Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

De kredietmarkt bepaalt de prijs

©Shutterstock

Banken waren lange tijd erg optimistisch over de economische vooruitzichten en leken bereid om agressieve financieringspakketten voor overnames op tafel te leggen. Dat tijdperk is nu achter de rug. Hoe verloopt de financiering van een fusie of een overname in de huidige markt van krappere kredietverlening? En wat is het effect van de marktomstandigheden op de prijs van overnames?

Een goed voorbeeld van de oververhitting zien we in de 'stapled finance'- formules: ondernemingen werden te koop aangeboden met een financieringspakket eraan vast. De banken namen gretig grote risico's omdat de hoge rentemarges hun grote winsten beloofden. Het hele systeem was zo ontwricht dat banken zo ongeveer risicokapitaal verschaften aan bijna bancaire tarieven. Zo waren ook 'bulletleningen' gebruikelijk, waarbij overnamekredieten verschaft werden, die geen jaarlijkse aflossingen vroegen, maar de betaling uitstelden tot op het einde van de rit. Overnemers maakten daar dankbaar gebruik van om hun dealstructuur en hun winsten te optimaliseren. Het risico dat de banken namen, werd verdoezeld omdat ze grote leningen vaak konden syndiceren bij andere banken. Zo speelden financiële instellingen de hete aardappel aan elkaar door. Maar de kredietcrisis schudde de bankiers hardhandig wakker uit hun mooie dromen. De banken voelen zich nu opnieuw genoodzaakt op een realistische manier om te gaan met risico. Kredietverleningen met een hogere risicograad worden dan ook weer, net als vanouds, argwanend onder de loep genomen.

Die gewijzigde houding heeft drie belangrijke gevolgen op de werking van de overnamemarkt:

  1. De hoeveelheid schuld die voor een individuele transactie toegestaan wordt, gaat omlaag, omwille van de toenemende risico-aversie en omwille van een voorzichtigere houding ten opzichte van de economische vooruitzichten. Schuld legt immers vaste terugbetalingsverplichtingen op. Of het nu gaat om een financiële overnemer, waarbij de kasstromen van het overnamedoelwit wordt aangewend voor de betaling van de overnameschuld, dan wel om een strategische overnemer, in een onzeker economisch klimaat wordt omzichtiger omgesprongen met kredietverschaffing. Daardoor neemt het aandeel eigen vermogen bij een transactie toe, terwijl de hoeveelheid vreemd vermogen afneemt.
  2. De totale hoeveelheid nieuwe kredieten is gedaald door de liquiditeitsproblemen die de kredietcrisis bij verschillende banken veroorzaakte. De kredietverschaffers moeten omzichtiger omspringen met hun beperkte liquiditeiten. Bovendien gaan banken minder snel grote bedragen volledig onderschrijven omdat ze moeilijkheden ondervinden om de leningen te syndiceren
  3. De voorwaarden van de kredietverlening worden stringenter: hogere marges, strengere afspraken over de aflossingsverplichtingen, meer zekerheden, kortere aflossingstermijnen. Het wordt dus duurder om vreemd vermogen aan te trekken. Bij overnames die fors met schulden gefinancierd worden, heeft de kredietcrisis een grotere impact op de waardering. Een alternatieve manier om dat te bekijken, is het gebruik door financiële partners van schuld in buy-outs. Die constructie haalt vaak de helft van de vereiste return op eigen vermogen door het gebruik van goedkope leningen. In de mate dat ze minder dat hefboomeffect benutten en kredieten duurder worden, zal de return op eigen vermogen dalen.

Lees verder

Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.