Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

80 procent van alle fondsen heeft geen bestaansrecht

San Lie

Fondsenbeleggers zijn allang niet meer verplicht om hun geld bij de fondsen van hun eigen bank te stallen. Dankzij de zogenaamde open architectuur is er nu l’embarras du choix. Zoals die term aangeeft, is ook dat niet altijd de beste zaak.

Uit recent onderzoek van het Franse adviesbureau Indefi blijkt dat de Belg per hoofd van de bevolking gemiddeld 12.000 euro belegt in fondsen. Dat is dubbel zoveel als het Europese gemiddelde. Opmerkelijk genoeg is een derde van die fondsen niet verkocht door de bank die ze beheert. Die 'open architectuur' heeft daarmee een flinke opmars gemaakt sinds midden jaren 2000. San Lie, hoofd onderzoek bij de fondsenonderzoeker Morningstar Benelux, merkt wel op dat de vlag verschillende ladingen dekt. ‘Om te beginnen is er de lightversie, waarbij een klant van een bank niet alleen in de huisfondsen kan beleggen, maar ook in een beperkt aantal fondsen van derden die zijn bank voor hem heeft geselecteerd.’ De echte open architectuur ligt evenwel elders, zegt Lie. ‘De grootste keuze is te vinden bij fondsensupermarkten. Zij hebben waanzinnig veel fondsen op het schap liggen.’

Er zijn in België meer dan 5.000 beleggingsfondsen geregistreerd bij de toezichthouder FSMA. Zonder hulp is het daaruit toch moeilijk kiezen?

San Lie: ‘Dat is meteen het grote nadeel van de open architectuur. Er zijn gewoon te veel fondsen. Hier bij Morningstar zeggen we vaak dat 80 procent ervan geen bestaansrecht heeft. Ze verslaan nooit de benchmark.’ ‘Beleggers hebben het bovendien vaak moeilijk om informatie te vinden over fondsen die bij hun beleggersprofiel passen. Wie is de fondsmanager? Wat voor mensen zitten er in het team? Zijn het stockpickers, of geloven ze meer in een sectorale benadering? Dat allemaal achterhalen is voor een gemiddelde belegger een heel lastige opgave.’

Je zou dan verwachten dat ze op veilig spelen en voor de gevestigde namen kiezen.

Lie: ‘Toch merken we uit data over de kapitaalstromen dat er veel geld vloeit naar nieuw opgerichte fondsen, die dus nog geen trackrecord hebben. Dat geeft aan dat veel beleggers zich laten verleiden door marketing en verkooppraatjes. In de industrie zeggen we wel eens dat fondsen niet gekocht, maar wel verkocht worden.’

Moeten beleggers zich dan toch niet laten bijstaan?

Lie: ‘Er zijn natuurlijk onze sterrenratings en analistenratings. Die eerste geven aan hoe een fonds in het verleden heeft gepresteerd, rekening houdend met de risico’s die het daarbij heeft genomen. De voorspellingen zeggen dan weer iets over wat de toekomst kan brengen.’ ‘Toch is het voor veel beleggers aangeraden om bij de keuze van fondsen terug te vallen op een goed selectieteam dat rekening houdt met hun doelstellingen, risico - profiel en verwacht rendement.’

Veel fondsen doen niet wat ze beloven, merkte u daarnet op. Is een indextracker dan geen betere optie? Lie: ‘Het is zeker de moeite voor mensen die geen tijd willen steken in een zoektocht naar de beste fondsen. Met een tracker weet je min of meer wat je rendement zal zijn: het rendement van de index min de kosten. Dat betekent meteen ook dat je altijd achterblijft op de index. Wie gelooft in de meeropbrengst van actief beheer, is beter af met fondsen.’

Is open architectuur goedkoper voor de klant?

Lie:‘Niet altijd. Het aanbod is zo groot dat er een goed selectieteam nodig is om het kaf van het koren te scheiden en de juiste fondsen te selecteren. Daar heb je goede mensen voor nodig, maar die kosten natuurlijk geld. En dat wordt direct of indirect doorgerekend in de prijs via de instapkosten of eventuele andere kosten.’

Intransparante beheerskosten

Er staat heel wat op stapel in de wereld van de open architectuur. Dat is te danken aan de Europese Commissie, die ijvert voor meer transparantie van de beheerskosten van beleggingsfondsen. Die vergoeding bedraagt doorgaans tussen 0,5 en 2 procent per jaar, maar dat betalen beleggers nooit rechtstreeks. Het wordt immers dagelijks proportioneel van de inventariswaarde afgehouden. De intransparantie zit bij de samenstelling van die beheerskosten. De verkoper van het fonds strijkt 20 tot 70 procent van die vergoeding op. Weinig beleggers zijn op de hoogte van wat in het jargon de retrocessies of kickbacks heten. Volgens de Commissie bestaat het risico dat verkopers alleen die fondsen aanraden waarop ze de hoogste retrocessies innen. Daarom wil ze af van die vorm van distributievergoeding. In de richtlijn die ze voorbereidt, staat een verbod op kickbacks voor onafhankelijke adviseurs en op discretionair beheer in private banking. Distributeurs van beleggingsfondsen mogen dan nog altijd een vergoeding aanrekenen voor hun diensten, maar alleen rechtstreeks aan de klant. ‘Het is koffiedik kijken wat dat zal betekenen voor de fondsenindustrie’, zegt Lie.

Er is met Nederland toch al een proefkonijn?

Lie: ‘Het klopt dat in Nederland sinds 1 januari fondshuizen geen distributievergoeding meer mogen betalen en banken hun klanten een aparte adviesvergoeding moeten aanrekenen, maar het is te vroeg om conclusies te trekken. Zullen partijen hun fondsenaanbod fors inkrimpen? Zullen beleggers bereid zijn te betalen voor dienstverlening? Dat moet allemaal nog blijken.’

Meer transparantie en concurrentie zullen volgens de Commissie de beheerskosten omlaag duwen. Een goede zaak voor alle beleggers, toch?

Lie: ‘Het is logisch dat veel mensen zullen kiezen voor het goedkoopste kanaal dat ze kunnen vinden. Het gevaar is dat net diegenen die het meest nood hebben aan advies, naar fondsensupermarkten geduwd worden omdat ze niet kunnen of willen betalen voor advies.’

Voor- en nadelen van open architectuur

Bij een gesloten architectuur kan de klant alleen beleggen in de beleggingsfondsen van de bank of het beurshuis zelf. Nu zou het wel heel raar moeten lopen dat die huisfondsen stuk voor stuk beter zijn dan die van de concurrenten. Een fondsenaanbieder kan nooit de beste of de goedkoopste zijn in alle beleggingscategorieën. Bij open architectuur heeft een belegger de mogelijkheid om zijn geld in fondsen te stoppen van derde partijen. Dat kan via een selectie door zijn bank, of via een fondsensupermarkt. Fortuneo zit in die laatste categorie, wat betekent dat het zijn klanten de keuze biedt uit bijna 1.800 fondsen van 30 fondsenhuizen. Het gaat dan om fondsen van grote jongens als BlackRock, Invesco, JPMorgan, … tot die van kleinere broertjes als Lazard en Financière de l'Echiquier. Het brede assortiment laat beleggers ook toe hun geld te plaatsen bij fondsbeheerders die er een strategie en stijl op nahouden waarin ze zich het beste kunnen vinden. De grootste moeilijkheid verbonden aan open architectuur is uit het enorme aanbod de juiste fondsen te kiezen. Het is vaak niet gemakkelijk om er genoeg en degelijke informatie over te vinden. Daarom blijft advies vaak noodzakelijk.

Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.