Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

De bedrijfswagen: ook een fiscaal extraatje voor de werkgever?

©BELGA

Auto’s zijn voor bedrijven een lokmiddel om werknemers aan te trekken. Maar ook de werkgever heeft er zelf baat bij. Welke elementen spelen mee bij de fiscale behandeling van een firmawagen? Een checklist.

Voordeel van alle aard

Voor de meeste werknemers is een bedrijfswagen interessanter dan extra loon. Doorgaans mag die auto ook gebruikt worden voor privédoeleinden. Maar de fiscus beschouwt dit voordeel van alle aard (VAA) als een belastbaar beroepsinkomen. Dat geldt ook voor bedrijfsleiders die een auto ter beschikking krijgen van hun vennootschap. ‘De berekening van het VAA gebeurt op basis van de cataloguswaarde, de CO2-uitstoot en de ouderdom van het voertuig’, weet Michel Maus, hoogleraar fiscaliteit en partner van Bloom Law Firm. De cataloguswaarde van de wagen wordt gezien als de nieuwprijs bij verkoop aan een particulier inclusief opties en werkelijk betaalde btw, zonder rekening te houden met kortingen.

Voor 2016 bestaat het aandeel van de CO2-uitstoot uit een basispercentage van 5,5 procent voor een dieselwagen met een emissie van 89 gram per kilometer of voor een benzinewagen met een emissie van 107 gram per kilometer. Per extra CO2-gram komt er 0,1 procent bij (met een maximum van 18 procent). Wanneer de emissie lager ligt dan de referentie-uitstoot, daalt het basispercentage met 0,1 procent (tot minimaal 4 procent). Daarnaast speelt ook de ouderdom van de wagen mee bij de berekening van het voordeel van alle aard. Afhankelijk van de periode die verstreken is sinds de eerste inschrijving, daalt het percentage van de cataloguswaarde dat meetelt bij de berekening tussen 100 procent (tot 12 maanden) en 70 procent (vanaf 61 maanden).

‘Het belastbare VAA is gelijk aan de cataloguswaarde x het percentage voor de CO2-uitstoot x 6/7 x het percentage voor de ouderdom van het voertuig’, zegt Michel Maus. ‘Voor 2016 geldt een minimum van 1.260 euro. Het bedrag wordt toegevoegd aan de belastbare bezoldiging van de werknemer. Ook de werkgever wordt extra belast via een niet-aftrekbare kostenpost die 17 procent van het VAA bedraagt en onderworpen is aan de vennootschapsbelasting.’

Belasting op de inverkeerstelling

De belasting op de inverkeerstelling (BIV) wordt eenmalig geïnd. In Vlaanderen gelden sinds begin 2016 nieuwe tarieven. Die houden rekening met de milieukenmerken en de ouderdom van het voertuig. Voor elektrische wagens en hybride voertuigen met een CO2-uitstoot van minder dan 50 gram per kilometer moet u geen BIV betalen. Ter info: voor geleasede bedrijfswagens is de BIV afhankelijk van het vermogen van de motor en de ouderdom van het voertuig.

In Wallonië en Brussel hangt de belasting op de inverkeerstelling alleen af van het vermogen en de leeftijd van de wagen. Dat gebeurt via vastgelegde tariefschalen. Voor een nieuwe auto schommelen de bedragen tussen 61,50 euro (tot 8 fiscale pk) en 4.957 euro (meer dan 17 pk).

Verkeersbelasting

‘De verkeersbelasting is een jaarlijks te betalen belasting’, zegt Michel Maus. ‘In Vlaanderen wordt die sinds begin 2016 berekend aan de hand van nieuwe tarieven die gebaseerd zijn op de fiscale pk’s, de euronorm en de CO2-uitstoot. Voertuigen die op lpg rijden, worden extra belast.’ In Wallonië en Brussel liggen de tariefschalen voor de jaarlijkse verkeersbelasting tussen 77,35 euro (maximaal 4 fiscale pk) en 1.979,60 euro (20 fiscale pk). Voor zwaardere motoren komt er 107,98 euro per extra pk bij. De aanvullende verkeersbelasting voor lpg-wagens varieert tussen 89,16 euro en 208,20 euro, afhankelijk van het vermogen van het voertuig.

Solidariteitsbijdrage

Stelt u als werkgever een auto ter beschikking die uw werknemer ook voor privédoeleinden mag gebruiken? Dan betaalt u daarvoor een solidariteitsbijdrage. Deze maandelijkse bijdrage hangt af van de CO2-uitstoot en het brandstoftype van de wagen. Het bedrag is gekoppeld aan een indexatiecoëfficiënt die momenteel 1,2267 bedraagt. Ter info: de solidariteitsbijdrage kan in 2016 nooit minder dan 25,55 euro per maand bedragen.

Btw

De werkgever betaalt voor de huur van de bedrijfsauto van zijn werknemer een huurbedrag aan de leasingmaatschappij. ‘Dat bedrag is onderworpen aan 21 procent btw’, zegt Michel Maus. ‘Btw-plichtige werkgevers en leasingnemers kunnen die betaalde btw gedeeltelijk terugvorderen. De maximale btw-aftrek voor personenauto’s bedraagt 50 procent.’

Als een personenwagen zonder bijdrage van de werknemer ter beschikking wordt gesteld, dan wordt de btw-aftrek beperkt volgens een van de drie opgelegde methodes: via een rittenadministratie voor professionele verplaatsingen, via een semiforfaitaire berekening van het beroepsgebruik, of via een forfaitaire aftrek van 35 procent. Betaalt de werknemer wél een eigen bijdrage voor het privégebruik van de bedrijfswagen? Dan is er sprake van een aan btw onderworpen verhuur. Dat leidt tot een gecombineerde btw-heffing: enerzijds btw op de autokosten in hoofde van de werkgever (beperkte aftrek van 50 procent), en anderzijds een btw-heffing van 21 procent op de betaalde werknemersbijdrage.

Aftrek in de vennootschapsbelasting

Bepaalde kosten die betrekking hebben op de ter beschikking gestelde bedrijfswagen, mogen geheel of gedeeltelijk in mindering gebracht worden van de inkomsten van de werkgever. Michel Maus: ‘Daardoor daalt de belastbare basis en dus ook de vennootschapsbelasting. Een vennootschap kan 100 procent van de autokosten aftrekken, ten belope van het bedrag van de voordelen van alle aard die aangerekend worden aan haar medewerkers. Het VAA wordt uitgesplitst in een gedeelte brandstof en een gedeelte andere kosten. In de praktijk wordt de verhouding 30/70 gehanteerd.’

‘De overige auto- en brandstofkosten zijn aan een aftrekbeperking onderworpen. Voor de jaarlijkse autokosten en de niet-recupereerbare btw gelden percentages tussen 50 procent en 120 procent, afhankelijk van de CO2-uitstoot en het type brandstof. De brandstofkosten zijn voor 75 procent fiscaal aftrekbaar, en de intresten voor honderd procent. De aftrekbeperking is in principe ook van toepassing op parkeer- en garagekosten, en op de terugbetalingen aan werknemers van betaalde parkeertickets bij beroepsverplaatsingen. Het uiteindelijke belastingvoordeel is gelijk aan de som van alle kosten maal hun respectievelijke fiscale aftrek, vermenigvuldigd met het tarief van de vennootschapsbelasting.’

Aftrek in de personenbelasting

Voor zelfstandigen en vrije beroepers die belast worden via de personenbelasting (dus zonder vennootschap), bedraagt de fiscale aftrekbaarheid van autokosten en brandstof altijd 75 procent - ongeacht de CO2-uitstoot van de bedrijfswagen. Ook de autokosten kunnen dan fiscaal afgetrokken worden ten belope van het betaalde VAA dat aangerekend wordt aan de werknemer. Omdat alle kosten (in tegenstelling tot in een vennootschap) altijd voor 75 procent aftrekbaar zijn, moet er geen opsplitsing gemaakt worden tussen de brandstofkosten en de andere autokosten. Box319

Lees verder

Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.