Advertentie
Advertentie

‘Om een brug te bouwen, moeten aan beide oevers palen in het water staan'

Ageas CEO Bart De Smet verwelkomde een twintigtal ondernemers om samen met vakbondsman Rudy De Leeuw het debat over de toekomst van het sociaal overleg aan te gaan. ©Frank Toussaint

Voor een sociaal overleg van medestanders in plaats van tegenstanders, is het cruciaal dat de regering geen partij kiest, meent ABVV-topman Rudy De Leeuw. ‘Het regeringsprogramma is nu een kopie van dat van het VBO.’

RONDETAFEL MET RUDY DE LEEUW

Wereldspelers is een inspirerend platform van Tijd Connect met exemplarische Belgische bedrijven die internationaal succesvol zijn. Verzekeraar Ageas haalde de bedrijfsleiders van deze wereldspelers rond de tafel om samen met Rudy De Leeuw, voorzitter van de socialistische vakbond ABVV, het debat aan te gaan over de toekomst van het sociaal overleg. Ageas-CEO Bart De Smet mocht een twintigtal ondernemers verwelkomen, tijdens een ontbijtsessie in De Krook, de nieuwe stadsbibliotheek van Gent.

Advertentie

Rudy De Leeuw zit dan wel in de nieuwe Gentse bibliotheek De Krook, maar tegelijkertijd is hij er niet te vinden. Zijn boek ‘Ongelijk spel: verontwaardiging als bouwsteen voor vooruitgang’ blijkt uitgeleend op de dag dat de vakbondsman komt spreken voor een groep voorname bedrijfsleiders. En dus uit De Leeuw zijn verontwaardiging maar live, en met veel gusto. ‘Ik beschouw dit als een goede uitwedstrijd’, grijnst hij, terwijl hij het gezelschap monstert.

Zij zitten paraat om de voorzitter van de socialistische vakbond ABVV aan de tand te voelen over het nut van het sociaal overleg. Maar De Leeuw is hen voor. ‘Ik moet jullie niet vertellen dat sociaal overleg nog altijd van deze tijd is. Liefst 80 procent van de werknemers werkt in een bedrijf dat is aangesloten bij een werkgeversorganisatie. Jullie syndicalisatiegraad is dus groter dan die van de vakbonden, waar die rond de 60 procent ligt. Dat bewijst dat ook ondernemingen belang hechten aan overleg.’

In een vorige Wereldspelers-causerie roemde Ronnie Leten, de voormalige CEO van machinebouwer Atlas Copco, het Zweedse overlegmodel. Daarin treden vakbonden en werkgevers meer als partners op dan als tegenstanders, en gebeuren beslissingen vooral op het bedrijfsniveau. Dat is blijven hangen bij Stef De Corte. ‘We zien u vaak op het journaal als er groot overleg is in de Groep van Tien’, vertelt de CEO van Smartphoto Group tegen De Leeuw. ‘U bent dan één van de personen aan tafel die eens de toekomst van alle werknemers gaat bepalen. Maar staat dat niet veel te ver van de bedrijfsrealiteit?’

‘Vergis u niet: ook in Zweden is er naast de onderhandelingen op bedrijfsniveau nog altijd sectoraal en interprofessioneel overleg’, reageert De Leeuw. ‘De sterkte van het Belgisch systeem gaat vooral uit van de sectoren, die jaarlijks zo’n 6.000 cao’s neerleggen. Dat betekent dat meer dan 90 procent van de werknemers onder een akkoord vallen van een georganiseerd overlegsysteem. Dat voorkomt sociale dumping op sectorvlak en creëert een gelijk speelveld voor iedereen.’

De Corte is niet overtuigd. ‘In België houdt het sectoraal overleg zich te veel bezig met details, wat veel beter zou gebeuren op het niveau van de onderneming.’ Hij wordt bijgevallen door Bart De Smet, CEO van verzekeringsgroep Ageas. ‘Het is veel logischer om loononderhandelingen te voeren op bedrijfsniveau in plaats van op sectorniveau. Dat zou meer aansluiten op de realiteit. In welke sector passen bedrijven als Amazon, Google of Tencent?'

Bart De Smet, Rudy De Leeuw (ABVV) en Frederik Delaplace (Mediafin) ©Frank Toussaint

Conflictmodel

Het sociaal overleg heeft in België in elk geval al betere tijden gekend. Op interprofessioneel niveau bereiken werkgevers en vakbonden al jarenlang amper nog akkoorden. De Smet betreurt het dat vakbonden en werkgevers vasthouden aan het conflictmodel. ‘Dat vertrekt van twee partijen die elk vanuit hun hoek beginnen te praten, in de wetenschap dat ze elkaar na een ellenlang proces ergens in het midden zullen vinden. Waarom kunnen ze zich niet achter een gemeenschappelijk doel scharen en daar naar toe werken?’

Er is geen gebrek aan uitdagingen, stipt de Ageas-baas aan. ‘De rol van medewerkers verandert. Zo wordt er steeds meer flexibiliteit van hen verwacht, kijk maar naar de recente discussies over nachtwerk en fietskoeriers. Het belang van levenslang leren groeit, en er moet ook gepraat worden over wat men verstaat onder eerlijkere verloningen.’

Als er minder wantrouwen zou zijn, stijgt de efficiëntie van het overleg, meent De Smet. Hij geeft het voorbeeld van telewerken. ‘Als je alle aspecten daarvan wilt vastleggen in een arbeidsovereenkomst, moet je die cao elke zes maanden herzien. Kunnen we niet beter de grote principes bepalen, en die vervolgens concreet invullen met richtlijnen die veel sneller kunnen aangepast worden? Als het overleg die flexibiliteit en snelheid niet mogelijk maakt, zullen onze bedrijven en hun werknemers kansen aan hun neus zien voorbijgaan.’

‘Hoe zien de vakbonden van morgen er uit, of beter: hoe zouden ze er uit moeten zien?’, wil Sylvie Dubois, managing partner bij advocatenkantoor Altius, weten. ©Frank Toussaint

‘Hoe zien de vakbonden van morgen er uit, of beter: hoe zouden ze er uit moeten zien?’, wil Sylvie Dubois, managing partner bij advocatenkantoor Altius, weten van De Leeuw. ‘Hoe moeten ze zich aanpassen aan de nieuwe realiteit, en dus bruggen bouwen in plaats van krampachtig vast te houden aan het eigen gelijk? Uiteindelijk zijn er toch veel gemeenschappelijke belangen met werkgevers?’

‘Om bruggen te bouwen, moeten er aan beide oevers palen in het water komen’, reageert De Leeuw. ‘Nu is daar duidelijk een onevenwicht, omdat de werkgevers de regering aan hun kant hebben. Dat is alsof de scheidsrechter mee voetbalt met de tegenstander. Als ik naar het regeringsprogramma kijk, zie ik een kopie van het programma van het Verbond van Belgische Ondernemingen. Ik snap het dus dat werkgevers nu liever achteroverleunen en wachten tot ze hun gelijk krijgen.’

Toch blijft hij hopen dat er aan de andere oever palen verschijnen. ‘Dan kunnen we bijvoorbeeld werk maken van meer werkbaar werk. Als we willen dat mensen langer aan de slag blijven, kunnen we op zijn minst het systeem uitbreiden van de rimpeldagen (extra vrije dagen voor wie in de zorg werkt en ouder is dan 45 jaar, red.) naar alle werknemers.’

Verontwaardiging

De Leeuw maakt zich bijzonder zorgen over het pensioendossier. ‘Jullie mogen niet onderschatten hoeveel onrust en verontwaardiging daarover leeft bij mensen’, houdt hij de ondernemers voor. ‘De wettelijke pensioenen moeten omhoog, want te veel gepensioneerden leven in armoede. Jammer genoeg komen we er niet aan toe om daar ernstig over te overleggen, laat staan om een doorbraak te realiseren.’

De vakbondsman richt zijn pijlen op de regeringsbeslissing om de pensioenrechten die iemand in brugpensioen opbouwt terug te schroeven. ‘Dat kan toch niet? Het gaat vaak om mensen die al van hun zestiende werken in zware sectoren zoals transport of bouw, en die op oudere leeftijd de werkdruk niet meer aankunnen of een zwakke gezondheid hebben.’

‘Waarom spelen we in België nauwelijks mee in economische sectoren die heel toekomstgericht zijn, zoals e-commerce?’, vraagt Johnny Thys zich af. ©Frank Toussaint

‘Politici beseffen gewoon niet hoe klein die pensioenen zijn, en ze willen er bovendien nog meer in snijden. Vind dan nog maar eens een sociaal akkoord… Nochtans ben ik ervan overtuigd dat de meeste ondernemers begaan zijn met de kleine pensioenen van mensen die veertig jaar gewerkt hebben. Ik vrees dat als we niet gezamenlijk tot een oplossing komen, de sociale vrede voor een tijdje weg zal zijn. Dat is geen dreigement, maar een vaststelling.’

Imagoprobleem

Het is duidelijk dat de vakbonden koele minnaars zijn van de huidige federale regering. Maar spelen daar ook communautaire elementen mee? Zo kookt het vakbondspotje sneller over aan de zuidkant van de taalgrens. ‘Dat komt omdat de bevolking zich daar niet vertegenwoordigd voelt door de federale regering’, meent De Leeuw. ‘Voor de Vlamingen is het centrumrechtse beleid logisch, want ze hebben er voor gekozen. Maar aan Waalse kant telt de coalitie maar één partij, de MR, en die vertegenwoordigt nog geen 26 procent van haar kiesgebied. Dan spreken we toch van een democratisch deficit? Ik kan begrijpen dat de Franstaligen afhaken.’

Daardoor groeit wel het beeld van vakbonden als organisaties die boos zijn, maar die daar weinig constructiefs mee te doen. ‘De perceptie bestaat dat zij, en bij uitbreiding de sociaaldemocraten die overal in Europa in het defensief zitten, geen oplossingen hebben voor de problemen van vandaag’, stelt Jean-Pierre Blumberg, senior partner bij advocatenkantoor Linklaters.

‘De sociaaldemocraten zijn een belangrijk deel van hun geloofwaardigheid en achterban verloren omdat ze Tony Blair en zijn Derde Weg zijn nagelopen’, aldus De Leeuw. ‘In België hebben socialisten als Frank Vandenbroucke en Johan Vande Lanotte vaak afstand genomen van de vakbond, denk maar aan het Generatiepact. Daarom konden onze délégués op de fabrieksvloer ook niet meer tegen de arbeiders zeggen: “die zijn voor ons”. Daarnaast hebben vakbonden en sociaaldemocraten het nationalisme en populisme verkeerd ingeschat, en we hebben er ook niet altijd een goed antwoord op. We mogen in elk geval niet toegeven aan de lokroep om zelf de goudmijn van het populisme aan te boren.’

Sociale dumping

Het sociaal beleid stopt in het hedendaagse Europa niet aan de landsgrenzen. ‘We kunnen het sociaal model maar behouden en versterken, als we dat Europees coördineren’, zegt De Leeuw, die ook voorzitter is van de overkoepelende Europese vakbond ETUC. ‘Zo is het belangrijk voor België dat er in Duitsland een minimumloon komt, en een grotere dekkingsgraad van de cao’s. De Belgische vleesverwerkende industrie was op sterven na dood, omdat bedrijven met hun geslachte dieren liever over de Duitse grens gingen. Daar konden ze die laten verwerken tegen een uurloon van 4 euro, waarna ze het vlees terug naar België voerden. Dat is je reinste sociale dumping. Is dat het Europa dat we willen?’ 

Aan dergelijke uitwassen probeert de EU wel wat te doen, maar het behoort nu eenmaal tot de economische logica dat bedrijven hun productievestiging verhuizen als de loonkosten te hoog zijn. Als federaal ABVV-voorzitter betreurt De Leeuw het als in België een autofabriek dichtgaat, maar als ETUC-voorzitter ziet hij dan wel nieuwe banen ontstaan in de nieuwe fabriek in pakweg Slowakije. ‘Ik zie daar geen spagaat. Het is voor mij wel een probleem als die nieuwe jobs maar 30 procent betalen van wat die autofabrikant hier aan zijn personeel betaalde, terwijl de productiviteit daar wel op 70 procent ligt. Dat kan toch niet? Gelijk loon voor gelijk werk. In dat geval ga ik de vakbonden in Slowakije dus zeker helpen om daar iets aan te doen.’

‘We mogen niet alles opofferen aan het gouden kalf van de economie’

Werkgevers eisen steeds meer flexibiliteit van hun personeel. Dat is een redelijke vraag, meent De Leeuw, maar die vraag moet wel redelijk blijven.

‘Waarom spelen we in België nauwelijks mee in economische sectoren die heel toekomstgericht zijn, zoals e-commerce?’, wil Johnny Thys weten van Rudy De Leeuw. Het is logisch dat het onderwerp de voormalige postbaas na aan het hart ligt. Hij hoeft maar naar onze noorderburen te kijken om het potentieel daarvan te zien.

‘Wij zijn niet tegen moderniteit, tegen de vooruitgang van e-commerce, of tegen nachtarbeid’, benadrukt de voorzitter van de socialistische vakbond ABVV. ‘We willen daar akkoorden over maken, maar het moet wel redelijk blijven. De concurrentie komt vooral van bedrijven die kort over de Nederlandse grens zitten, en die arbeidsvoorwaarden hebben die wij in België nooit zouden aanvaarden. Onze Nederlandse collega’s vinden trouwens dat de slinger bij hen te ver is doorgeslagen.’

Nederland kun je toch bezwaarlijk een achtergesteld land noemen dat het moet hebben van sociale dumping? Moeten we dan geen toegevingen doen om meer succes te hebben in die groeiende e-commercesector? ‘Het zou fout zijn om dat koste wat het kost na te streven voor het gouden kalf van de economie. Overigens zijn er bedrijven die aantonen dat e-commerce in België perfect kan onder de huidige arbeidsvoorwaarden. Denk maar aan Nike, dat zijn Europese distributiecentrum in ons land heeft, én daar met bediendencontracten werkt. Of Schoenen Torfs, waar begin dit jaar een akkoord werd gesloten over e-commerce mét nachtarbeid.’

Geen fan

De arbeidsmarkt verandert door de toegenomen vraag naar flexibilisering, merkt De Leeuw op. Maar mooier wordt ze daar niet van, vindt hij. ‘Een belangrijk deel van de toename in de werkgelegenheid zit niet in regelmatige en voltijdse jobs. De helft van de nieuwe contracten in 2015 was van lage kwaliteit: tijdelijk, onregelmatige uren, deeltijds - zo blijkt uit cijfers van onderzoeksinstituut HIVA.’

In 2008, voor de crisis, waren er in België ook nog geen bedrijven als taxidienst Uber of koerierdienst Deliveroo, die vandaag met speciale arbeidsovereenkomsten werken. Daar is De Leeuw bepaald geen fan van. ‘Deliveroo gebruikt moderne technologie om een aantal verantwoordelijkheden van zich af te schuiven. Het bedrijft zet volop in op zelfstandigencontracten. Ik las onlangs een verhaal van een Deliveroo-medewerker die voltijds werkte en daarmee 800 euro verdiende. Kun je dat vooruitgang noemen?’

‘Een robotbelasting herverdeelt de rijkdom van de digitalisering’

Om de sociale zekerheid betaalbaar te houden, moeten ook robots hun steentje bijdragen, klinkt het bij vakbondstopper Rudy De Leeuw.

‘Weet iemand waar het woord “sabotage” vandaan komt?’ Rudy De Leeuw kijkt zijn toehoorders vorsend aan. ‘Van het Franse “sabot”, wat klomp betekent. Tijdens de industriële revolutie gooiden textielarbeiders hun klompen in de machines om ze te saboteren. Waarmee ik wil zeggen dat we een visie moeten ontwikkelen om de sociale transitie naar digitalisering mogelijk te maken. Die trend zorgt dan wel voor welvaart, maar als mensen hun baan verliezen zonder dat we hen aan een nieuwe baan helpen, zal het extremisme toenemen.’

De ABVV-topman geeft het voorbeeld van loketbediendes in treinstations, die vervangen worden door ticketautomaten. ‘Kunnen we het geld dat daarmee wordt uitgespaard niet inzetten om bijvoorbeeld meer mensen aan te werven voor de veiligheid op en rond het openbaar vervoer?’

Volgens Steven Stokmans, COO van Microsoft Belux, kijken vakbonden te reactief naar trends als digitalisering en robotisering. ‘Studies wijzen uit dat die de economie kunnen versterken. Robots zullen sommige jobs overnemen, maar zullen er ook nieuwe creëren. Waarom zou je dat dan ontmoedigen door die machines te belasten, zoals het ABVV bepleit?’

‘Voor alle duidelijkheid: wij proberen niet om de technologische veranderingen tegen te houden’, riposteert De Leeuw. ‘Wij zijn niet tegen robots, maar ze moeten wel bijdragen aan het behoud van onze sociale zekerheid, zeker als we de lasten op arbeid willen verlagen. De grote afspraak was dat er een eerlijke verdeling zou komen van de productiviteitswinsten, en die afspraak wordt niet nagekomen. Is een belasting op robots iets tegen de vooruitgang? Nee, het is gewoon een herverdeling van de rijkdom die digitalisering doet ontstaan.’

Ingrijpend

‘We besteden nog altijd te weinig aandacht aan de digitaliseringsgolf en hoe ingrijpend die wel is’, zegt Jeroen Lemaire, CEO van digitale studio In The Pocket. ‘Er bestaan geen businessmodellen meer die decennialang ongewijzigd  standhouden. Los van de onvermijdelijke jobvernietiging, wordt onzekerheid de norm. Bedrijven moeten zich voortdurend aanpassen, en dat geldt ook voor hun werknemers. Ze hebben dus een gemeenschappelijke uitdaging. Waarom zou het sociaal overleg daar niet in volgen?’

De Leeuw is sceptisch. ‘Ik hoor het allemaal graag, maar werk maar eens aan de transitie van een autofabriek waar honderden mensen afgedankt worden. Misschien vindt 70 procent van hen vrij snel een andere job, maar wat is de kwaliteit van die banen, en wat verdienen ze er? Bovendien heeft 30 procent ondertussen nog altijd geen job. Terwijl dat wel mensen zijn die hard werkten, en daar een goed loon voor kregen.’

Wat stelt hij dan voor? ‘We moeten blijven gaan voor goedbetaald werk, ondersteund door levenslang leren. Voor de mensen die het moeilijk hebben in die overgang naar de digitale economie, moeten we zorgen voor een sociaal plan via een eindeloopbaanregeling, of door hen de kans te geven om andere activiteiten te doen die vandaag niet of onvoldoende vergoed worden.’

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.