Nieuwe trends stimuleren businesscreatie in België

Nieuwe trends stimuleren businesscreatie in België ©Belgaimage

Nieuwe ondernemers komen van de schoolbanken of zijn vijftigplussers, trekken almaar sneller naar het buitenland en zijn zo goed als altijd bezig met technologie. Het gevolg? 1000.000 nieuwe kmo’s in België, een record. En dat is geen toeval, denken specialisten: ‘Een eigen zaak is cool, hip en trendy. Het ondernemingsklimaat in ons land is zeer gezond.’

In 2018 werden er voor het eerst in de Belgische ondernemersgeschiedenis meer dan 100.000 nieuwe kmo’s opgericht, 100.113 eenmanszaken en vennootschappen om precies te zijn. Een record, aldus cijfers van handelsinformatiekantoor Graydon, en zelfstandigenorganisaties UCM en Unizo. De grootste stijging tekent zich af in Vlaanderen, met 58.230 nieuwe ondernemingen (+11,56%). Ook het Brussels Gewest doet het prima met 13.112 nieuwe starters (+5,33%). Wallonië behaalt ongeveer hetzelfde resultaat als het jaar voorheen: 24.457 nieuwe kmo’s (-0,20%).

Diensten en technologie

De Belgische starterspopulatie ging er de voorbije drie jaar met maar liefst een vijfde op vooruit, zegt Danny Van Assche, gedelegeerd bestuurder bij Unizo. ‘Meer dan 39 procent van alle nieuwe ondernemingen zijn dienstenleveranciers, advies- en consultancybedrijven. De meeste daarvan leveren zakelijke diensten, vastgoed en IT. Maar zowat in élke sector vinden we vandaag starters terug die nieuwe technologie vermarkten.’

De meeste start-ups die technologische oplossingen aanbieden zijn actief in HealthTech (16%), FinTech (10%) en HrTech (7%), aldus cijfers van technologie- en start-upspecialist Omar Mohout, actief bij Sirris en Antwerp Management School. ‘Eigenlijk is élke sector vandaag bezig met technologie: dat verklaart de boom van daarin gespecialiseerde start-ups – en waarom die vaak snel groeien.’

De parameters voor ons start-uplandschap staan ook beter dan ooit. De investeringsrondes worden groter, en elk jaar komen er een tiental nieuwe investeringsfondsen bij. België telt ook meer acceleratoren dan ooit, weet Omar Mohout. ‘Ongeveer de helft van alle techstart-ups maakt er gebruik van. Daarmee maximaliseren ze hun groeikansen.’ 

Jongeren en vijftigplussers

‘Het wordt als avontuurlijk gezien om niet te kiezen voor een job in loondienst, maar om een zeker risico te nemen.’
Danny Van Assche
Unizo

Nooit waren er meer begeleidingsmogelijkheden voor starters, onderstreept ook Danny Van Assche. ‘Vroeger kregen beginnende ondernemers vooral administratieve omkadering: welke documenten en attesten heb je nodig, hoe vraag je een btw-nummer aan. Vandaag is er begeleiding om investeerders te zoeken, een businessplan op te stellen, presentaties te geven, marketing op te starten, klanten aan te trekken enzovoort.’ Het gevolg? Een stijgend aantal jongeren (-26), die tijdens of vlak na hun studies een start-up oprichten: in de vorm van een universiteitsspin-off of onder de vleugels van een incubator die omkadering biedt.

Tegelijk beslissen ook almaar meer vijftigplussers na een carrière in loondienst om een eigen zaak op te richten. Omdat ze bijvoorbeeld na een ontslag of een falende werkgever plots weer op de arbeidsmarkt belanden. Of ze beslissen die stap te wagen in een levensfase waarin ze al heel wat ervaring en financiële middelen hebben opgebouwd, zegt Omar Mohout. ‘De kinderen zijn het huis uit, en dat huis is ondertussen afbetaald. Dat is voor sommigen een mooi moment om ondernemer te worden. Vandaag gebeurt zoiets veel frequenter dan vroeger.’

Falende starters

‘Start-ups stranden omdat hun innovatie of idee niet van de grond komt: ze zijn te vroeg, te laat, of er is geen marktbehoefte.’
Omar Mohout
Sirris en Antwerp Management School

Een bedrijf oprichten is één uitdaging. Daarna is het minstens zo cruciaal om het succesvol te houden. Vijf jaar na oprichting zijn ongeveer twee op de drie starters nog actief. Ongeveer 33 procent stopt. In vergelijking met Frankrijk, Duitsland en Nederland zijn dat behoorlijk gunstige cijfers, benadrukt Danny Van Assche. ‘Van de 10.714 faillissementen in België in 2018 waren er ruim 3.700 tussen de 0 en 4 jaar oud. De leeftijdscategorie 0-4 jaar is verantwoordelijk voor 34,8 procent van alle faillissementen.’

Een stopzetting kan nog andere redenen dan een faillissement hebben, denk aan: ontbinding, splitsing, vrijwillige stopzetting, overlijden van de zaakvoerder, omvorming van een vennootschap naar een eenmanszaak of omgekeerd. Start-ups gaan niet zo snel failliet, meent ook Omar Mohout. ‘Veel technologiebedrijven beginnen met één of twee mensen. Die zitten vaak met hun laptop koffie te drinken in een hipsterbar: dat kost hen zo goed als niets. Failliet gaan is haast onmogelijk. Waarom stranden start-ups dan wel? Omdat hun innovatie of idee niet van de grond komt: ze zijn te vroeg, te laat, of er is geen marktbehoefte. De oprichters besluiten er dan simpelweg mee te stoppen.’

Maar zelfs al worden de falende en stoppende ondernemingen in ons land afgetrokken van het aantal nieuw opgerichte kmo’s, dan nog is het eindresultaat positief, berekenden UCM en Unizo. Danny Van Assche: ‘We bekomen dan een nettogroei van 2,3 procent in Vlaanderen en 1,9 procent in België. Dat bewijst dat het ondernemingsklimaat in ons land zeer gezond is. Op sectoraal niveau daalt alleen in de horeca en de groothandel het aantal ondernemingen. De detailhandel blijft status quo.’

Internationalisering

Digitale oplossingen maken het voor ondernemers vandaag heel wat laagdrempeliger en eenvoudiger om op buitenlandse klanten te mikken. Volgens cijfers van Omar Mohout opent 48 procent van de Belgische digitale scale-ups, met minstens tien werknemers, binnen de tien jaar internationale kantoren. ‘Daarmee zijn we de beste van Europa. Alleen Finland en Ierland doen beter.’ Unizo en UCM hebben geen exacte cijfers over het totaal aan Belgische starters die binnen de vijf jaar ook naar het buitenland trekken. Maar er heerst wel de perceptie dat een buitenlandse vestiging oprichten steeds sneller gaat. Danny Van Assche: ‘Vroeger waren het vooral grote kmo’s die begonnen te exporteren. Nu zien we soms eenmanszaken die in de dienstensector – dankzij technologische hulpmiddelen – al vanaf de eerste dag internationaliseren.’

Ons land wordt ook steeds ondernemender dankzij overheidsmaatregelen. Zo is het attest bedrijfsbeheer niet langer nodig voor de oprichting van een onderneming. Ook de versoepeling van de vestigingswet in een aantal sectoren heeft bijgedragen tot het grote aantal nieuwe starters, weet Danny Van Assche. Maar de échte reden? ‘Dat is het positieve ondernemersimago, denken wij. Het is cool, hip en trendy om een eigen zaak op te richten. Het wordt als avontuurlijk gezien om niet te kiezen voor een job in loondienst, maar om een zeker risico te nemen; om daar dan welvaart en werkgelegenheid mee te creëren. Ondernemerschap wordt meer dan ooit aanzien als een waardevolle loopbaankeuze. En het is die culturele factor die ons land zo ondernemend maakt.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud