Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

Aantrekkelijkheid investeringsklimaat dringend verhogen

België beschikt over een aantal belangrijke troeven voor buitenlandse investeerders uit de Verenigde Staten en uit de ons omringende landen. Onze ligging, het onderwijs, onze talenkennis, de diversiteit en kwaliteit van de Belgische werknemers, onze capaciteit tot innovatie en onze koopkracht zijn de voornaamste voordelen. Toch staan die troeven stilaan op de helling. Ze worden onder meer tenietgedaan door de hoge loonkosten en de fiscale druk. Om aantrekkelijk te blijven, staat België dus voor heel wat uitdagingen op het vlak van loonlasten, logistiek, innovatie, energiekost en fiscaliteit.

Hoe aantrekkelijk is België nog voor de buitenlandse investeerder?

Herwig Joosten (EY): ‘België haalde in 2012 169 projecten binnen, wat een stijging is met 10,5 procent. Dat is het hoogste niveau sinds 2008. In 2012 waren 107 van de 169 projecten greenfield. Nieuwe investeringsprojecten zijn een belangrijke graadmeter voor de aantrekkelijkheid van een land. Toch wil ik de stijging van die investeringsprojecten nuanceren want we zien dat de banencreatie behoorlijk gedaald is. Veel van die greenfield projecten, vooral in sales en marketing en in de Brusselse regio, leveren zeer weinig arbeidsplaatsen op.’

Welke landen investeren vooral in België?

Herwig Joosten: ‘De groep van buitenlandse investeerders wordt aangevoerd door de Verenigde Staten. Ook de onmiddellijke buurlanden, zoals Frankrijk, Duitsland en Nederland, zijn verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de directe buitenlandse investeringen. Een diepgaande analyse stemt ons echter niet tot euforie. Het is overduidelijk dat investeringsprojecten minder omvangrijk en minder arbeidsintensief zijn dan vroeger. Met slechts een gemiddelde arbeidscreatie van 17 per project scoren we het laagst sinds 2003 en liggen we zwaar achter op het Europees gemiddelde. Dat toont duidelijk aan dat de hoge loonkosten meespelen in investeringsbeslissingen. Vooral omwille van dat competitief nadeel raakt België zelfs vaak niet op de shortlist. Inzake arbeidscreatie tuimelt België uit de Europese top 15. Sinds 2003 is de arbeidscreatie door nieuwe investeringen nog nooit zo laag geweest.’.

Marcel Claes (AmCham): ‘Veel Amerikaanse bedrijven zijn al lang aanwezig in België. Het is een bewijs van de kwaliteit van de Belgische arbeidskrachten en de opportuniteiten die ons land biedt. In 2011 droeg de top 50 van de Amerikaanse bedrijven meer dan 1,7 miljard euro bij aan de overheidsfinanciën.’

Prof. Leo Sleuwaegen (KULeuven/Vlerick): ‘België heeft het bijvoorbeeld moeilijk zich te manifesteren bij de BRIC-landen, maar we vormen daarop geen uitzondering in de rest van Europa. De investeringen door ondernemingen uit de BRIC-landen worden soms overdreven, hoewel zij over veel monetaire reserves beschikken. Ondernemingen uit die landen investeren vooral veel in eigen regio en in de primaire en secundaire industriesectoren. Wij hebben een overwicht in de tertiaire sectoren.’

In welke sectoren wordt vooral geïnvesteerd?

Herwig Joosten: ‘De zakelijke dienstverlening blijft de belangrijkste sector voor buitenlandse investeringen. De sales & marketingactiviteiten zijn de voornaamste. Zoals ik eerder al zei, is de banencreatie bij dat soort investeringen echter het kleinst. De tweede plaats is en blijft voor de industriële sector. Het gaat vooral om uitbreidingsprojecten en dus minder om greenfieldinvesteringen. Op de derde plaats staat de logistieke sector.’

Wat zijn de belangrijkste troeven van België? Wat maakt ons land aantrekkelijk?

Herwig Joosten: ‘Ons land beschikt over heel wat troeven. Denk maar aan onze ligging, de aanwezigheid van de farmaceutische industrie en de biotechnologie. Ik wil daar wel onmiddellijk een kanttekening bij maken, want sommige troeven boeten aan kracht in. Onze ligging is niet incontournable en ik heb ook bedenkingen bij onze arbeidsproductiviteit waar vaak mee gegoocheld wordt. Productiviteit is immers afhankelijk van technologie en management, terwijl de individuele arbeider zich meer onderscheidt door de loonkosten. Zowel Eurostat als de Oeso stellen dat de Belgische loonkost per productie eenheid veel hoger is dan in de ons omringende landen.’

Prof. Leo Sleuwaegen: ‘Waar we klassiek goed in waren, verdwijnt stilaan. Kijk maar naar onze infrastructuur, die traditioneel hoog stond in het Global Competitiveness Report. De voorbije jaren scoren we daar echter steeds minder goed, aangezien de overheid in het recente verleden minder investeerde in infrastructuur dan de ons omringende landen. Ook op het vlak van transport scoren we minder goed. Kijk maar naar het transport via de lucht. Schiphol is toch iets anders dan Brussel. Nochtans is dat belangrijk, omdat de investeringen die we kunnen aantrekken, zich in sectoren afspelen waarin mobiliteit via de lucht gebeurt. Ook met de arbeidsproductiviteit moet je voorzichtig zijn. De productiviteit stijgt dus, maar men zegt niet altijd hoe dat komt. Veel inefficiënte bedrijven zijn immers failliet gegaan, waardoor alleen de sterke productieve bedrijven overblijven. Bovendien vind ik het ook verontrustend dat er steeds meer multinationale bedrijven desinvesteren.’

Wat maakt ons land minder aantrekkelijk om te investeren?

Marcel Claes : ‘Amerikaanse bedrijven blijven investeren in België, maar ze kijken tegelijk ook naar andere landen. Aangezien ze vaak al lang aanwezig zijn in ons land, nemen ze niet gemakkelijk de beslissing om zich ergens anders te vestigen. Toch zijn enkele structurele hervormingen noodzakelijk. De maatregel van notionele intrestaftrek bijvoorbeeld is belangrijk voor buitenlandse bedrijven die in ons land willen investeren. Het constant in vraag stellen en veranderen van de maatregel maakt het echter minder aantrekkelijk voor bedrijven om hun investeringen daarop te baseren. Wanneer een bedrijf onzeker is of de regeling volgend jaar nog zal bestaan, dan is de maatregel te ongeloofwaardig. Mochten we meer stabiliteit rond de notionele intrestaftrek krijgen, dan zou dat bestaande investeringen consolideren. Bovendien is er ook een substantiële hervorming van de arbeidsmarkt nodig of de investeerders zouden wel eens niet meer zo loyaal kunnen zijn.’

Herwig Joosten: ‘Er heerst inderdaad veel negativiteit rond de fiscaliteit. De notionele intrestaftrek is nu meer een maatregel om bedrijven te houden dan om nieuwe aan te trekken. Voor nieuwe investeringen is die maatregel niet langer competitief t.o.v. de buurlanden, maar hij blijft uitermate relevant om bestaande investeringen hier te houden. Ook de ondernemer voelt zich door het gecreëerde klimaat geviseerd, alsof hij niet bijdraagt tot de maatschappij. Door het continu hameren op fraude, voelen veel ondernemers zich belastingontwijkers en zelfs ontduikers. Een van de belangrijkste troeven in onze perceptiestudie was dat België een goede plaats was om te leven en de ‘feel-good’ balans tussen werk en leven goed was, maar dat is nu verdwenen. Dat sentiment is nochtans belangrijk, want het zijn die ondernemers en het C-niveau die beslissen waar het kantoor gevestigd zal worden.’

Marcel Claes: ‘Bedrijven blijven investeren in ons land, vaak ook omdat ze hier al zeer lang aanwezig zijn. Grote sluitingen zoals Opel of Ford zijn gelukkigerwijze zeer uitzonderlijk. Toch merk je ook erosie, waarbij bedrijven geleidelijk aan bepaalde activiteiten en verantwoordelijkheden naar andere landen verschuiven. Door de hoge loonkosten daalde de Amerikaanse tewerkstelling in 2011 met 3 procent. Veel bedrijven zijn hun structuur aan het optimaliseren, vaak omwille van de loonkosten. Grote investeringen en expansies zijn er niet meer. Bovendien zijn er ook minder nieuwkomers met significante investeringen.’

Herwig Joosten: ‘De hoge loonkosten zonder een toenemende arbeidsproductiviteit spelen de belangrijkste rol. Dit haalt ons meteen van de short-list. In landen zoals Ierland en Spanje zijn de loonkosten veel competitiever geworden. Daarom is de tendens om daar te investeren en is er ook meer sprake van banencreatie. Beiden plaatsen zich in de Europese top 10 inzake arbeidscreatie.’

Voor welke uitdagingen staat ons land, op het vlak van fiscaliteit, HR en logistiek?

Marcel Claes: ‘In onze Priorities for a Prosperous Belgium is de voorspelbaarheid een van de drie thema’s, naast competitiviteit en vereenvoudiging. Ons land moet niet alleen stabiliteit kennen, maar ook voorspelbaarheid. Wanneer bedrijven investeren, moeten ze de garantie hebben dat bepaalde maatregelen niet na een jaar veranderd of opgedoekt worden. De overheid moet de te hoge loonkosten aanpakken en de nood aan, onder andere politieke, stabiliteit erkennen. België heeft meer investeringen nodig, meer tewerkstelling en economische groei.’

Herwig Joosten: ‘Beleidshervormingen zouden de competitiviteit van België en het groeitempo kunnen verbeteren. Meer flexibele arbeidsvoorwaarden, lagere loonkosten, een meer graduele verhoging van de minimumlonen, een beter fiscaal klimaat en meer concreet een verschuiving van de belasting op arbeid zouden de vooruitzichten voor de export in België kunnen verbeteren. Dat zou ook de aantrekkelijkheid van België als investeringsbestemming verhogen en bedrijven de kans bieden om hun sterke punten op het vlak van innovatie en onderzoek & ontwikkeling beter uit te spelen.’

‘De uitdaging voor België is dus de begroting echt structureel aan te pakken. Dat zal men niet bereiken door fraude aan te pakken. Die fraudemaatregelen zijn eenmalig en doven uit. Het is beter om een daling van de arbeidskosten te verschuiven naar bijvoorbeeld consumptie- en milieubelastingen, niet een belasting op vermogen want Europees zijn we daar reeds bij de vijf slechtsten in de EU27. Bovendien moeten we vooral structureel besparen, bijvoorbeeld op de primaire overheidskosten. Het overheidsapparaat in ons land is te groot. 18 procent is ambtenaar, terwijl het gemiddelde in Europa 13 à 14 procent bedraagt. Die 3 tot 5 procent gaat over vele miljarden euro’s. De effectieve participatiegraad van de 55-plussers moet tevens structureel verhoogd worden.In Europa bengelen we daar helemaal achteraan.’ ‘Ten slotte is er ook de problematiek van de indexering. België is het enige Europese land waar die van toepassing is, terwijl ze nochtans niet tot meer koopkracht leidt vergeleken met buurlanden.’

Marcel Claes: ‘Vanuit het perspectief van Amerikaanse bedrijven is het een groot nadeel dat, vooral in crisistijden, bijna het volledige loonsverhogingsbudget geabsorbeerd wordt door de automatische indexering. Bedrijven moeten die aan iedereen geven, waardoor er bijna niks meer overblijft om mensen die beter presteren, een duwtje in de rug te geven. In een performancegerichte cultuur is dat totaal onaanvaardbaar. Bovendien verdwijnt door de salary freeze de mogelijkheid om prestaties te belonen haast volledig.’

Prof. Leo Sleuwaegen: ‘‘België is een land dat buitenlandse investeringen nodig heeft. We leefden daar de voorbije twintig, dertig jaar van. Daarom moet er meer aandacht zijn voor die aantrekkelijkheid en de internationale dynamiek. Er zijn heel wat traditionele sectoren die nu zwaar bedreigd worden. Denk bijvoorbeeld aan de textiel of metaalsector. De eenmaking van het statuut van arbeiders en bedienden zal ook een sterke impact hebben. Ook de loonlasten zijn veel te hoog. Ik ben het eens met de twee andere gesprekspartners dat structureel ingrijpen noodzakelijk is, maar dat hoeft niet altijd besparen te betekenen. Je moet wel bepaalde systemen anders inrichten. Beloftevolle infrastructuur en regelgeving die maken dat buitenlandse investeerders aangetrokken worden, zijn eveneens belangrijk. Nederland bijvoorbeeld heeft veel gedaan om kennisintensieve sectoren bij hen te krijgen. België positioneert zich daar minder goed in. We moeten aantrekkelijker worden in die beloftevolle, kennisintensieve sectoren. Uiteindelijk willen we meer toegevoegde waarde om de welvaart te verhogen.’

Herwig Joosten: ‘Een mooi voorbeeld is Groot-Brittannië, dat op fiscaal vlak het meest attractieve investeringsland in Europa wil worden. Het verlaagde zijn belastingsvoet tot 20 procent, geeft een volledige vrijstelling op buitenlandse dividenden, hanteert geen bronheffing voor repatriëring naar eender welk land en het heeft een bredere patentbox dan de Belgische. Ook Zwitserland is een voorbeeld van hoe het moet. Door zijn politiek van innovatie en fiscaliteit zijn er veel verschuivingen uit de rest van Europa naar Zwitserland. De grootste multinationals zitten met hun Europees hoofdkwartier in Genève. Daar kunnen we veel van leren.’

Lees verder

Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.