Wereldspelers
Johan Willemen, voorzitter WTCB © Studio Dann
4 Leestijd

‘We moeten drie keer meer renoveren dan vandaag'

De bouwsector is veel vernieuwender dan zijn imago laat vermoeden. Gelukkig maar, want al die innovatie is broodnodig om de klimaatopwarming af te remmen.

Advertentie

Advertentie

Advertentie

‘Veel mensen denken dat de bouwsector 3D is: dirty, difficult and dangerous’, zucht Johan Willemen. ‘Ze beseffen niet hoeveel innovatie er elke dag in onze sector is.’ De voorzitter van het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf weet dat maar al te goed. Met zijn onderzoek, innovatie en informatieverspreiding draagt het WTCB bij aan kwaliteits- en productiviteitsverbetering in de bouwsector.

De bouwsector is een “stille innovator”, verklaart Willemen. ‘Aan de buitenkant zien gebouwen er nog hetzelfde uit, maar verborgen voor het oog zijn er performante isolatiematerialen, hoogrendementsglas, intelligente verwarmingssystemen met zonneboilers,…’

Burgers en bedrijven voelen die grotere kwaliteit niet alleen in aangenamere en gezondere gebouwen, maar ook in hun portefeuille en leefomgeving. In de EU zijn gebouwen namelijk goed voor zo’n 40 procent van het energiegebruik, en 36 procent van de broeikasgasemissies. De bouwsector kan en moet zijn verantwoordelijkheid opnemen in het kader van de klimaatopwarming, aldus Willemen. ‘Met meer energie-efficiëntie moet het mogelijk zijn om beide terug te dringen. Daar is ook regelgeving voor. Bestaande gebouwen moeten een energieprestatiecertificaat (EPC) halen, en nieuwe gebouwen moeten vanaf 1 januari aan een strenger maximaal energiepeil voldoen.’

De voorbije decennia lag de focus van het beleid vooral op nieuwbouw, merkt hij op. ‘Wellicht omdat het daar makkelijker is om ambitieuze doelstellingen naar voren te schuiven. Gelukkig begint het tij te keren. De grootste potentiële energiebesparingen liggen in het gebouwde patrimonium. Een studie van consultant McKinsey stelt dat meer dan de helft van de inspanningen vanuit het bestaande gebouwenbestand moet komen als we tegen 2030 de verhoopte energie-efficiëntie willen behalen.’

Veel mensen denken dat de bouwsector 3D is: dirty, difficult and dangerous
Johan Willemen voorzitter van het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB)

De energiewinsten die je alleen al met voegkitten en afdichting kunt behalen, zijn aanzienlijk, stelt Luc Thys, marketingdirecteur bij Soudal, de wereldwijde producent van lijmen, isolatieschuim en siliconen. ‘Als je in een goed geïsoleerd huis rond de ramen nog kieren en spleten hebt, dan verlies je daar relatief veel warmte mee. Dicht je die op een goede manier? Dan kan de winst op het warmteverlies oplopen tot meer dan 15 procent, en dat voor een beperkte kostprijs.'

‘De renovatiegraad moet stijgen van 1 procent vandaag naar 2,5 à 3 procent om de klimaatdoelstellingen van 2030 en 2050 te halen’, merkt Willemen op. ‘De uitdaging is dat ook allemaal gefinancierd te krijgen. Niet iedereen heeft meteen het geld om grondig te renoveren. Dat is jammer, want het gaat om een investering die zich op termijn meer dan terugverdient. Gelukkig wordt volop gezocht naar nieuwe kostenefficiënte technieken, financieringsmodellen en –instrumenten voor degelijke energetische renovaties.’

Regelgeving

Uiteraard moeten ook doordachte stedenbouwkundige maatregelen en ruimtelijke ordening een bijdrage leveren aan energie-efficiëntie en klimaatbeleid, zegt Willemen. ‘Vroeger verbood de regelgeving vaak de plaatsing van buitengevelisolatie, omdat het zorgde voor het overschrijden van de rooilijn. Gelukkig heeft de wetgever snel ingezien dat zo’n strikt beleid ongepast is in het licht van de energie- en klimaatuitdagingen. Ook bij het isoleren van daken en het plaatsen van zonnepanelen is het beleid al heel wat soepeler.’

Hij benadrukt ook het belang van zuinig en efficiënt omgaan met grondstoffen en recyclage. Waar mogelijk moeten bedrijven ook ‘circulair’ denken, waarbij producten aan het eind van hun levenscyclus opnieuw grondstoffen worden. Het kan in de bouwsector ook letterlijk groener. ‘Het gebruik van natuurlijke hergroeibare materialen en de integratie van de natuur in onze gebouwen, zoals bij groendaken en groene gevels, levert een belangrijke bijdrage aan het opvangen en bufferen van stortbuien.’

Willemen verwacht nog veel van technologische doorbraken om thermische en elektrische energie op te slaan. ‘Nu produceren zonnepanelen op een zonnige dag veel meer dan we kunnen gebruiken. In plaats van die energie over het net te transporteren zou het goed zijn om die lokaal te stockeren voor later gebruik. In de bouw kunnen we dit vraagstuk bijvoorbeeld oplossen met geothermische opslag.’

Visionair onderzoek

Een opkomend buzzword is “klimaatbestendig bouwen”, waarbij gebouwen worden opgetrokken of aangepast om beter bestand te zijn tegen extremere weersomstandigheden zoals meer regenval, sterkere windstoten en hogere temperaturen. Daar liggen opportuniteiten, merkt Willemen op. ‘Hiervoor is visionair onderzoek nodig. Maar dan kun je waterbestendige gebouwen zelfs in overstromingsgevoelige gebieden bouwen.’

Hij denkt ook op grotere schaal. ‘Er zijn plannen om voor de Vlaamse kust eilanden aan te leggen als bescherming tegen stormen. Dat moet ook de kustregio resistent maken tegen de verwachte stijging van de zeespiegel en extremere weersomstandigheden in 2100. En in het binnenland zijn er plannen voor een betere bescherming tegen overstromingen. Dat betekent kansen voor bouwbedrijven, en kennis en ervaring die ze ook in het buitenland in de markt kunnen zetten. Innovatie is hét sleutelwoord om bewust om te gaan met klimaatopwarming.’

Baggeraar Jan De Nul deelt die analyse en werkt ook actief mee aan het programma van de Vlaamse baaien. De baggeraar bezit de expertise om dergelijke werken tot een goed einde te brengen, maar vreest voor de uitvoering. ‘De overheid heeft voor niets geld meer’, zucht CEO Jan Pieter De Nul. ‘We zullen zien wat er eerst komt: de investering, of de rampen omdat we die investeringen niet gedaan hebben. Mensen vergeten dat er ook een kostprijs hangt aan het níet bouwen van infrastructuur.'

Bijna onopgemerkt levenskwaliteit verbeteren

‘Iedereen wil energiezuinig leven, maar niemand wil daar comfort voor opofferen’, zegt Johan Willemen. ‘Die twee verenigen is de grote uitdaging.’

Een lagere gasrekening dankzij efficiëntere ventilatiesystemen. Een stiller appartement met dank aan het akoestische lab dat de beste isolatiematerialen identificeert. Meer met groen bedekte en geïsoleerde stadsdaken. ‘Veel mensen denken dat die dingen vanzelf komen’, zegt Johan Willemen, voorzitter van het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf. ‘Maar ze zijn het resultaat van grondig studiewerk. Wij zoeken bijvoorbeeld naar manieren om de problematiek rond energie-efficiëntie te beheersen.’

Goed scoren in duurzaamheid is wel niet goed genoeg, verklaarde Paul Gheysens, CEO van Ghelamco, vorig jaar. ‘Een gebouw moet ook mooi zijn. Dat wil niet zeggen dat je goud aan de muur moet hangen, maar wel dat je iets aangenaam creëert. Voor mij zijn lichtinval en ventilatie daarbij essentieel.’

Willemen gaat verder in op dat voorbeeld van ventilatiesystemen. ‘Sommige bewoners openen nooit hun ramen, wat leidt tot een slechte luchtkwaliteit. Anderen zijn gewoon om als ze thuiskomen een raam open te zetten’, verklaart Willemen. ‘Dat betekent een totaal ongecontroleerde luchtstroom in de woning met veel energieverlies. De sector heeft verschillende systemen ontwikkeld om dat energieverlies te beperken. Eén daarvan zuigt de lucht op een constante manier af, en gebruikt de warmte daarvan om de instromende lucht te verwarmen. Andere systemen regelen de ventilatie in functie van de bezetting.’

Deze op zich goede systemen creëren in de praktijk soms ongewenste problemen, stipt hij aan. ‘Lawaaihinder is een frequent vastgestelde klacht, net als tochtklachten of klachten over te droge lucht. Deze problemen zijn goed oplosbaar met een goed ontwerp, gepaste onderdelen en een vakkundige plaatsing. Innovatie is hierbij belangrijk. Dat is een mooi voorbeeld van onderzoek waar het WTCB mee bezig is, en waarvoor we ook met industriële partners samenwerken.’

Advertentie

Advertentie