Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

Gebouwen overleven met een nieuwe bestemming

©Dominic Verhulst/dotch.be

Van een oude winkel maak je beter geen nieuwe winkel. En dat geldt ook voor een verouderd kantoor, een uitgeleefde fabriek of een haast onbewoonbare woning. Hun toekomst? Een nieuwe bestemming.

Reconversie kan spontaan gebeuren. Op de markt van de winkelpanden merkt professor Ann Verhetsel (UAntwerpen) dat projecten niet altijd groots moeten worden opgezet. ‘In Antwerpen leek de oude winkelstraat Klapdorp een hopeloos geval, met tal van verouderde en veel te kleine panden, zeer versnipperd qua eigenaarschap. De straat kende veel leegstand en wat marginale detailhandel. Maar de buurt bleek goed gelegen voor studentenkoten en er kwamen kleine, nieuwe en creatieve activiteiten op gang, woonhuizen raakten gerenoveerd. De buurt was niet meer geschikt voor moderne winkels, maar sloot wel aan bij andere behoeften. Zo leefde ze stilaan op. Daarvoor is het soms dus niet nodig om gevels of huizen te renoveren. Maar dat lukt lang niet overal. En het belet ook niet dat bepaalde vastgoedontwikkelaars wijkreconversies wel tot een goed einde brengen.’

Brusselse voorbeelden

‘Als je naar de kantorenmarkt kijkt, zie je vooral in onze binnensteden heel wat versleten panden en gebouwen. Er vallen nog heel wat reconversies te realiseren. Bepaalde steden staan verder dan andere’, constateert de hoogleraar Economische Geografie. ‘In Brussel zijn verscheidene reconversieprogramma’s tot een goed einde gebracht. De oude hoofdzetel van spaarbank ASLK aan de Wolvengracht werd een complex met winkels, studentenkoten, appartementen en kantoren. Op goede locaties slagen dit soort operaties, ondanks de vele vergunningen die ervoor nodig zijn. Kantoren moeten er goed opbrengen, dat is de hoofdzaak. Er leeft op de kantorenmarkt wel vraag naar zulke vaak wat kleinere locaties.’

Niet vanzelfsprekend, wel duurzaam

Toch is het ombouwen van oudere complexen naar moderne wooneenheden niet eenvoudig. ‘De oplossing van de technische vraagstukken, onder meer om het energieverbruik van de appartementen aan deze tijd aan te passen, is niet altijd betaalbaar. Stadswijken uit de 19de en de vroege 20ste eeuw zijn wel goed gelegen en beschikken over goede infrastructuur. Maar door de versnippering van de eigendom gebeuren renovatie en reconversie er ook gefragmenteerd. Toch willen veel mensen er wonen, werken en leven. De stad is een duurzame locatie.’

Creatief met constructies

Industriële gebouwen met een goede ligging zijn zeer begeerd om er bijvoorbeeld lofts van te maken, ook wel voor kantoren voor vrije beroepen, winkels en zelfs markten, constateert professor Verhetsel. ‘Zo heb je in Brussel een mooie combinatie van een bioversmarkt met kantoorruimte en een congresinfrastructuur in de Ateliers des Tanneurs, in de Huidevettersstraat. Met tal van stedelijke, oud-industriële panden valt heel wat te doen, op een rendabele manier. Vervuilde brownfields kunnen wel bijzonder duur uitvallen en zijn moeilijk rendabel te saneren voor de privésector. Daar blijft een rol weggelegd voor de overheden.’

 

Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.