Logo
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

‘Een octrooi garandeert dat een vaccin of geneesmiddel er komt’

Dirk Fransaer, bestuurder bij VITO en Herman Van Eeckhout, politiek directeur bij pharma.be

Nee, octrooien zijn geen vrijgeleide voor farmabedrijven om jarenlang onbezorgd te blijven cashen, vinden Herman Van Eeckhout, politiek directeur bij pharma.be en Dirk Fransaer, gedelegeerd bestuurder van VITO. ‘Enkel een goede bescherming van de intellectuele eigendom garandeert op termijn een sterke industrie.’

Het octrooisysteem in de farmasector lag onlangs stevig onder vuur, omdat daardoor armere landen minder snel toegang zouden krijgen tot de covidvaccins. Maakt die octrooibescherming de vaccins echt te duur?

Herman Van Eeckhout: ‘Mensen staren zich blind op octrooien wanneer een geneesmiddel of vaccin op de markt komt. Ze gaan ervan uit dat een octrooi op dat moment een hinderpaal vormt voor een brede toegankelijkheid. Maar het tegendeel is waar: een octrooi laat net toe dat een vaccin of geneesmiddel er komt. Het wordt aangevraagd helemaal in het begin van het ontwikkelingsproces, waarna er vaak nog jarenlang research en tests volgen. Het zorgt er dus voor dat een bedrijf kan investeren in de ontwikkeling van een innovatief medicijn, waaraan vaak een duizelingwekkend hoog prijskaartje kleeft. Dat traject mislukt ook heel vaak. Lukt het toch, dan biedt het octrooi de garantie dat een bedrijf de jarenlange investeringen kan terugverdienen.’

Dirk Fransaer: ‘Dat klopt, al wil ik daar nog een kanttekening bij maken. Het gaat ook maar zelden over één octrooi. Neem nu een iPhone: daarin zitten al snel honderd octrooien. De vraag om octrooien voor pakweg een nieuw vaccin sneller vrij te geven, gaat haast altijd over een hele rist octrooien. Hierdoor dreigen dan meteen ook andere ontwikkelingen of businesscases onderuitgehaald te worden.’

‘Het zou een zware vergissing zijn het octrooirecht te ondergraven’
Herman Van Eeckhout
Politiek directeur bij pharma.be

Een octrooi blijft traditioneel twintig jaar geldig. Is dat niet te lang?

Herman Van Eeckhout: ‘Die periode van twintig jaar moet enigszins genuanceerd worden. Vaak duurt de ontwikkeling van een nieuw geneesmiddel al tien tot twaalf jaar, zodat er in praktijk misschien maar acht jaar bescherming overblijft. De covidvaccins zijn uitzonderlijk snel ontwikkeld, dat klopt, maar het is wel opvallend dat het niet de traditionele vaccinontwikkelaars waren die met het eerste werkbare covidvaccin op de proppen kwamen, maar nieuwe spelers in de vaccinwereld. Dit illustreert ten volle hoe lastig en risicovol dit soort innovatie wel is.’

Maakt het huidige octrooisysteem, in combinatie met hoogtechnologische medicatie voor enkele patiënten, onze gezondheidszorg stilaan onbetaalbaar?

Herman Van Eeckhout: ‘De geneeskunde en de behandeling van zware aandoeningen evolueren almaar meer in de richting van gepersonaliseerd maatwerk.Maar het aandeel van de kost van geneesmiddelen in de ziekteverzekering gaat niet omhoog, integendeel. Het klopt dat er vandaag een aantal bijzonder dure geneesmiddelen op de markt zijn, maar die worden enkel ingezet voor een beperkt aantal patiënten.’

Dirk Fransaer: ‘In een eerste fase is te verwachten dat die gepersonaliseerde medicatie inderdaad zeer duur zal zijn, maar het is dankzij het bestaan van octrooien dat ze ontwikkeld kan worden. Net hierdoor kunnen dan ook patiënten met levensbedreigende aandoeningen genezen. Om dergelijke innovatieve geneesmiddelen effectief tot bij de consument te brengen, moeten farmabedrijven – en net zo goed andere hoogtechnologische sectoren – ook veel samenwerkingsakkoorden met andere spelers afsluiten, onder meer om de productie achteraf snel wereldwijd te kunnen opschalen. Daarbij gebeurt er uiteraard ook veel overdracht van technologie. Zo’n samenwerkingsverbanden zouden eenvoudigweg onmogelijk zijn zonder octrooien.’

‘De vraag om octrooien sneller vrij te geven, gaat haast altijd over een hele rist octrooien. Hierdoor dreigen meteen ook andere ontwikkelingen onderuitgehaald te worden’
Dirk Fransaer
Gedelegeerd bestuurder van VITO

Baanbrekende innovatie – ook in de farmasector – is almaar vaker afkomstig van start-ups. Als die dan worden overgenomen door grote bedrijven, lijkt het of de kleintjes de risico’s nemen, terwijl de grote spelers achteraf nog jarenlang cashen. Klopt dat beeld?

Herman Van Eeckhout: ‘We moeten een onderscheid maken tussen de basisresearch en een afgewerkt geneesmiddel. Bij die basisresearch zijn naast de grote bedrijven inderdaad vaak start-ups, maar net zo goed universiteiten en andere publieke instellingen, betrokken. Het traject tussen die basisresearch en de markt is evenwel lang en risicovol, en kost gigantisch veel geld. Daarvoor zijn grote farmabedrijven veel beter gewapend, omdat ze wereldwijd actief zijn, maar net zo goed omdat ze over de knowhow beschikken om de veiligheid van nieuwe geneesmiddelen te onderzoeken en omdat zij de risico’s die aan dat lange en moeizame traject verbonden zijn ook beter kunnen spreiden.’

Dirk Fransaer: ‘Het is niet onlogisch dat grote, beursgenoteerde bedrijven pas op de kar springen als ze al enige zekerheid hebben dat iets kan werken. Zo vermijden ze de allergrootste risico’s. Omgekeerd zijn kleine start-ups doorgaans blij dat ze hun innovatie kunnen verkopen, omdat ze niet de nodige schaalgrootte hebben om die ook wereldwijd te testen en vervolgens te commercialiseren.’

In sommige landen wordt bijzonder losjes omgesprongen met de intellectuele eigendom. Baart die trend jullie zorgen?

Herman Van Eeckhout: ‘Een extra goede bescherming van de intellectuele eigendom leidt tot een sterke industrie. Het zou dus een zware vergissing zijn om dat systeem te ondergraven. Op termijn leidt dit immers tot minder innovatie en dus ook minder toegevoegde waarde, wat finaal toch de basis van economische rijkdom blijft.’

Lees verder

Logo
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.