reportage

Nieuw, anders en beter

Transport supervisor Maarten Tronckoe (links) en ingenieur Dries Lammens (rechts) kregen recent een mooie onderscheiding voor hun werk bij Jan De Nul Group. ©Studio Dann

Bij bagger- en bouwgroep Jan De Nul mogen werknemers hardop wilde ideeën spuien, en krijgen ze vervolgens vaak ook de kans om die zelf te realiseren. Er is geen strikte hiërarchie die creativiteit in de kiem smoort. Integendeel, het bedrijf is er net op georganiseerd om innovatie en kritisch meedenken aan te moedigen. Omdat de jonge ingenieur Dries Lammens een oplossing uitwerkte om de vegetatie van een mooi natuurgebied te sparen terwijl er toch machines van een paar ton overheen moesten, haalde Jan De Nul een opdracht voor de oostkust van Engeland binnen. En dankzij de kritische blik van transport supervisor Maarten Tronckoe gebeurt het vervoer en het heffen van loodzware buizen vandaag veiliger en efficiënter. Ook de buitenwereld lauwert hun gedrevenheid en creativiteit. Zowel Lammens als Tronckoe kreeg recent een mooie onderscheiding voor zijn werk.

Lichtvoetige reuzen

Machines die tonnen wegen, maar die het gras waarover ze rijden minder beroeren dan een wandelende mens. Die waren nodig voor een klus in ecologisch kwetsbaar gebied. En dus tekende het team van Dries Lammens, ingenieur bij Jan De Nul Group, die uit.

De Sunfish en Moonfish zijn speciaal ontwikkeld om de ondergrond zo weinig mogelijk te verstoren, ook al zijn ze heel zwaar.

Afgelopen oktober kreeg Dries Lammens de Young Engineer Award van de maritieme en offshore mediagroep Navingo. Die onderscheiding beloont het werk dat de marine designengineer van bagger- en bouwgroep Jan De Nul deed voor Race Bank, een offshore windmolenpark voor de oostkust van Engeland van de Deense energiegigant Ørsted (het vroegere Dong Energy). Daarvoor begroef Jan De Nul vorig jaar in enkele maanden tijd twee elektriciteitskabels, die liepen van het park op zee naar het aansluitingsstation op het vasteland, en dat door 8 kilometer ecologisch kwetsbaar gebied. 

Een huzarenstukje, want niemand mocht die zoutschorren en laaggroeiende grassen beschadigen, en er dus al zeker niet met conventionele machines over rijden. Daarom hielp Dries om twee nieuwe machines te bedenken die de klus konden klaren. ‘De Sunfish en Moonfish zijn speciaal ontwikkeld om de ondergrond zo weinig mogelijk te verstoren, ook al zijn ze heel zwaar’, legt de ingenieur uit. ‘Dankzij de brede rupsbanden van elk 15 meter lang en 2,4 meter breed is de gronddruk maar 15 kilopascal. Ter vergelijking: de impact van een menselijke voetafdruk op de grond is bijna twee keer zo groot. Het gevolg van die “lichtheid”? De machines trekken minder diepe sporen in de ondergrond dan traditionele rupsvoertuigen, zoals graafkranen.’

De kabels liggen ondertussen mooi begraven op een diepte van 1,5 tot 5 meter, afhankelijk van de plaats. De eerste 2 kilometer van het getijdengebied, begroeid met vegetatie, was de taak van de Sunfish. ‘Dat toestel, dat deels onder water kan, werkt volgens het principe van een V-vormige ploeg. Die snijdt de vegetatielaag door, tilt de grond op om er de kabel onder te leggen, en dekt dan alles weer netjes toe.’

Innovatie

Dat procedé bestond nog niet bij de machines die vandaag in de markt te koop zijn. ‘Die werken meestal met een mechanische chaincutter, en dat zou te veel schade aan de ondergrond berokkenen’, vertelt Dries. Helemaal nieuw is de innovatie achter de Sunfish wel niet, geeft hij aan. ‘Boeren gebruiken dergelijke ploegen al langer om drainagebuizen onder de grond te stoppen. De combinatie met de lage gronddruk en het feit dat de machine gedeeltelijk onder water kan, maakt het wel uniek.’

‘We hebben die machines uiteindelijk bedacht en gebouwd in amper negen maanden tijd', zegt Dries Lammens, ingenieur bij Jan De Nul Group. ©Studio Dann

De resterende 6 kilometer door het water was voor rekening van de Moonfish, die wel volledig onder water werkt. ‘De Moonfish is uitgerust met een soort mechanische kettingzaag die een sleuf in de grond maakt en daar dan de kabels in legt. Die techniek konden we niet in de vegetatiezone gebruiken, omdat het voor te veel grondverstoring zou zorgen. Uniek aan de Moonfish is de snijdiepte gecombineerd met de lage gronddruk. Die snijdiepte gaat tot 6 meter, wat flink meer is dan wat vandaag op de markt bestaat. Ook is de Moonfish een getijdemachine die zowel op het droge als volledig onder water kan werken. Wat bij de meeste trenchers niet het geval is.’

Dries ging de werken ook ter plaatse opvolgen. Hoe was het om zijn machines live aan het werk te zien? Was hij niet bang dat er iets fout zou lopen? ‘Het gaf een gezonde dosis stress’, glimlacht hij. ‘We hebben die machines uiteindelijk bedacht en gebouwd in amper negen maanden tijd. We zijn met beide machines nog een paar sleuven gaan trekken op het veld van een boer in de buurt van ons kantoor in België, waar de machines ook werden gebouwd, om ze te testen.’

Lees meer over deze machines.

 

'Alles bij Jan De Nul Group is groot. Ook de materialen waar we mee werken'

Maarten Tronckoe zag bij het transport van stalen baggerleidingen de gekste dingen. Dat kan en moet beter, en vooral veiliger, dacht de transportexpert van Jan De Nul Group.

Met zijn interne programma Imagine Think Act (ITA) is Jan De Nul Group voortdurend op zoek naar betere en veiligere manieren van werken. Een mooi voorbeeld daarvan werd onlangs bekroond met de IADC Safety Award. De internationale vereniging voor baggerbedrijven lauwerde daarmee het team van Maarten Tronckoe. De transportsupervisor van deze wereldspeler combineerde technieken om baggerleidingen van verschillende grootte en diameter veiliger te transporteren.

Maarten Tronckoe combineerde technieken om baggerleidingen van verschillende grootte en diameter veiliger te transporteren. ©Studio Dann

Die leidingen zijn essentieel voor de baggerwerken, legt hij uit. ‘Een baggerschip vult zichzelf met baggerspecie. Dat moet vervolgens getransporteerd worden, en opgespoten op een terrein. Daarvoor zijn allerhande leidingen nodig die aan het schip vasthangen. Om even hun belang te illustreren: bij een recent grondwinningsproject in Nigeria werd om en bij de 30 kilometer leiding gelegd, ongeveer de afstand tussen Antwerpen en Brussel. Dat is indrukwekkend. In zo’n geval moeten we leidingen van verschillende opslagplaatsen en baggerprojecten wereldwijd naar de werf mobiliseren.’

Rubberen stoeltjes

Dat zo’n transport van leidingen, die 12 meter lang zijn en een diameter van 1 meter hebben, veilig moet gebeuren, is vanzelfsprekend. ‘Alles bij Jan De Nul Group is groot. Niet alleen de projecten, maar ook de materialen waar we mee werken. Zo heeft een vrachtwagen die een paar leidingen vervoert al snel een lading van 20 ton. Dan wil je natuurlijk wel dat die dingen goed vastliggen.’ Vanzelfsprekend, maar niet eenvoudig. ‘Een stalen leiding is rond, en heeft dus de neiging om te rollen’, legt Maarten uit. ‘Je krijgt die moeilijk vastgezet. Traditioneel worden er op timmermanswijze wat balken of spieën tegen genageld. Maar dat is niet alleen arbeidsintensief, het is ook gevaarlijk.’

Dat kan en moet beter, vond transportexpert Maarten. Hij ging op zoek naar een fixerend systeem en kwam zo uit bij een soort rubberen stoeltjes van fabrikant DHATEC om leidingen vast te leggen op een laadplatform, zodat ze niet kunnen rollen. Het stoeltjessysteem dient alleen om zijwaartse bewegingen te voorkomen. Daarom maakte Maartens team een programmaatje dat automatisch uitrekent hoeveel sjorbanden de vrachtwagenchauffeur of magazijnier moet gebruiken om een voorwaartse beweging te voorkomen.

Verbeterde ergonomie

Tijdens het laden en lossen worden de leidingen aan beide uiteinden met haken aangepikt, waarna ze met riemen gelift kunnen worden. Ook hier zorgde Maarten voor meer veiligheid. ‘We ontwikkelden een nieuwe haak die op al onze leidingen past. Er was echter een nadeel: die haak is zwaarder dan de vorige types. Daarom hebben we een bijkomende oplossing bedacht om de ergonomie van onze laders en lossers te verbeteren. Om te beginnen gebruiken we geen zware stalen kabels meer om de leidingen te liften, maar soepele draagriemen. Vervolgens plaatsen we tussen die draagriemen een  in lengte verstelbare dwarsbalk, waardoor de haken automatisch al dichterbij het uiteinde van de baggerleiding komen te hangen. Zo moeten onze laders de zware haken niet meer ver trekken om de leiding te kunnen aanpikken.’

Bekijk het filmpje van deze verbeterde werkmethode.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect