Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

‘De Belgische farmasector moeten we koesteren'

Jean-Michel Dogné (Universiteit van Namen), Kristel De Gauquier (medisch directeur van sectorfederatie pharma.be), Stefan Joris (voorzitter van RaDiOrg en directeur van de Mucovereniging), Hilde Crevits (Vlaams minister van Economie en Innovatie) en Willy Borsus (Waals minister van Economie)

Covid-19 heeft de farmaceutische industrie helemaal in de spotlight gezet. Vijf experts en beleidsverantwoordelijken laten hun licht schijnen op de sector.

Jean-Michel Dogné, Universiteit van Namen

De farmaceutische industrie leverde een ongeziene krachttoer door in minder dan één jaar tijd vaccins en behandelmethodes tegen het Covid-19-virus te ontwikkelen. Maar terwijl de pandemie alle aandacht naar zich toezuigt, leveren onderzoekers en specialisten in de farmaceutische sector ook op andere domeinen baanbrekend werk. ‘De ontwikkeling van de coronavaccins was een huzarenstukje. Maar intussen gaat ook voor andere ziektes en aandoeningen het onderzoek en de ontwikkeling van innovatieve medicijnen onverminderd voort. Elke dag worden grenzen verlegd in de farmaceutische sector, al is dat niet altijd even zichtbaar.’ Dat zegt Kristel De Gauquier, medisch directeur van sectorfederatie pharma.be, in een gesprek over de uitdagingen voor de farmaceutische industrie. Laten ook hun licht schijnen over de sector: Willy Borsus (Waals minister van Economie), Hilde Crevits (Vlaams minister van Economie en Innovatie), professor Jean-Michel Dogné (directeur van het departement Farmacie van de Universiteit van Namen) en Stefan Joris (voorzitter van RaDiOrg en directeur van de Mucovereniging). 

Hoe belangrijk is de farmaceutische sector voor ons land?

DE GAUQUIER: ‘In 2020 telden de biofarmaceutische bedrijven in ons land 40.464 medewerkers. En dat cijfers stijgt zelfs tot 130.000 banen als we daar ook alle indirecte jobs bij tellen. De sector is een motor voor innovatie: zo investeerde hij vorig jaar 13 miljoen euro per dag in onderzoek en ontwikkeling. En elke dag worden er voor 150 miljoen euro biofarmaceutische producten uit België geëxporteerd. De economische waarde is dus aanzienlijk. Maar nog belangrijker is wat dat allemaal betekent voor ons dagelijkse leven. Want dankzij al die inspanningen, onder meer in onderzoek en ontwikkeling, blijft de beste gezondheidszorg beschikbaar voor de Belgische bevolking. Dat is waar het echt om gaat.’

Hilde Crevits, Vlaams minister

CREVITS: ‘De grote waarde van ons farmalandschap kunnen we niet genoeg benadrukken. We beschikken over een weelde aan sterke bedrijven die zo belangrijk zijn in ons dagelijkse leven. Dat moeten we nog meer van de daken schreeuwen. Onze farmasector is er absoluut één om te koesteren. Want het gaat over gezondheid en zorg: die twee samen vormen ons grootste goed.’

‘ De Belgische farma is een echte motor van innovatie.’
Willy Borsus
Waalse minister

BORSUS: ‘De Belgische farmaceutische sector is bovendien een echte motor van innovatie. De investeringen van de sector in onderzoek en ontwikkeling vertegenwoordigen 40 procent van alle particuliere investeringen in onderzoek en ontwikkeling in België. Daarom steunt de overheid de farmasector via een hele reeks belastingmaatregelen, lastenverlagingen en steun voor het aanwerven van gekwalificeerde onderzoekers. Er is zelfs een platform opgericht voor overleg tussen de farmaceutische sector en de regering. De belangrijkste doelstelling is de bevordering van volksgezondheid, innovatie en werkgelegenheid.’ 

De farmasector heeft zonder enige twijfel een grote economische impact. Maar weten we ook wat de impact is van de farmaceutische doorbraken van de voorbije jaren op de gezondheid van de Belg?

DOGNE: ‘Tal van ziektes zijn door innovatie in België behandelbaar geworden. Biotechnologische producten bieden een behandeling voor talrijke chronische ziekten. Sinds 2014 is er bijvoorbeeld een nieuwe generatie antivirale geneesmiddelen voor de behandeling van chronische hepatitis C beschikbaar. En verschillende veelgebruikte vaccins bieden bescherming tegen het humaan papillomavirus dat kanker kan veroorzaken aan de baarmoederhals. Gepersonaliseerde therapieën hebben de prognose van patiënten met bepaalde vormen van kanker aanzienlijk verbeterd.’

Elke dag investeert de farmasector 13 miljoen euro in onderzoek en ontwikkeling.

DE GAUQUIER: ‘De Covid-19- pandemie heeft op dramatische wijze aangetoond hoe kwetsbaar ons sociaaleconomisch leven is voor ernstige, besmettelijke en zelfs dodelijke ziekten. De ontwikkeling van een succesvol vaccin was een ongeziene krachttoer en tegelijkertijd een demonstratie van de innovatiekracht en dynamiek van de sector. Maar intussen gaat ook het onderzoek naar en de ontwikkeling van innovatieve medicijnen tegen andere ziektes en aandoeningen onverminderd voort. Het onafhankelijke studiebureau Seboio (zie ook pagina 10, nvdr) berekende de meerwaarde van de doorbraken de afgelopen jaren. Wat blijkt? In de voorbije 20 jaar is het aantal vroegtijdige sterfgevallen in België als gevolg van beroertes, diabetes type I en hartfalen gedaald met respectievelijk 17, 30 en 40 procent. Voor hepatitis C en HIV daalden de sterftecijfers maar liefst 60 en 65 procent. Dankzij medische vooruitgang leven de Belgen langer en gezonder. Omgekeerd is de vroegtijdige sterfte tussen 2001 en 2015 met 22 procent gedaald. Doeltreffende geneesmiddelen hebben daar een belangrijke bijdrage aan geleverd.’

Belgische lucht- en zeehavens maken het verschil

Brussels Airport introduceerde als eerste luchthaven ter wereld een CEIV Pharma-certificering voor de handling van farmaceutische en biotechnologische producten. De achttien betrokken operatoren garanderen een ononderbroken koelketen die de kwaliteit te allen tijde op peil houdt.

Ook Port of Antwerp speelt een pioniersrol door de Europese Good Distribution Practice (GDP)-richtlijnen voor lifesciences- en healthcareproducten te vertalen naar de maritieme sfeer. Daardoor is het ‘s werelds eerste zeehaven die in de gehele logistieke keten volgens de GDP-regels opereert.

Ook Liège Airport vervult een belangrijke rol voor het transport van medicijnen en andere farmaceutische producten. Via zijn vrachtdienst The Flexport waarborgt deze luchthaven een logistieke infrastructuur en afhandelingsprocedures die volledig afgestemd zijn op de specifieke vereisten.

Hoe belangrijk is de bijdrage van de universiteiten aan de innovaties in de Belgische farmaceutische sector?

DOGNE: Enerzijds dragen de universiteiten op het niveau van het fundamenteel onderzoek bij tot de identificatie van nieuwe therapeutische doelwitten die gebruikt worden om nieuwe behandelingen te ontwikkelen. Ze identificeren en valideren ook nieuwe biomarkers of experimentele modellen die essentieel zijn voor niet-klinisch onderzoek bij de ontwikkeling van geneesmiddelen. Anderzijds biedt klinisch onderzoek essentiële ondersteuning voor klinische studies, die belangrijke fasen zijn in de ontwikkeling van geneesmiddelen.’

CREVITS: ‘Het succes van de Belgische farmaceutische sector komt niet uit het niets vallen. We hebben een stevig ecosysteem uitgebouwd met sterke onderzoeksinstellingen, het Vlaams Instituut voor Biotechnologie en de universiteiten. We hebben ook heel wat spin-offs die uitgroeien tot farmaceutische bedrijven. De coronacrisis heeft het belang van zo’n sterk ecosysteem duidelijk gemaakt. Dankzij de kracht van dat ecosysteem staat België voorop in de bestrijding van Covid-19.’ 

Wat is de rol van farmaceutische bedrijven in dat ecosysteem?

‘ Een molecule met een werkzame stof is nog geen geneesmiddel. Daar is nog heel wat ontwikkeling voor nodig. Iets waar bedrijven sterk in zijn.’
Kristel De Gauquier
pharma.be

DE GAUQUIER: ‘Universiteiten verrichten fundamenteel onderzoek om de oorsprong en het mechanisme van ziektes beter te doorgronden. Het vinden van moleculen die daarop in het lichaam kunnen reageren, vindt voor een groot deel plaats in de publieke sector. Dat preklinische onderzoek gebeurt vaak in samenwerking met bedrijven, en wordt deels privaat gefinancierd.’

‘Maar een molecule met een werkzame stof is nog geen compleet geneesmiddel, waarvan de effectiviteit en de bijwerkingen overtuigend zijn vastgesteld. Universiteiten hebben noch de mogelijkheden noch de rol om nieuwe medicijnen verder te ontwikkelen en bij de patiënt te brengen. Daar heb je jarenlange, streng gereguleerde studies en onderzoek voor nodig, waar wereldwijd duizenden patiënten bij zijn betrokken. En daar zijn bedrijven sterk in. Het onderzoek aan de universiteiten wordt op die manier gevaloriseerd in het voordeel van de patiënten.’ 

De ontwikkeling van geneesmiddelen, vaccins en therapieën gaat in essentie over levens redden. Valt dat wel te rijmen met de commerciële logica van farmaceutische bedrijven?

‘ Er is een rol weggelegd voor nationale en Europese overheden om samen met de farmasector een ethisch kader te bepalen over wat kan en niet kan.’
Stefan Joris
RaDiOrg

JORIS: Dat is zeker een terechte vraag en verdient een breed debat. Zeker op het terrein van zeldzame ziekten worden prijzen gevraagd die enkel de overheden kunnen betalen. De hoofdbekommernis voor ons is de toegankelijkheid van dure behandelingen voor patiënten te vrijwaren. Daar is een rol weggelegd voor nationale en Europese overheden om samen met de farmasector een ethisch kader te bepalen over wat kan en niet kan. Meer transparantie zal zeker bevorderlijk zijn voor de perceptie bij het grote publiek.

DE GAUQUIER: Wij begrijpen de wens van sommigen voor meer transparantie. Er is al veel transparantie vandaag, bijvoorbeeld bij overheden en stakeholders die vertegenwoordigd zijn in de prijzencommissie, of de werkgroep waar contracten voor de tijdelijke terugbetaling van innovatievegeneesmiddelen worden voorbereid. Een volledig transparante prijszetting van geneesmiddelen is echter geen oplossing. Dit veronderstelt dat het bedrijf publiek maakt hoeveel kosten er gemaakt werden voor het onderzoek, de ontwikkeling en de productie van het geneesmiddel, en dat de prijs vervolgens gebaseerd is op die kost plus een winstmarge. Het is echter vaak heel moeilijk om te bepalen welke kosten kunnen toegewezen worden aan één specifiek geneesmiddel. Nemen we het voorbeeld van de recente mRNA vaccins tegen COVID. Het onderzoek daarnaar begon 20 jaar geleden en spitste zich toe op het vinden van een mRNA vaccin om kanker te behandelen. En wat doe je met kosten van onderzoek dat niet leidde tot een werkzaam geneesmiddel? Laten we niet vergeten dat 9 op de 10 moleculen die in klinische onderzoek gaan, uiteindelijk falen. Bovendien zou een dergelijke “cost-plus” prijsbepaling de marktwerking zwaar verstoren met alle bijhorende negatieve gevolgen. 

CREVITS: ‘Het is ethisch dat ondernemers een fair rendement behalen op het kapitaal dat ze investeren. Fair is hier het sleutelwoord. Ik vind het dus goed dat er prijscontroles op geneesmiddelen zijn en dat er conventies worden afgesproken over wat en hoeveel wordt terugbetaald. Maar daar is zeker nog verbetering mogelijk, dat klopt.’

Willy Borsus, Waals minister

BORSUS: ‘Wie investeert in de ontwikkeling van innovatieve producten neemt een groot risico, want veel producten zullen de markt nooit bereiken. Bovendien kan de ontwikkelingstijd voor nieuwe geneesmiddelen oplopen tot 10 à 15 jaar, wat betekent dat het lang duurt vooraleer je een rendement op je investering mag verwachten. Particuliere investeerders zullen zich dan ook alleen maar engageren als er aanzienlijke baten zijn verbonden aan het risico dat ze nemen. En uiteraard is het van essentieel belang om een evenwicht te vinden en monopoliesituaties te vermijden.’ 

Moet er een maximumgrens komen voor wat een farmaceutisch bedrijf mag aanrekenen voor een geneesmiddel of behandeling?

DE GAUQUIER: ‘De prijs in België is het resultaat van een sterk gereguleerd proces waarin autoriteiten, betalers, artsen, apothekers en het farmaceutische bedrijf het eens worden over een prijs die de waarde voor de patiënt en de voordelen voor de samenleving weerspiegelt. De prijs bestaat uit de kosten van de investeringen in onderzoek en ontwikkeling, de financiële risico’s, de productiekosten en ook een deel van de winst. Want dan zullen bedrijven opnieuw investeren in toekomstige geneesmiddelen die een oplossing bieden voor nog onbeantwoorde behoeften. Met het huidige bedrijfsmodel kunnen farmaceutische bedrijven financiële risico’s nemen die nodig zijn om te investeren in medische wetenschap die levens verandert.’

Stefan Joris, RaDiOrg

JORIS: ‘Natuurlijk moet een farmaceutisch bedrijf voldoende winst boeken om te blijven investeren in onderzoek en ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. Maar zeker bij zeldzame ziekten worden prijzen gevraagd die alleen de overheden kunnen betalen en niet de patiënt. Kunnen we aanvaarden dat een medicijn meer kost dan het volledige jaarinkomen van een gezin? We zouden polariserende debatten over de waarde van een mensenleven kunnen vermijden als de farmaceutische industrie een ethische bovengrens zou hanteren in winstmarges.’

Moeten beleidsmakers de farmaceutische industrie meer ondersteunen bij de ontwikkeling van geneesmiddelen voor zeldzame ziekten?

JORIS: ‘De laatste jaren zien we wel een stijging in de ontwikkeling van geneesmiddelen voor zeldzame ziekten. Wij vragen de overheid niet om de farmaceutische industrie te ondersteunen, maar wel om de procedures rond patiëntendata te vereenvoudigen en te versnellen om de toegankelijkheid voor patiënten te verbeteren. Ook de ondersteuning van registers en identificatie van expertise staan hoog op de agenda, zodat ook klinisch onderzoek beter gefaciliteerd kan worden. Op die manier krijgen patiënten sneller toegang tot innovatieve therapieën.’

‘ Er zijn meer dan 6.000 zeldzame ziekten bekend en voor 95 procent daarvan bestaat nog geen behandeling.’
Jean-Michel Dogné
Universiteit van Namen

DOGNE: ‘Er zijn meer dan 7.000 zeldzame ziekten bekend, waaronder zeldzame kankers. Voor 95 procent daarvan bestaat nog geen behandeling. Op Europees niveau is er daarom een denkproces aan de gang over de vraag hoe de EU innovatie in de farmacie kan stimuleren rond onvervulde medische behoeften, waaronder zeldzame ziekten. Voor 2022 wordt voorgesteld om de wetgeving rond geneesmiddelen voor zeldzame ziekten en pediatrisch gebruik te herzien en door middel van meer passende stimulansen in te spelen op onvervulde behoeften, bijvoorbeeld op het vlak van kinderkanker.’

JORIS: ‘We pleiten er ook voor om de prijsonderhandelingen naar het Europees niveau te tillen en de Europese Commissie de bevoegdheid te geven om voor de hele markt prijsafspraken te maken. Met de Covid-19 pandemie is aangetoond dat zoiets mogelijk is. Dit zou lange en complexe onderhandelingen met elk Europees land apart onnodig maken en dus een snellere toegang voor alle patiënten betekenen. Omwille van het feit dat in elke lidstaat apart onderhandeld moet worden, worden innovatieve producten nu niet in elke Europese lidstaat aangeboden door farmaceutische bedrijven. Patiënten zijn afhankelijk van de farmaceutische bedrijven om in hun land een dossier in te dienen. Het is bijzonder pijnlijk als potentiële game changers zelfs niet worden aangeboden in je land.’ 

DE GAUQUIER: ‘De Europese regelgeving over weesgeneesmiddelen en het Belgisch plan voor zeldzame ziekten (2014), introduceerde stimuli en aangepaste procedures die het onderzoek en de ontwikkeling van weesgeneesmiddelen de afgelopen 20 jaar hebben aangemoedigd. Vandaag zijn er 199 behandelingen geregistreerd door het Europees geneemismddelenagentschap (EMA), tegenover slechts 8 in 2000. Maar slechts 56% (112) van deze behandelingen worden vandaag terugbetaald in België.’

Velen benijden onze koppositie van de farmasector. Maar wat is er nodig om die ook te behouden?

CREVITS: ‘We moeten onderzoek en ontwikkeling blijven stimuleren zodat we nieuwe geneesmiddelen en behandelingen ontwikkelen en op de markt kunnen brengen. Ook de integratie van de nieuwste digitale technologie wordt steeds belangrijker. Daarnaast moeten we sterke productiesites blijven uitbouwen, zodat de commercialisering van die innovatieve ontwikkelingen ook heel wat jobs kan creëren. Wat hebben we daarvoor nodig? Een goed fiscaal klimaat, investeringen in onderzoek aan onze kennisinstellingen, goed opgeleid personeel en uiteraard samenwerking tussen kennisinstellingen en industrie.’

BORSUS: ‘In de nasleep van deze gezondheidscrisis hebben veel landen begrepen hoe belangrijk het is de farmaceutische sector te steunen om het hoofd te kunnen bieden aan nieuwe pathologieën. In België is de sector zeer dynamisch geweest en heeft hij deelgenomen aan de ontwikkeling en productie van diagnostische methoden, vaccins en behandelingen. De sector heeft steun nodig om zich te ontwikkelen. Jonge bedrijven moeten hun groei kunnen voortzetten en zich internationaal positioneren. We moeten werken aan nieuwe unicorns, die nieuwe behandelingen ontwikkelen. Maar onze steun is niet alleen financieel. Het gaat ook over steun op het niveau van de regelgeving en het aantrekken van talent dat de sector nodig heeft om de behandelingen van morgen te ontwikkelen en te produceren.’

Belgische regering en biofarmaindustrie verbinden er zich toe om van België de ‘health & biotech valley’ van de toekomst te maken

Minister-president Alexander De Croo neemt het initiatief om de sterke positie van de Belgische Pharma Valley te bestendigen en haar toekomst veilig te stellen. Op dinsdag 26 oktober hebben de Belgische regering, alle actoren uit de academische wereld en de gezondheidsindustrie alsook pharma. be in aanwezigheid van de voorzitster van de Europese Commissie Ursula von der Leyen een charter in die zin ondertekend.

Alexander De Croo: ‘Nadat ons land een leidende rol heeft gespeeld bij de ontwikkeling en productie van Covid-19-vaccins, is het onze bedoeling België opnieuw een plaats te geven in een toekomstgericht proces. De volgende zes maanden zullen wij samenwerken om dit handvest om te zetten naar concrete acties en beleidsmaatregelen om onze economie verder te stimuleren en patiënten zo snel mogelijk toegang te geven tot innovatieve geneesmiddelen.’

Lees verder

Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.