Wereldspelers
 © Ageas
4 Leestijd

‘Er rijzen dilemma's als de klant meer weet dan zijn verzekeraar

Ageas herkent zich in de ervaringen van de andere wereldspelers in deze reeks. Zo toont biodiagnosticabedrijf Biocartis hoe innovatie de gezondheidszorg verbetert, maar illustreert het ook hoe die vooruitgang het beroep van verzekeraar verandert.

Onder de verantwoordelijkheid van
Ageas

Dankzij technologische innovaties hebben mensen steeds meer informatie over hun gezondheid. ‘Dat is positief’, zegt Antonio Cano van Ageas, ‘wij als verzekeraar moeten hiermee rekening houden’.

Advertentie

Advertentie

Advertentie

‘Mensen leven langer, en leven langer gezond’, verklaart Antonio Cano, Chief Operating Officer van Ageas. ‘Dat is natuurlijk goed nieuws, ook al zijn ze aan het eind van hun leven gemiddeld langer chronisch ziek. We moeten als ziektekostenverzekeraar rekening houden met die trends.’ De budgettaire gevolgen zijn in elk geval duidelijk. Cijfers van de Studiecommissie voor de Vergrijzing leren dat de uitgaven voor de gezondheidszorg dit jaar 8,1 procent van het bruto binnenlands product (bbp) bedragen. Tegen 2030 is dat vermoedelijk 9,4 procent. ‘België geeft meer uit aan gezondheidszorg dan de meeste Europese landen’, merkt Cano op.

‘Er is hier een heel goede, brede basiszorg, en de burgers willen die natuurlijk behouden, maar dat heeft een kostprijs.’ Hij waarschuwt wel dat door de druk op het budget van de gezondheidszorg investeringen in nieuwe technologie kunnen achterblijven. ‘Dan krijgen bedrijven zoals Biocartis die hightech gezondheidsoplossingen aanbieden misschien te weinig aandacht wegens “geen budget”. En dat zou kortzichtig zijn.’

Preventie

Want tijdige detectie kan net grotere uitgaven op lange termijn vermijden, omdat ze problemen voorkomt. ‘Wearables zoals de slimme sportarmband Fitbit of Zembro, de slimme Belgische armband voor senioren, tonen aan wat technologisch kan’, merkt Cano op. ‘Of denk aan bedrijven als 23AndME, die via een beetje speeksel je volledige DNA-profiel in kaart brengen en zo mogelijke toekomstige problemen aangeven. Via dergelijke detectie kun je al een stukje aan preventie doen. Dat is goed voor iedereen.’

Er is hier een heel goede, brede basiszorg, en de burgers willen die natuurlijk behouden, maar dat heeft een kostprijs.
Antonio Cano Chief Operating Officer Ageas

Of toch niet helemaal. ‘Verzekeraars belanden erdoor in een lastig parket. De klant heeft veel meer informatie over zijn gezondheid en zijn kans op een bepaalde aandoening dan de verzekeraar.’ Dat probleem van asymmetrische informatie leidt tot wat economen ‘adverse selection’ noemen. Het risico is reëel dat vooral mensen die weten dat ze een grote kans hebben op de uitkering van een bepaald type verzekering, zich voor dat specifieke risico zullen verzekeren.

‘Een verzekeraar zou dat informatienadeel kunnen wegwerken door meer persoonlijke informatie en onderzoeken te vragen aan de klant’, legt Cano uit. ‘Maar dan bots je onvermijdelijk op ethische en praktische vraagstukken. Hoe ver kun je daar in gaan?’ Meer algemeen brengt die tendens ook de essentie van het verzekeringsprincipe in het gedrang.

‘Je ondergraaft zo het breed uitsmeren van allerhande risico’s. Als iedereen precies weet welke risico’s voor hem van toepassing zijn, bestaat het gevaar dat zij alleen díe risico’s willen afdekken, en niet willen meebetalen voor de rest.’ In dat geval heeft de overheid wel nog altijd een stok achter de deur, merkt de verzekeraar op. ‘Die zou dat selectief verzekeren kunnen voorkomen door een brede risicodeling verplicht te maken, waardoor het verzekeringsprincipe overeind blijft.’

Pay as you go

Toch staat een verregaande individualisering niet haaks op het beroep van verzekeraar. In het Verenigd Koninkrijk biedt Ageas bijvoorbeeld al ‘pay as you drive’ aan. Die berekent met behulp van software die het rijgedrag van een chauffeur registreert, de premie voor de autoverzekering. Kan dan niet hetzelfde voor gezondheid? ‘Rijgedrag en levensstijl zijn toch twee verschillende dingen’, meent Cano. Niettemin bestaan er al dergelijke vormen van beloning. In 1997 lanceerde Discovery Health, de grootste verzekeraar van Zuid-Afrika, een product dat Vitality heet.

‘Dat koppelt een levens- en/of hospitalisatieverzekering aan het sportgedrag van de klant’, legt Cano uit. ‘Hoe meer die sport, hoe minder hij betaalt en hoe meer punten hij ontvangt die hij kan gebruiken om kortingen te krijgen bij bedrijven die een partnership met Vitality hebben afgesloten. Het sportgedrag wordt onder meer gemeten via het aantal bezoeken aan de sportclub, het aantal gelopen kilometers en het calorieverbruik. Het opmerkelijke is dat voor de bepaling van de punten die je krijgt, niet het absolute niveau telt, maar wel de vooruitgang die je maakt.’ Klinkt als een interessant product, dat past binnen het credo dat de patiënt steeds meer een partner in zijn gezondheid wordt. Waarom bestaat het dan niet hier in België?

‘Dat systeem werkt alleen als je mensen kunt belonen voor goed gedrag door de hoogte van hun premie aan te passen. In België is dat op dit ogenblik in de individuele ziektekostenverzekering juridisch gezien zo goed als onmogelijk. Wij bieden in onze groepsverzekeringen ter sensibilisering wel I-Change aan, een soort platform waar mensen bijvoorbeeld hun gewichtsveranderingen, voeding en sportieve prestaties kunnen registreren en opvolgen. Maar het succes daarvan is heel beperkt, omdat er voor hen geen directe beloning in zit.’

Belgen weten dat hun laatste levensjaren lastig en duur zullen zijn, maar aarzelen om zich daarvoor te verzekeren. ‘Het is zoals bij roken: ze focussen op de korte termijn, terwijl de problemen pas later komen.’

Het is geen prettige gedachte dat wie pech heeft of simpelweg lang genoeg leeft, te maken krijgt met chronische ziektes als Parkinson of Alzheimer. Ongeveer 6 procent van de Belgen ouder dan 65 jaar heeft dementie. Door de toenemende vergrijzing zal dat aantal alleen maar stijgen. Tegen 2030 zullen er naar schatting 200.000 landgenoten met dementie zijn. De zorgkosten kunnen hoog oplopen, tenzij tijdig een verzekering werd afgesloten. ‘Dergelijke langetermijnzorgproducten bestaan al een hele tijd, maar zijn niet populair’, zegt Antonio Cano, COO Ageas.

‘Onderzoek toont nochtans aan dat Belgen zich bewust zijn van de problematiek van chronische ziektes, en dat de laatste jaren van hun leven waarschijnlijk moeilijke jaren worden.’ Waarom verzekeren ze zich dan niet? ‘Hun focus ligt te veel op de korte termijn’, aldus Cano. ‘Je ziet hetzelfde bij rokers. Ze weten dat het schadelijk is voor hun gezondheid. Maar het genot van de sigaret heb je nu, de kostprijs komt veel later. Als je een langetermijnzorgproduct koopt op je zestigste, is dat voor veel mensen gewoon te duur. Eigenlijk moet je al instappen op je dertigste, wanneer die producten nog heel betaalbaar zijn.’

Hoe valt er een mouw te passen aan dat probleem? ‘Door er voor te zorgen dat er niet alleen lasten zijn op de korte termijn, maar ook baten’, aldus Cano. ‘De overheid zou die premies bijvoorbeeld deels fiscaal aftrekbaar kunnen maken.’ Cano wil zeker niet de verantwoordelijkheid van zich afwentelen. ‘Wij moeten als verzekeringssector meer doen om mensen te overtuigen van de voordelen om die long term care producten tijdig te kopen. Eventueel via de sociale partners, die deze verzekeringen kunnen opnemen als element in de loononderhandelingen.’

Advertentie

Advertentie