Logo
Tijd Connect biedt bedrijven, organisaties en overheden toegang tot het netwerk van De Tijd. De betrokken partner is verantwoordelijk voor de inhoud.

‘Online of print? Het nieuwsmerk geeft de doorslag'

Hoe consumeren Belgen nieuws, en in welke mate zijn ze kwetsbaar voor fake news? Jan Drijvers, onderzoeker bij marktonderzoeksbureau Kantar, en Ike Picone, assistent professor media en journalistiek aan de VUB, geven tekst en uitleg.

Media spelen een belangrijke rol in berichtgeving. Maar in welke mate zijn ze nog betrouwbaar?

Ike Picone: ‘We worden gebombardeerd met nieuwsfeiten, op elk moment van de dag. Dat beïnvloedt de manier waarop we onze aandacht verdelen over de verschillende kanalen. Door die gefragmenteerde aandacht zijn we bijvoorbeeld geneigd alleen nog krantentitels te lezen. Zo’n oppervlakkigheid is een voedingsbodem voor verkeerde perceptie.’

Jan Drijvers: 'Media lijden momenteel onder een autoriteitscrisis, vanwege de propaganda op sociale netwerken vanuit alle hoeken. De waarheid is slechts een commodity. Het rechtstreekse bereik van zulke berichten is beperkt, maar het effect wordt versterkt doordat sommige journalisten zich hierop baseren en daarna als megafoon fungeren.’

Gelukkig blijven traditionele nieuwsmerken de Belg veel vertrouwen inboezemen.

Jan Drijvers

Jan Drijvers: ‘Dat heeft te maken met wat lezers van hun  nieuwsmedia eisen. Uit ons onderzoek blijkt dat 95 procent accurate feiten wil, terwijl 89 procent relevante achtergrond en context  verwacht. Criteria zoals de snelheid van de berichtgeving en de mogelijkheid om nieuws te delen - de troeven van sociale media - worden als veel minder belangrijk ervaren.’

‘Als het op kwaliteitsperceptie aankomt, geeft niet de drager, maar wel het nieuwsmerk de doorslag.’
Jan Drijvers
onderzoeker bij Kantar TNS

Ike Picone: ‘Het vertrouwen is ook terecht: België kent een goed medialandschap. Journalisten worden gezien als professionals die fake news filteren en de feiten in hun perspectief plaatsen. In tijden van gefragmenteerde aandacht zijn ze een welgekomen gatekeeper. Dat voedt de bereidheid om te betalen voor kwaliteitsjournalistiek.’

Hoe doen de Belgische nieuwsmerken het ten opzichte van andere landen? En zijn er regionale verschillen?

Jan Drijvers: ’78 procent van de Vlamingen en 64 procent van de Walen heeft een uitgesproken vertrouwen in nieuwsmedia. In vergelijking met andere landen houden de Belgische merken dus goed stand. Vooral de Nederlandstalige, vanwege hun unieke mix van lokaal, nationaal en internationaal nieuws. Ze worden ook afgeschermd door hun taal.’

Ike Picone: ‘Een onderzoek van de Universiteit van Oxford bevestigt  dat Vlaanderen internationaal bij de top hoort. Wallonië doet het volgens die studie minder goed.’

Speelt de drager waarop we het nieuws lezen mee bij een correcte perceptie van de berichtgeving?

Ike Picone

Ike Picone: ‘Het e­ ect van de drager lijkt me beperkt wanneer je betaalt voor nieuws: in dat geval maakt het niet uit of je leest op papier of op de website van je favoriete krant. Wanneer je geen abonnement en dus geen relatie met een nieuwsmerk hebt, ben je wellicht meer vatbaar voor onlinekanalen die minder betrouwbaar zijn, zoals sociale media. Vooral jongeren zijn hier kwetsbaar voor.’

‘Journalisten worden gezien als professionals die fake news filteren en de feiten in hun perspectief plaatsen.'
Ike Picone
hoogleraar media en journalistiek aan de VUB

Jan Drijvers: ‘De consumptie van een papieren krant is toch anders dan die van een website. Ze gebeurt in een eigen context plaats, tijd en gezelschap. Maar als het op kwaliteitsperceptie aankomt, geeft het nieuwsmerk de doorslag. Dat komt omdat merken veel moeite gedaan hebben om hun DNA over te dragen naar de digitale wereld.’

Bieden betrouwbare nieuwsmerken meer kansen aan adverteerders om impact te genereren?

Jan Drijvers: ‘Zeker en vast. Er bestaat een zeer hoge correlatie tussen de graad van vertrouwen in een krant en het vertrouwen dat we de reclame in die krant toedichten, zo blijkt uit ons onderzoek. Maar om die relatie niet te beschadigen, moeten de advertenties ook dat vertrouwen waard zijn. Nieuwsmerken doen er goed aan om daarover te waken.’

Ike Picone: ‘Adverteerders profiteren mee van het vertrouwen in een merk. Maar wie bereid is om voor nieuws te betalen, verwacht ook kwaliteit van de adverteerders. Opmerkelijk is ook dat uit de studie van de Universiteit van Oxford naar voren komt dat overdreven veel reclame beschouwd wordt als een vorm van desinformatie.’

Wie is wie?

Jan Drijvers heeft ruim twintig jaar ervaring in mediaonderzoek. Na zijn studies communicatiewetenschappen startte hij als assistent en lector aan de KU Leuven en KU Brussel. Na die academische carrière bouwde hij bij marktonderzoeksbureau Dimarso (vandaag Kantar) een mediadepartement uit. Sinds 2013 is hij er als client service manager verantwoordelijk voor alle onderzoeken rond media, politiek en publieke opinie.

Ike Picone is docent media en journalistieke studies aan de Vrije Universiteit Brussel. Als senior researcher is hij verbonden aan de onderzoeksgroep Imec-SMIT en aan het Kenniscentrum voor Cultuur- en Mediaparticipatie. Daarnaast is hij lid van de Raad voor Journalistiek. Digitale disruptie in de mediasector is een van zijn stokpaardjes. Picone maakte ook deel uit van het door Alexander De Croo opgerichte expertenteam inzake desinformatie.

Logo
Tijd Connect biedt bedrijven, organisaties en overheden toegang tot het netwerk van De Tijd. De betrokken partner is verantwoordelijk voor de inhoud.