Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

‘We willen niet alleen duurzaamheidsmanagers trainen, maar mensen uit de hele organisatie’

Bedrijven staan met de nieuwe eisen in duurzaamheidsrapportering voor een berg werk. Bedrijven die duurzaamheid integreren in hun strategie, kunnen er hun voordeel mee doen, zegt professor Xavier Baeten. ‘Bedrijven moeten de strategische dimensie van de duurzaamheidsrapportering zien.’

In een klepper van 245 bladzijden staan ze uitgelegd: de standaarden waaraan de duurzaamheidsrapportering van bedrijven in Europa zal moeten voldoen. De European Sustainability Reporting Standards (ESRS) zijn vanaf 2026 op een pak meer bedrijven van toepassing dan de huidige regels. Bedrijven die aan minstens twee van drie criteria voldoen (meer dan 250 werknemers, 50 miljoen euro omzet of 25 miljoen euro balanstotaal) moeten volgens de nieuwe standaarden rapporteren vanaf het boekjaar 2025. ‘Tot nu toe kwamen vooral de beursgenoteerde bedrijven in het vizier, nu moeten pakweg vijf keer meer ondernemingen aan de standaarden voldoen’, zegt Xavier Baeten, professor Sustainability & Reward, aan Vlerick Business School en in de opleiding Take the Lead in Sustainability Management.

Wat houden die standaarden precies in?

XAVIER BAETEN. ‘Om te beginnen heb je de algemene rapportering, de general disclosures, die voor iedereen gelden. Zo moet je bijvoorbeeld informatie geven over hoe je duurzaamheidscriteria opneemt in je verloningssysteem, maar bijvoorbeeld ook waar de kennis over duurzaamheid zich bevindt.’

‘Daarnaast heb je de dubbele materialiteitsanalyse. Die term komt uit de financiële rapportering en duidt erop dat een investeerder alle informatie moet krijgen die nodig is om een beslissing te nemen. Datzelfde geldt nu voor duurzaamheid. Elke onderneming moet, samen met zijn of haar belanghebbenden, bepalen waarop de nadruk moet liggen in duurzaamheid en wat er aangepakt moet worden. Je hoeft niet over alles in detail te rapporteren, maar je moet wel je keuze verantwoorden.’

‘Die analyse gaat in twee richtingen. Enerzijds moet je jouw impact op je omgeving analyseren. Dat verschilt voor elk bedrijf. Bij een brouwerij zal dat gaan over waterverbruik, bij een batterijfabriek eerder over mensenrechten. Anderzijds is er de financiële materialiteit: de financiële impact van duurzaamheid op het bedrijf, waarbij het zowel om risico’s als opportuniteiten gaat.’

‘En uiteindelijk verwacht Europa ook targets voor de gekozen onderwerpen. Als je in de voeding zit en je zet afvalvermindering op de eerste plaats, dan zal je ook scherpe doelen moeten stellen en behalen, zoals bijvoorbeeld Ahold Delhaize dit doet op het vlak van de verkoop van gezonde producten en het verminderen van voedselafval.’

Je focus bepalen lijkt geen eenvoudige oefening. Hoe begin je aan zo’n materialiteitsanalyse?

BAETEN. ‘Dat is inderdaad niet simpel. Europa geeft een reeks voorbeelden van topics: dat gaat van luchtvervuiling over work life-balans tot biodiversiteit. Voorwaarde is ook dat je je stakeholders op een degelijke manier betrekt bij het proces. Daar komen verrassende resultaten uit. Bij Solvay, bijvoorbeeld, bleken de klanten bezorgd over de circulariteit van de producten. Daar maakte het bedrijf een speerpunt van. We weten wel dat kmo’s van nature een sterkere lokale inbedding hebben en op een informele manier veel contacten hebben met de (lokale) stakeholders. Maar zij moeten die rapportering nu formaliseren.’

‘Het is een risico dat bedrijven hun analyse te wiskundig aanpakken. Enquêtes uitsturen, bolletjes laten kleuren, gemiddelden nemen en klaar. Dan hebben ze gedaan wat Europa vraagt. Maar materialiteit is meer een kunst dan een wetenschap. Neem bijvoorbeeld Sanofi. Dat is zelf met een topic gekomen dat niet in de lijst staat: toegang tot  geneesmiddelen. Dit is uiteraard bijzonder relevant en moet een  focus zijn, samen met veiligheid en innovatie. Tegelijk beslist het om van dierenwelzijn en betrokkenheid bij de lokale gemeenschap geen prioriteit te maken. Dat is niet alleen een denkoefening, daar baseert het zijn hele strategie op en ontwikkelt het specifieke programma’s voor. Dat is ook de ambitie van Europa: bedrijven mogen ESRS niet als een verplicht nummertje zien. Ze moeten buiten het gareel durven te lopen en plannen op maat uitwerken, zodat ze de strategische dimensie inzien.’

Zijn bedrijven voorbereid op wat er op hen afkomt?

BAETEN. ‘Er wordt veel gevraagd van bedrijven en er is nog veel onzekerheid. Bedrijven moeten bijvoorbeeld op verschillende niveaus rapporteren over hun milieu-impact: hun eigen hernieuwbare energie, hun eigen uitstoot, maar ook de uitstoot bij hun leveranciers en hun grondstoffen, de manier waarop hun product bij de klant raakt en de end of life ervan. Voor kmo’s heb je dus een dubbele uitdaging: zelf meten, maar vaak ook data aanleveren aan klanten. Daar worstelen velen mee.’

‘Heel wat bedrijven hebben zich lang weinig aangetrokken van duurzaamheid. Voor hen is het nu pijnlijk wakker worden. Sommigen focussen alleen op compliant zijn, in orde zijn. Maar het is verstandiger om even door de zure appel van de rapportering te bijten en écht werk te maken van duurzaamheid en dit strategisch in te bedden. Dat levert enorm veel kansen op. Denk aan Signify (het vroegere Philips Lighting, nvdr.), in een eerste stap verving het zijn product, verlichting, door led-verlichting. Maar nu werkt het ook aan een sociale dimensie: via sensoren in openbare verlichting geweld detecteren of luchtvervuiling meten. Dat zijn heel nieuwe businessmodellen geïnspireerd door duurzaamheid.’

Data zijn cruciaal. Hoe verzamel je kwalitatieve data over al die duurzaamheidstopics?

BAETEN. ‘Ook daar bestaat wel wat onrust over. Het is niet de bedoeling dat de helft van de bedrijven failliet gaat aan kosten door rapportering. Europa weet ook dat sommige dingen moeilijk zijn. Eventueel is een raming toegelaten, als je die verantwoordt. Je kan beginnen met de data die je al hebt. Tenslotte hebben we al een uitgebreide milieuwetgeving. Er zijn al jaarrekeningen waarin je informatie vindt over verloning, diversiteit van je personeelsbestand, enzovoort. Veel bedrijven zijn nu ook bezig met de ontwikkeling van software om de automatisering van data-inzameling makkelijker te maken.’

‘Belangrijke kanttekening daarbij: vertrek niet vanuit data, maar vanuit  gesprekken met je stakeholders en de materialiteitsanalyse. Ga dan op zoek naar data over de belangrijke topics. Op basis daarvan bepaal je welke data je nog nodig hebt. Dat doe je niet in twee maanden.’

‘Veel bedrijven vragen zich af: waarvoor dient dat uiteindelijk allemaal? Een goede analyse en duidelijke targets helpen je management vooruit. De nieuwe rapportering helpt je strategie te bepalen, maar ook je assessment van klanten en leveranciers wordt kwalitatiever. En reken maar dat ook banken naar die data kijken bij financieringsaanvragen, ook al is ook daar nog een hele weg te gaan.’

De nieuwe regels uitpluizen, data verzamelen en analyseren, strategie bepalen … hoe haal je als bedrijf de expertise in huis om dat allemaal te bolwerken?

BAETEN. ‘Heel wat adviesverleners storten zich op die materie. Dat is prima, maar wees selectief met wie je in huis haalt. Daarnaast bouw je het best ook zelf expertise op. In veel bedrijven zien we dat vooral finance dit naar zich toe trekt. Boeiend, want heel lang hielden de financiële afdelingen zich net ver weg van duurzaamheid. Nu het over cijfers en rapporten gaat, verandert dat. Je mag dus gerust verwachten dat je financieel directeur hiermee aan de slag gaat.’

‘Uit bevragingen blijkt dat de juiste mindset over duurzaamheid ontwikkelen een van de grootste uitdagingen is voor kmo’s. We zien daar vaak een zandloper: aan de top is men overtuigd van het belang van duurzaamheid en ook aan de basis zijn de werknemers mee, maar het middenkader staat op de rem, omdat die medewerkers het als een bedreiging zien. Ook hen moet je dus meekrijgen. Informeer of het onderwerp aan bod komt als ze met klanten praten, hoe ze duurzaamheid zouden kunnen inbouwen in hun dagelijkse job. Duurzaamheid moet deel uitmaken van de dagelijkse job van velen.’

In de opleiding Take the Lead in Sustanainability Management komt rapportering ruim aan bod. Maakt de nieuwe wetgeving zo’n opleiding nog relevanter?

BAETEN. ‘Ja, want ook bij Take the Lead bekijken we die rapportering breder, als onderdeel van het duurzaamheidsmanagement van je hele bedrijf. We nemen de deelnemers mee door het hele proces: materialiteitsanalyse, data verzamelen, een strategie uittekenen en targets zetten. Daarnaast bekijken we wat duurzaamheid inhoudt, want het begrip wordt te veel verengd tot emissies. Hoe zit je supply chain in elkaar? Hoe neem je dit mee in strategie en in marketing? Er wordt ook gekeken naar diversiteit als een belangrijke dimensie van duurzaamheid. We willen dus niet alleen duurzaamheidsmanagers trainen, maar mensen uit de hele organisatie. Elke afdeling heeft zijn rol in een duurzaamheidsstrategie. In de opleiding krijg je inspiratie voor je eigen rol, en identificeer je tegelijk de connectie met de rest van het bedrijf.’

‘Deelnemers leren ook hoe ze hun verhaal naar consumenten moeten brengen. Onderzoek leert dat 90 procent van de consumenten vindt dat bedrijven meer moeten doen, maar tegelijk vinden ze veel groene claims ongeloofwaardig. De juiste toon vinden is cruciaal. De bottomline: leg je focus. Ja, bedrijfsvoering is complexer geworden. Vroeger hoefde je alleen winst te maken voor aandeelhouders, nu zit je in een heel ander model. Maar het belang van keuzes maken en prioriteiten bepalen, dat is niet veranderd. Bedrijven denken veel meer na over hun impact, en worden zo deel van de oplossing.’

Lees verder
Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.