‘Door te pingpongen kunnen wij heel kort op de bal spelen'

Stefaan Van der Putten, Michel Deruyck, Nadia Van Tittelboom en Ignace Van Holen ©Jan De Nul Group

De nauwe samenwerking tussen de verschillende afdelingen van Jan De Nul Group maakt het mogelijk om maatwerk tot in de kleinste details af te leveren. ‘Bij twijfel nemen we gewoon de trap en praten we het uit.’

‘Bij elke aanbesteding komt eerst de calculatieafdeling aan zet', vertelt Ignace Van Holen. Bij bagger- en bouwbedrijf Jan De Nul Group leidt hij het departement dat instaat voor het binnenhalen van internationale civiele en maritieme bouwopdrachten. ‘In functie van specifieke en projectgebonden eisen zoals planning, kostenefficiëntie en methodologie ontwikkelen wij een plan van aanpak.

Welk materieel zullen we nodig hebben? Hoe lang zullen de werken duren? Welke methodologie past het beste? Het is daarbij cruciaal om geen risico’s over het hoofd te zien, en om proactief ideeën uit te werken om mogelijke problemen op te lossen, mochten deze zich stellen.’ Dit gebeurt gedetailleerd en is zeker geen lightversie van de analyse die sowieso moet gebeuren als de opdracht eenmaal is binnengehaald, klinkt het.

 ‘Wij spitten meteen alles uit alsof we het contract al effectief op zak hebben. We willen goed weten waar we aan zouden beginnen.’ Daarmee is het werk van de calculatieafdeling zeker nog niet gedaan. Voor zo’n complexe projecten volgt er steevast een intens overleg met de engineeringafdeling die de voorgestelde technische oplossing in detail moet uitwerken.

‘Wij bestuderen en werken verschillende varianten gedetailleerd uit. Dan volgt een overleg met de calculatieafdeling waarna zij er een begroting voor opstellen en nagaan of het ontwerp financieel en operationeel haalbaar is’, zegt Nadia Van Tittelboom, verantwoordelijk voor het engineeringluik van maritieme opdrachten.

Ignace gaat verder: ‘Het gebeurt zelden dat alles meteen goed zit. Omdat het bij ons altijd om complexe projecten gaat, kunnen we niet gewoon oplossingen van vroegere projecten kopiëren. De klant heeft andere eisen, elk land een andere wetgeving, of simpelweg de weersomstandigheden die het niet mogelijk maken - om maar een paar voorbeelden te geven.’

Kennisoverdracht

De grote kracht van Jan De Nul Group is dat de calculatie- en engineeringafdeling verweven zijn en in hetzelfde gebouw zitten. ‘Doordat we heel veel expertise in-house hebben en de afdelingen fysiek ook dichtbij elkaar zitten, kunnen we veel over en weer pingpongen en kort op de bal spelen’, aldus Van Holen.

‘We lopen desnoods tien keer de trap op om face-to-face een detail uit te praten. Dat maakt niet alleen dat we sneller en efficiënter kunnen werken, maar ook dat er veel interne kennisoverdracht is.’ Een mooi voorbeeld van zo’n intense samenwerking is eind dit jaar te vinden in de Deense Baltische Zee. Daar bouwt Jan De Nul Group samen met metaalconstructiebedrijf Iemants twee offshore hoogspanningsstations voor het Kriegers Flak Offshore Windpark. Tegen 2022 zal dat park een totale capaciteit hebben van 600 megawatt, goed om elektriciteit te leveren aan zo’n 600.000 huishoudens.

©Jan De Nul Group
©Jan De Nul Group
©Jan De Nul Group

Jan De Nul Group is verantwoordelijk voor het ontwerp, de constructie, het transport en de installatie van de zogenoemde Gravity Based Foundations (GBF). ‘We bouwen die funderingen naar eigen ontwerp eerst op een ponton in de haven van Oostende, en slepen die tegen het jaareinde naar de Baltische Zee om ze daar te installeren’, vertelt Nadia.

Dat is geen pleziervaart, want een van de twee funderingen is 40 meter breed, 40 meter lang en 35 meter hoog, en weegt zo’n 10.000 ton. Voor het zover is, zorgen het kraanponton Gian Lorenzo Bernini en het rotsinstallatieschip Adhémar de Saint-Venant respectievelijk voor het uitgraven van de funderingsputten en voor de installatie van een nauwkeurig genivelleerd grindbed waarop die massieve funderingen zullen rusten. Iemants is verantwoordelijk voor het design, de fabricage en het transport van de stalen draagplatformen en bovenconstructies van beide stations.

Vervuild havenbassin

Enkele honderden kilometers verder saneert milieudochter Envisan het zwaar vervuilde havenbassin van het Zweedse Oskarshamn. Volgens studies bevat dat meer dan 1.000 ton aan zware metalen, en zijn er verontrustende hoeveelheden dioxines. ‘Dat is het gevolg van de historisch aanwezige zware industrie daar, zoals een kopersmelterij, een batterijenfabrikant en een scheepswerf’, vertelt projectverantwoordelijke Sofie Herman.

‘De Zweedse overheid steunt dit project, omdat de vervuiling door het in- en uitvaren uitloopt van de haven naar de zee.’ Envisan kreeg de opdracht om de vervuilde sedimenten te verwijderen, te saneren en op te slaan in een vergunde stortplaats. Het gaat om 400.000 kubieke meter zand en leem die in drie jaar wordt opgebaggerd en verwerkt. Vorig jaar ontwierp en bouwde de engineeringdivisie van de groep samen met Envisan in krap zes maanden een projectspecifieke ontwaterings- en waterzuiveringsinstallatie van twee voetbalvelden groot.

‘Het is cruciaal om geen risico’s over het hoofd te zien en proactief ideeën uit te werken voor mogelijke problemen.’
Ignace Van Holen
Jan De Nul Group

‘Een uitdaging, aangezien deze installatie economisch en tegelijkertijd technisch performant moet zijn én ze tegen eind 2018 weer moet kunnen worden ontmanteld om de terreinen in de oorspronkelijke toestand terug te geven aan de haven’, zegt Stefaan Van der Putten, verantwoordelijke van de civiele engineeringsafdeling.

‘Waar mogelijk kozen we voor mobiele units en materialen die we kunnen recupereren. Zo is het onderstel voor de filterpersen gemaakt uit staal in plaats van beton.’ In september 2016 begon Envisan met de snijkopzuiger Petrus Plancius aan de baggerwerken. ‘Daarvoor kreeg het 44 meter lange schip een speciale in huis ontwikkelde milieubaggerkop die het mogelijk maakt om alleen die lagen weg te nemen die verontreinigd zijn’, verklaart Sofie.

 ‘De splijtbak Weseltje vervoert het vervuilde materiaal vervolgens naar de ontwateringsinstallatie. Na behandeling verdwijnt het gedroogde sediment naar een lokale stortplaats, waar het op een ecologisch verantwoorde manier opgeslagen wordt.’ 

‘Van hier af wordt het alleen milieuvriendelijker’

‘Er is een duidelijke tendens naar minder emissies in onze sector, onder meer onder druk van de publieke opinie en onze klanten’, zegt Michel Deruyck, coördinator van de brandstofcel bij Jan De Nul Group. ‘Van hier af wordt het alleen milieuvriendelijker. There is no way back.’

Dat het bagger- en bouwbedrijf op het vlak van ecologische innovatie het pak aanvoert, illustreert het met zijn investeringsprogramma in sleephopperzuigers. Dergelijke schepen kunnen met behulp van sterke motoren en pompen zand, klei, slib en zelfs grind van de bodem opzuigen. Jan De Nul Group bestelde vorig jaar al drie nieuwe sleephopperzuigers met een scheepsruimte van 3.500 kubieke meter, dat is zowat gelijk aan negen volle bollen van het Atomium.

Dit jaar kwam er nog een extra schip bij met een beuninhoud van 6.000 kubieke meter. Het revolutionaire aan die nieuwkomers zit onder de motorkap. Ze zijn uitgerust met uitlaatgasbehandelingssystemen.

‘Hoewel dit gemeengoed is bij het vrachtvervoer op de weg, bestond het nog niet in de scheepvaart’, vertelt Deruyck. ‘Door een katalysator toe te voegen kun je een nabehandeling doen van alle vervuilende stoffen die vrijkomen bij de verbranding van gasolie. Dankzij een combinatie van dergelijke filters met heel performante motoren voldoen wij met die sleephopperzuigers nu al aan de strengste toekomstige Europese reglementering voor emissies in de binnenvaart.’

Waarom koos Jan De Nul Group niet voor schepen die op vloeibaar aardgas varen in plaats van gasolie? LNG bevat haast geen zwavel, stikstof en roetdeeltjes. ‘Dat klopt enkel voor zwavel, bij LNG komt ook het broeikasgas methaan vrij, wat niet het geval is bij gasolie’, legt Deruyck uit.

‘Onderzoek leert dat de impact daarvan op de klimaatopwarming veel groter is dan bij het gebruik van gasolie. Daarnaast heb je een dure installatie nodig om aardgas vloeibaar te houden, en moet er nog altijd een nabehandeling van de uitlaatgassen gebeuren om dezelfde norm te halen die wij aanhouden. Dus kozen wij er resoluut voor om niet met aardgas te varen.’  

 

404 Not Found

Not Found

Cannot serve request to /content/tijd/nl/connect/wereldspelers/de-nul/_jcr_content/branding.ssi.html on this server


Apache Sling