, maar ook commercieel hebben we ervan kunnen profiteren. Sinds we laureaat waren, heeft Televic een mooi groeitraject afgelegd. We haalden tien jaar geleden een omzet van ongeveer 22 miljoen euro. Vorig jaar was die aangedikt tot 67 miljoen euro en in 2015 moeten de cijfers nog een stuk beter worden. We hebben intussen 600 mensen in dienst en blijven volop investeren in R&D en internationalisering.’

Wat blijft jullie bij van de edities waarbij jullie van dichtbij betrokken waren?

Noels: ‘Ik heb alle jureringen meegemaakt, van de eerste editie die Televic won, tot nu met NGDATA, Destiny, Devan Chemicals en Vente- Exclusive als finalisten. Als ik naar de winnaars kijk van de vorige edities, constateer ik met plezier dat sommige laureaten doorgegroeid zijn tot gevestigde waarden en soms tot beursgenoteerde ondernemingen. Dat toont dat het opzet is geslaagd. De belangrijkste evolutie in die tien jaar is wellicht dat de aandacht voor ondernemerschap de jongste jaren stevig is toegenomen. De karakteristieken van de vier finalisten die door EY werden geselecteerd, zijn geen verrassing. In de finale treedt een goede mix aan van ondernemingen uit hippe sectoren en meer traditionele sectoren zoals de chemie. Dat toont dat je overal beloftevolle ondernemingen kunt vinden. Het zijn allemaal heel aparte ondernemers verhalen. Dat maakt het bijzonder moeilijk voor de jury. Net als bij een tienkamp kijken we wie het meest regelmatig scoort op de verschillende criteria.’

©Thomas De Boever

Danneels: ‘Vlaanderen beschikt over een heel brede waaier van ondernemingen in allerlei sectoren. Vlaanderen is geen monocultuur. Sommigen pleiten ervoor om in Vlaanderen op één expertiseterrein te focussen, maar ik vind dat de sterkte van de Vlaamse economie voor een stuk in haar diversiteit ligt. De diversiteit van de finalisten is daarvan een bewijs. Het gaat ook niet louter om start-ups: de jury bekijkt het volledige spectrum. Toen Televic won, waren we ook geen start-up. Het gaat vooral om de groei. In Vlaanderen hebben we niet alleen meer nieuwe ondernemingen nodig, maar ook en vooral meer groei bij de bestaande ondernemingen. Internationalisatie is voor mij de kern.’

Wat is het belang van snelgroeiende ondernemingen voor onze economie?

Noels: ‘Op korte termijn is het economische belang van start-ups gering: ze vertegenwoordigen slechts een zeer klein deel van de totale welvaartscreatie. Maar met een horizon van twintig jaar zijn ze essentieel, zeker in ons land. Net als in Duitsland bestaat de ruggengraat van onze economie uit gevestigde middelgrote en grote bedrijven. Om een dergelijke economie dynamisch te houden, is dringend nieuw bloed nodig.’

Cosaert: ‘Ondernemers creëren werkgelegenheid en welvaart. Jammer genoeg is het ondernemerschap in Vlaanderen de voorbije decennia er niet op vooruitgegaan. Om diverse redenen: de zware fiscaliteit, maar ook een behoudsgezinde mentaliteit en conservatief onderwijs. Ondernemerschap is een soort vonk die je in jezelf moet voelen. Dat moet aangemoedigd worden. Ik hoop dat deze wedstrijd daar met enkele mooie voorbeelden toe bijdraagt.’

Succesfactoren

Wat zijn de kenmerken van succesvol ondernemerschap?

Noels: ‘Een ondernemer moet uiteraard volhardend zijn en visie hebben. Maar dat volstaat niet. Ook ervaring is nodig en vooral een doorgedreven kennis van het domein waarin je wilt ondernemen. Dat merk ik bij elk van de kandidaten: de starters hebben eerst hun sporen verdiend in een bestaande organisatie. Vaak was daar geen ruimte voor hun ideeën, zodat ze met kennis van zaken het heft in eigen handen hebben genomen.’ Danneels: ‘Een onderneming heeft een dosis commerciële feeling nodig. Als je een goed idee hebt, maar dat niet kunt verkopen, haal je het niet. Ondernemer zijn is vooral: voortdurend bezig zijn in de markt. Die commerciële drive is onmisbaar. Bij Televic doen we het mogelijke om de ondernemingsgeest in het bedrijf te stimuleren. We opereren met vier gescheiden businessunits, die uit dezelfde technologische basis zijn gegroeid, maar nu elk hun eigen ondersteunende diensten en R&D hebben. Net om dat ondernemende, dat dicht bij de markt spelen, te bevorderen en te behouden. Ook heb je schaalvoordelen nodig. Je moet voortdurend naar een balans zoeken. Nu zitten we in een fase waarbij we kijken of sommige activiteiten van de vier businessunits bij elkaar gebracht kunnen worden om wat meer hefboomeffect te creëren.’

Cosaert: ‘Twee dingen zijn essentieel voor start-ups en beloftevolle bedrijven: innovatie en ondernemerschap. Innovatie bij start-ups heeft te maken met wendbaarheid en flexibiliteit. Ze hebben geen last van rigide beslissingsstructuren. Ze denken eenvoudig en kunnen heel snel handelen. Ze zijn een aantrekkingspool voor jonge dynamische kracht en idealisme. Ze dragen ook concreet bij tot productontwikkeling en innovatie. Start-ups zijn de frisse, maagdelijke factor in het zakenlandschap.’

Voor groeiondernemingen is onze thuismarkt vaak te klein. Is internationaliseren een must voor groeibedrijven?

Noels: ‘Door het internet vervagen de grenzen. In dat opzicht zijn de omstandigheden gunstiger dan ooit voor groeiondernemingen. Je hebt hier inderdaad een heel kleine thuismarkt, dus hoe sneller je die internationale stap kunt zetten, hoe beter. Daar is lef voor nodig, maar het loont vaak.’  

Danneels: ‘Voor Belgische groeibedrijven is internationalisatie wellicht de grootste uitdaging. Televic is nu succesvol in China, we hebben een joint-venture in India en zijn gestart in de Verenigde Staten. De toekomst van Televic ligt duidelijk in export en buitenlandse aanwezigheid. Toch blijft succesvol internationaliseren de uitdaging die ons de grootste hoofdbrekers bezorgt.’

België

Is er in België voldoende kapitaal voor groeibedrijven?

Noels: ‘We hebben geen ecosysteem dat het starters gemakkelijk maakt. Ze komen heel dikwijls terecht bij friends, fools and family. In ons land bestaat daar nauwelijks een alternatief voor, op enkele hoogtechnologische niches na. Dat betekent ook dat de lat heel hoog ligt. Het resultaat is een grove selectie bij het prille begin: alleen veelbelovende starters overleven die fase. Zodra je marktpotentieel bewezen is, zijn er plots heel veel partijen geïnteresseerd om te investeren. Twintig jaar geleden was dat in België nog niet zo.’

©Thomas De Boever

Cosaert: ‘Starters zeggen me vaak dat er te weinig kapitaal is, maar investeerders klagen er net over dat er te weinig interessante projecten zijn. Beide partijen moeten elkaar beter leren vinden. Vandaag is er zeer veel kapitaal aanwezig in de markt. Voor een startende onderneming met een bewezen marktpotentieel is er echt geen nood aan middelen.’

Danneels: ‘In 1998, toen Televic nog veel kleiner was, hebben Thomas Verstraeten en ik de onderneming overgenomen. We hebben de buy-out gefinancierd met een banklening en een kleine achtergestelde lening. We hebben bijna geen beroep moeten doen op extern kapitaal in onze aandeelhoudersstructuur en zijn organisch gegroeid. Daar ben ik tevreden mee, het geeft ons controle over de langetermijnstrategie. De zaken veranderen zeer snel, maar je mag niet meelopen met de waan van de dag. Dat is een raad die ik starters meegeef.’

Wat doen we goed in België en wat kan er beter?

Cosaert: ‘Wat ik toejuich en zeer goed zie functioneren, is de link tussen start-ups en onze sterke kennisinstellingen. Ook de overheden partneren vaak met starters, onder meer via investeerders als PMV en VITO. Die organisaties zijn echter nogal vaak op hightech gericht. Er is nog werk aan de winkel om innovatie in andere sectoren zoals financial services of consumenten-goederen te ondersteunen. Ik ben ook voorstander van incubatieclusters waarin de bedrijfswereld (grotere corporates), de kennisinstellingen en de overheid samenwerken rond specifieke innovatieprojecten met kleine start-ups. Die mooie samenwerking lukt in Nederland goed en is ook in België aan het doorbreken. Dat zijn boeiende modellen voor start-ups op het ondernemingspad.’

Danneels: ‘Dankzij onze open economie, onze talenkennis en onze kleine thuismarkt zijn we gedwongen sneller over de grenzen te kijken. We spelen daar vlotter op in dan Duitsers of Amerikanen, die veel meer op hun eigen markt focussen. Die wendbaarheid en flexibiliteit zitten ons in de genen. Zeker voor startende ondernemingen is dat een grote troef. Het nadeel is dat we, zodra we doorbreken, niet altijd goed zijn in het omgaan met grotere, complexe structuren. Daar hebben Belgische ondernemers nog heel wat te leren. Ik zie vandaag in ons land ook veel meer aandacht voor startend ondernemerschap en heel veel beloftevolle initiatieven. Een zwak punt is wel dat de overheid met haar regelgeving alles complexer maakt dan nodig. Hoe meer regelgeving, hoe moeilijker het wordt om een zaak te starten. Op die manier wordt het broodnodige ondernemerschap afgeremd.’

Noels: ‘Ik zie vooral de organisatie van het onderwijs als zwak punt. Het onderwijs zou risico’s nemen moeten aanmoedigen in plaats van het te bestraffen. Als we aan jongeren zeggen dat het ideaal is om altijd braaf binnen de lijntjes te kleuren, zal je daar geen generatie jonge ondernemers uit zien groeien.’ ‘De overheid zou ook dringend de kam moeten halen door alle activiteiten die te streng omlijnd zijn. Er zit te veel corporatisme ingebakken in ons systeem. De versoepeling van de toegang tot een aantal sectoren zou bijvoorbeeld veel kunnen helpen bij de integratie van immigranten.

Ten slotte vind ik ook dat de overheid soepeler dient om te gaan met startende ondernemers. Als je tenders uitschrijft waar je vijf of tien jaar ervaring voor nodig hebt, dan kunnen daar geen start-ups naar meedingen. Met een overheidsbeslag van meer dan de helft van het bruto nationaal product is dat een enorme markt. Voorts zou de overheid er ook op moeten toezien dat ze haar facturen op tijd betaalt. Een starter kan het zich niet veroorloven twee jaar op een betaling te wachten.’

©EY

Lees verder
Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.