Logo
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De Partner zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

Kleiner wonen wordt de norm

©Shutterstock

Willen we efficiënter en duurzamer omgaan met onze beschikbare ruimte, dan is compacter bouwen onvermijdelijk. Intelligente stadsverdichting heeft daarnaast ook aandacht voor voldoende veilige en aantrekkelijke buitenruimtes.

De  Vlaamse Confederatie Bouw becijferde dat flats tegen 2022 het dominante woningtype zullen vormen. De terugkeer naar de stad is een reactie op het versnipperde ruimtepatroon, dat niet langer houdbaar is. Maar het beeld van de grijze, hoge appartementsblokken is al lang achterhaald, meent Clemens de Olde, doctoraatsonderzoeker aan de Universiteit Antwerpen en consultant stedelijke en regionale ontwikkeling bij IDEA Consult. ‘Compacte gebouwen van pakweg vier lagen kunnen wél een meerwaarde vormen’, meent hij.

‘Projectontwikkelaars staan voor een flinke uitdaging. Het is hun taak om compacte woningen in stads- en dorpskernen zo aantrekkelijk te maken dat mensen er graag willen wonen. Een belangrijk aandachtspunt is de privacy. Dichter bij elkaar wonen kan het privéleven van de bewoners aantasten. Een doordacht ontwerp met respect voor het individu is dus essentieel. Daarnaast zijn er voldoende veilige en aantrekkelijke buitenruimtes voor ontspanning nodig. En ook vergroening en verkeersveiligheid spelen een voorname rol in het ontwerp.’

Nog te grijs

‘In de afgelopen 25 jaar werden al heel wat inspanningen geleverd om onze steden aantrekkelijker te maken’, stelt Clemens de Olde. ‘Maar ze zijn nog altijd te grijs. De kwaliteit van de stedelijke publieke ruimtes van pakweg Utrecht of Amsterdam halen we nog niet, maar er wordt hard aan de weg getimmerd. De auto moet almaar meer plaats maken voor trage weggebruikers en voor groene zones - ook om de effecten van klimaatverandering op te vangen. Uiteraard zijn een goede fietsinfrastructuur en openbaar vervoer eveneens belangrijke randvoorwaarden.’

‘Overheden moeten waken over de betaalbaarheid van compact wonen in de stad.’
Clemens de Olde
Doctoraatsonderzoeker Universiteit Antwerpen en consultant bij IDEA Consult

Een kwaliteitsvolle verdichting is volgens de Olde niet louter de verantwoordelijkheid van de projectontwikkelaars, maar ook van de overheden. ‘Die moeten er wel over waken dat ze niet alles “dicht reguleren”. Ze moeten met heldere, niet-onderhandelbare uitgangspunten een basiskwaliteit garanderen’, adviseert hij. ‘En overheden moeten ook waken over de betaalbaarheid. Natuurlijk wil elke gemeente maar al te graag vermogende middenklassers aantrekken. Maar ook mensen die minder kunnen besteden moeten toegang krijgen tot een woning in de stad.’

Functies verplaatsen

De heraanleg van de Leieboorden en het Budapark in Kortrijk illustreren volgens Clemens de Olde hoe een aantrekkelijke stedelijke ruimte gecreëerd kan worden. ‘Ook het Minerve-project op de voormalige Agfa-site in Edegem toont hoe compact wonen slim gecombineerd wordt met een groene en autoluwe omgeving’, zegt hij. ‘Je kan ook interessante dingen doen met delen. In Molenbeek zag ik een project met een gemeenschappelijke wasserette, ruimte voor coworking en een tuinkamer-met-keuken voor feestjes. Door zulke functies te verplaatsen naar een centraal punt, wordt kleiner wonen zeker haalbaar.’

Lees verder

Logo
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De Partner zijn verantwoordelijk voor de inhoud.